Zzp’ers in bouw gooien tarieven omhoog

Vacatures De crisis was zwaar voor zelfstandigen in de bouw. Maar nu profiteren ze van het toenemende personeelstekort.

John Tuerlings is zzp’er in de bouw. „Opeens had ik meer dan veertig uur per week nodig om alles gedaan te krijgen.” Foto’s Merlin Daleman

John Tuerlings nam een groot risico. In 2010, midden in de crisis, begon hij als zelfstandige zonder personeel in de bouw. Eindhovenaar Tuerlings had weinig keus. Hij was net ontslagen, op 47-jarige leeftijd. Geen bouwbedrijf neemt me nu nog in dienst, dacht hij. Ondanks zijn dertig jaar ervaring als timmerman en zijn specialisatie in woningisolatie.

De eerste jaren als zelfstandige waren moeizaam. Via kennissen en oud-collega’s probeerde hij klussen te vinden. Dat lukte lang niet altijd. Er waren weken dat hij geen enkele opdracht kreeg. „Dat gaat flink aan je vreten”, zegt Tuerlings.

Nu is alles anders. De economie trekt aan en er is werk in overvloed – op bouwplaatsen en bij mensen thuis. Er worden volop huizen gebouwd en particulieren besteden weer geld aan het opknappen van hun woning.

Bouwbedrijven komen handen tekort, blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) deze donderdag publiceert. Er waren het eerste kwartaal van dit jaar 15.500 vacatures – 6.000 meer dan een jaar eerder. Bijna 1 op de 5 bouwondernemers ervaart het personeelstekort als belemmering voor hun bedrijf. Er is niet alleen een tekort aan bouwlieden zoals timmermannen en steigerbouwers, maar ook aan gespecialiseerde elektriciens en installateurs.

Groeiende tekorten

Zzp’ers in de bouw profiteren daarentegen van de tekorten. Tuerlings zag zijn uurtarief oplopen van 35 euro in 2010 naar meer dan 50 euro nu. Het werk kwam naar hém toe. „Opeens merkte ik dat ik meer dan veertig uur per week nodig had om alles gedaan te krijgen.” Eindelijk kon Tuerlings weer investeren: een nieuwe bus, een nieuwe computer, nieuw gereedschap. „Dan merk je dat het de goede kant op gaat.”

Het personeelstekort zal alleen maar groter worden de komende jaren, voorspelde het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in december. Tussen 2017 en 2022 is er een instroom van 73.000 nieuwe werkenden nodig. De vraag is waar die vandaan moeten komen. Nog niet de helft van die 73.000 plekken kan worden vervuld door jongeren die de komende jaren hun opleiding afronden, verwacht het EIB.

‘Olie op het vuur’

Dat komt deels doordat veel bouwopleidingen tijdens de crisis stil kwamen te liggen. Die opleidingen zijn vaak leer-werktrajecten, zegt Taco van Hoek, directeur van het EIB. „Als je dan geen banen kunt aanbieden, kun je ook niet opleiden.”

Ook de strengere kredietregels van het eerste kabinet-Rutte waren slecht voor de bouw, zegt Van Hoek. Mensen waren in de crisis al terughoudend om huizen te kopen. „En door dat beleid viel de vraag nóg verder terug. Als je ervoor kiest om de woningmarkt niet te stimuleren, probeer dan in ieder geval om geen olie op het vuur te gooien.” Doordat er toen minder werd gebouwd, is er nu een grote inhaalslag nodig.

Waar moet al dat personeel vandaan komen, als de opleidingen niet genoeg mensen afleveren? De bouw moet concurrerender worden ten opzichte van andere sectoren, is een van de conclusies in het EIB-rapport, door aantrekkelijkere arbeidsvoorwaarden te bieden.

Deels gaat dat vanzelf: zie de stijgende tarieven voor zzp’ers. Hun tarieven bewegen snel mee met het economisch tij, zegt Van Hoek. In 2006, toen hij directeur van het EIB werd, „klaagden aannemers over de hoge tarieven van zzp’ers”. Toen kwam de crisis en daalden de prijzen weer: zelfstandigen zouden voor ‘afbraaktarieven’ werken en zo oneerlijk concurreren met werknemers. „Nu de bouw aantrekt, zitten de tarieven weer flink in de lift.”

De lonen van vaste werknemers zijn stabieler. In de crisis hoefden ze weinig loon in te leveren en nu gaan ze gematigder omhoog.

Dat blijkt ook uit de onlangs afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst (cao) voor alle werknemers in de sector ‘bouw en infra’. Vanaf augustus krijgen zij een structurele loonsverhoging van 2,35 procent. Volgend jaar zomer volgt een tweede stijging met 3 procent. „Geen hele forse stijging”, zegt Van Hoek.

Tuerlings hoeft niet zo nodig meer in loondienst. „Ik kan nu op mijn eigen manier werken, in mijn eigen tempo.” En als er een nieuwe crisis komt? Is het dan niet veiliger om in loondienst te zijn? „Ook dan is de kans groot dat ik weg moet omdat ik te oud ben. Op deze manier kan ik aan de gang blijven. Dan is het maar even wat minder.”