Anti-pestprogramma’s werken vaak niet

Het is voor het eerst dat het effect van anti-pestprogramma’s is onderzocht. Vier programma’s werken wel.

Kaarten met positieve zinnen om een leerling met problemen op sociaal-emotioneel vlak, zoals gepest worden, te helpen, op basisschool de Spoorzoeker in Breda. Foto Roel Burgler

Anti-pestprogramma’s op basisscholen werken vaak niet tegen pesten. Dat blijkt uit het onderzoek Wat Werkt Tegen Pesten?, waarin vijf universiteiten en het Trimbos-instituut de werking van zeven anti-pestprogramma’s hebben getoetst. Drie van de zeven blijken ineffectief, waaronder de Kanjertraining, die op 2.500 scholen wordt gebruikt. Het is voor het eerst dat het effect van de programma’s op het tegengaan van pesten is onderzocht.

De Kanjertraining, die sinds 1996 bestaat, heeft “geen aantoonbaar effect op pesten in het algemeen”, schrijven de onderzoekers. Wel kan het programma werken in klassen met veel conflicten, en als een externe psycholoog het programma komt leiden, aldus het rapport. Stichting Kanjertraining kon donderdag nog niet reageren.

Naast de Kanjertraining heeft ook PAD (Programma Alternatieve Denkstrategieën) geen positief effect op pesten. Voor kinderen die veel gepest worden en in klassen met veel conflicten heeft PAD zelfs een klein, maar significant, ongunstig effect. Ook de SW PBS (School Wide Positive Behavior Support) werkte vaak niet na een jaar, al maken de onderzoekers een kanttekening dat maar weinig scholen dit programma uitvoerden zoals de bedoeling was en het eigenlijk een meerjarig programma is.

De Kanjertraining zou niet meteen afgeschreven moeten worden, zegt Bram Orobio de Castro van de Universiteit Utrecht, die betrokken was bij het onderzoek. “Eerder is aangetoond dat die wel werkt tegen somberheid, verlegenheid en de angst om naar school te gaan. Het zou zonde zijn het kind met het badwater weg te gooien.”

Anti-pestprogramma’s niet verplicht

In 2013 wilden de toenmalige staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) en kinderombudsman Marc Dullaert het gebruik van anti-pestprogramma’s nog verplicht stellen. Dat voorstel haalde toen geen Kamermeerderheid omdat bewijs voor de effectiviteit van de programma’s ontbrak. Het ministerie stelde wel een lijst op van anti-pestprogramma’s, waarvan er dertien ‘kansrijk’ werden geacht. Tien daarvan zijn nu voor het eerst onderzocht - twee wilden niet meedoen met het onderzoek, en KiVa was al eens goedgekeurd.

De wetenschappers ondervroegen bijna 7.400 leerlingen. “Kinderen kunnen het beste zelf aangeven of zij ervaren gepest te worden, omdat gepest worden per definitie een subjectieve ervaring is”, schrijven de onderzoekers. Omdat pesten vaak verborgen wordt, hebben de leerlingen bovendien een beter beeld van het pestgedrag dan ouders of leerkrachten, aldus het rapport.

Pesten aanpakken kán

Vier van de zeven programma’s blijken wél bewezen effectief. Vooral de specifiek op pesten gerichte, universele programma’s, aldus het onderzoek. Universele programma’s richten zich op de hele klas of school, selectieve programma’s op individuele kinderen.

De universele programma’s PRIMA en Taakspel (voor jonge kinderen) drongen pestgedrag binnen een jaar terug. Het specifieke programma Alles Kidzzz werkte volgens de leerkrachten wel om gedragsproblemen te verminderen, maar dit vertaalde zich niet naar een effect op pesten. Bij het selectieve programma Plezier op School werd wel een gunstig anti-pest-effect aangetroffen, alleen namen maar weinig scholen deel aan het onderzoek.

Minister gaat in gesprek

Minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs, ChristenUnie) laat weten dat de scholen met deze onderzoeksresultaten “beter in staat zijn een methode te kiezen die echt werkt”. Hij gaat met de sector bespreken hoe de scholen deze nieuwe informatie in de prakijk gaan brengen en stuurt deze week een beleidsreactie op het rapport.

Ook nu het effect van sommige anti-pestprogramma’s is bewezen, zullen ze niet verplicht worden, laat zijn woordvoerder weten. “De vrijheid van scholen is in Nederland erg belangrijk.” De Wet veiligheid op school verplicht scholen al een aanspreekpunt voor pesten te benoemen en een anti-pestbeleid te hanteren. Ook moet de school pestgedrag onder de leerlingen monitoren.

1 op de 14 wekelijks gepest

Nu is bewezen dat pesten is aan te pakken, pleiten onderzoekers ervoor dat hierop breed wordt ingezet. Zij zeggen wel dat nog meer kennis nodig is. Zo keken zij alleen naar de programma’s in hun geheel. Welke elementen precies pesten beïnvloeden is nog niet duidelijk.

Ook voeren scholen anti-programma’s vaak niet goed of niet helemaal uit, blijkt uit het donderdag verschenen onderzoek. Dat vermindert het effect, of doet het effect zelfs teniet. “Programma zijn vaak groot en moeilijk”, zegt onderzoeker Orobio de Castro. “Een school waarop niet of nauwelijks gepest wordt, moet zich afvragen of zo’n programma wel nodig is.” Ook zouden de makers van de programma’s kunnen kijken of ze behapbaardere paketten kunnen aanbieden.

De onderzoekers concluderen dat leerlingen vaker gepest worden dan zij aan leerkrachten en ouders vertellen. Bijna eenderde wordt wel eens gepest op het primair onderwijs, 1 op de 14 meerdere keren per week. Eenderde van de slachtoffers geeft aan dat aan niemand verteld te hebben.

Verschillen tussen scholen zijn bovendien groot. In 26 op de 352 (7,4 procent) klassen werd niemand regelmatig gepest, terwijl in 55 klassen minstens een kwart van de leerlingen twee of drie keer per maand wordt gepest.

Het was de bedoeling dat de onderzoekers tien programma’s onderzochten, maar Omgaan met Elkaar, Sta Sterk op School en Zippy’s Vrienden konden niet voldoende scholen laten deelnemen aan het onderzoek.

Lees hier het rapport Wat Werkt Tegen Pesten?:

Rapport 'Wat Werkt Tegen Pesten?' by NRC on Scribd

    • Menno Sedee