Opinie

    • Georgina Verbaan

Bedrog

Het bedrog beslaat een tijdspanne van zo’n twee jaar. (Misschien zelfs langer. Ik moet in elk geval constateren dat ik twee jaar lang niet oplettend genoeg geweest ben.) Aanvankelijk viel hij mij niet op. Hij is niet bijzonder knap, heeft geen in het oog springende afwijkingen en is niet zo iemand die heel erg de aandacht op zichzelf vestigt. Hij was er gewoon. Ik had dat niet eens door. Ook omdat er weleens anderen waren, die wél zichtbaar psychische en/of medische hulp nodig hadden. Dan denk je toch sneller ‘ach, kijk hem nou’.

Zonder het door te hebben raakten we gewend aan elkaars nabijheid. Ik maakte foto’s van hem, wanneer ik hem zag. Ik maak van al die types foto’s. Mijn telefoon staat er vol mee. Op een druilerige dag viel hij mij op. Ik kreeg door dat hij mij steeds vanaf een andere plek gade sloeg. Rookte ik een stiekeme sigaret op het dakterras, zat hij iets verderop op een schoorsteen te doen alsof hij van het uitzicht genoot. Staarde ik naar een aanrecht vol vieze vaat, deed hij, gezeten op de barbecue van de buren, alsof hij zich zorgen maakte over zijn nalatenschap. Het was arrogantie van mij, ik dacht dat ik hem doorhad, dat hij een slecht acteur was en ik een goed acteur, of in elk geval een goede observator. Want ik zag zijn spiedende oogjes wel mijn richting op schieten, ik had hem heus wel door.

Tot op een dag, een eenzame dag, zo’n dag waarop de gezichtjes van de spullen met gezichtjes die ik verzamel en in mijn huis neerzet om naar mij te kijken en om naar terug te kijken niet genoeg waren. (U heeft geen idee hoeveel voorwerpen met gezichtjes er in de landelijke kringloopwinkels worden gedumpt als oud vuil omdat men er op uitgekeken is, een schande, waar ik graag iets aan doe) Ik bladerde door mijn telefoon om naar mijn collectie vogelfoto’s te kijken. En toen zag ik het. Al twee jaar lang zat dezelfde dikke grijze duif met de witte vlek in de nek op een paar meter afstand van mij! Ik was extatisch. Er was iemand die vrijwillig in mijn buurt verkeerde! (Ik ben eerder gevleid geweest door psychopathische stalkers.) Nog meer foto’s maakte ik van hem, die ik deelde op sociale media. Ik doopte hem Mijn Duif. (Oké, als ik hem op een andere plek in de stad tegenkwam deed hij of hij mij niet zag, of kende. Maar leer mij stalkers kennen, dacht ik.)

Tot ik gister op het dakterras ging kijken naar mijn omgewaaide wasrek. Bleek Mijn Duif al jaren TWEE IDENTIEKE DUIVEN te zijn! Een stel! Ik wist niet wat ik zag. Natuurlijk deelde ik dit bedrog meteen op sociale media. Het was dat of iets met het wasrek doen. Daar kreeg ik nóg een mokerslag te verduren „Zijn houtduiven. Hebben allemaal zo’n witte vlek.” Paar keer doorklikken op het internet, en inderdaad: Voor iemand die zo dol op duiven is weet ik bijzonder weinig van die gasten. Ze nemen mij niet in de maling. Ze zitten gewoon overal te zitten. Teleurstellend, wel.

    • Georgina Verbaan