Bijna niemand zegt ‘dankjewel’

Taalkunde

Wereldwijd wordt voor kleine gunsten nauwelijks ‘bedankt’ gezegd. Sommige talen hebben er niet eens een woord voor.

Foto iStock/Edgars Sermulis

„En wat zeg je dan? Nou..?” „Dank je wel!” We brengen onze kinderen nadrukkelijk bij om braaf te bedanken als iemand iets voor hen doet. Maar in het dagelijks leven komt het helemaal niet zo vaak voor dat iemand een ander voor iets kleins bedankt, als iemand even iets aangeeft bijvoorbeeld. In het Verenigd Koninkrijk en Italië uiten mensen in informele situaties in slechts 1 op de 7 gevallen hun dank in woord of gebaar. In andere landen is dat nog minder. Sommige talen, zoals het Ecuadoriaanse Cha’palaa, hebben helemaal geen term voor zo’n simpel bedankje.

Een internationaal team taalonderzoekers, geleid door Simeon Floyd, Giovanni Rossi en Nick Enfield van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen, ontdekte dat bij toeval. Ze wilden weten hoe mensen in verschillende talen kleine verzoekjes doen om hen direct ergens mee te helpen (iets aangeven, opendoen, helpen dragen). Daartoe maakten ze in acht landen (Ecuador, Ghana, Italië, Laos, Noord-Australië, Polen, Rusland en het Verenigd Koninkrijk) video-opnamen van alledaagse interacties, waar ze 1.597 verzoekjes uit verzamelden, ongeveer 200 per taal.

Bedankt

Voor de volledigheid keken ze ook hoe het met die verzoekjes afliep – „bijvangst”, zegt Dingemanse. Op 540 verzoekjes werd niet meteen gereageerd en er werd 129 keer geweigerd, maar de meeste verzoekjes, 928, werden direct ingewilligd. En werd er vervolgens bedankt, in woorden of met een knikje, een handgebaar, een glimlach? Nauwelijks dus. In het Engels en Italiaans (met 1 op de 7 keer) nog het vaakst: de Australische aboriginaltaal Murrinhpatha stond op de derde plaats met 1 op de 22 keer; de andere talen bungelden daaronder. In het Cha’palaa bedankte niemand. En niemand, in geen enkele taal, zei iets als ‘graag gedaan’ of ‘geen dank’.

Volgens Mark Dingemanse, die voor het onderzoek veldwerk deed in Ghana, is het geen kwestie van onbeleefdheid, maar van efficiëntie. „Het bespaart je een uiting, je kunt meteen door met je gesprek of waar je mee bezig was. Ik denk dat de motor is: het stilzwijgende vertrouwen dat de ander jou de volgende keer weer helpt.” In Ghana keken de mensen hem wat lacherig aan toen hij in het begin steeds netjes bedankte voor kleine diensten. „Later merkte ik dat ze dat zelf nooit deden. Dat ze die term, ‘ik buig mijn hoofd’, alleen gebruikten voor heel grote dingen, bijvoorbeeld als iemand een huis voor je bouwde.”

De onderzoekers hadden in de verschillende landen informele situaties gefilmd, bij mensen thuis of met vrienden, om de vergelijkbaarheid te vergroten. En ook omdat juist in alledaags taalgebruik nog veel te ontdekken valt. „Taalwetenschappers hebben lang gedacht dat ze vooral grammaticale structuren in kaart moesten brengen. Maar het is net zo belangrijk om te begrijpen hoe taal in het echt gebruikt wordt.” In meer formele situaties „of bijvoorbeeld bij de kaasboer” verwacht Dingemanse dat mensen vaker bedanken. Statusverschillen zijn daarbij niet zo belangrijk. „Je zou denken dat mensen ook in informele situaties extra beleefd zijn naar iemand die hoger is in rang, maar we vonden alleen dat mensen iets minder geneigd zijn om iemand die hoger in rang is om hulp te vragen.” Dat onderzoek moet nog gepubliceerd worden.

De onderzoekers denken dat bedanken voor kleine dingen iets typisch westers is en hopen dat andere onderzoekers het in meer talen gaan bestuderen. In deze studie ontbrak bijvoorbeeld Nederlands.

    • Ellen de Bruin