Recensie

Tilson Thomas laat Sibelius baden in de Californische zon

Klassiek De 73-jarige maestro Michael Tilson Thomas dompelde zich onder in de muziek van de Finse componist Jean Sibelius. De contouren in de muziek worden bij hem zacht en warm.

Violist Ray Chen. Foto Julian Hargreaves

Tussen de Zesde en Zevende Symfonie twijfelde magiër Michael Tilson Thomas even over welke toverstaf hij zou kiezen. De Amerikaanse dirigent kan met één klein handgebaar orkesten kameleontisch van kleur laten verschieten. Hij koos na enige aarzeling met een glimlach voor een andere baton, alsof de religieuze Zevende van Jean Sibelius een ander instrument eiste dan de aardse Zesde.

De 73-jarige maestro dompelde zich onder in de muziek van de Finse componist, met voor de pauze het Vioolconcert. Tilson Thomas koos voor een vertolking met minder strijkers dan normaal, waardoor solist Ray Chen alle ruimte kreeg om zijn viool diens verlatenheid te laten bezingen. Ook de cello’s en contrabassen wierpen door die keuze langere muzikale schaduwen. Het schiep een scherpe spanningsboog: het eenzame licht en het leger van de duisternis raakten verwikkeld in een fascinerend gevecht. Vaak beent de solist de melancholie van de viool uit, maar Chen leek de nadruk te leggen op de strijdbare en heldere eigenschappen van het instrument. Hij vergrootte zodoende de tegenstelling met het noodlot dat dreigend uit het orkest opdoemt.

Het cleane karakter van Tilson Thomas’ dirigeren – voor de pauze merkbaar, maar minder storend – manifesteerde zich in beide Sibelius-symfonieën. Het klankbeeld is tot in alle details afgewerkt. Bij de Amerikaan lijkt de muziek te baden in de Californische zon, waaronder hij opgroeide: de contouren ervan worden zacht en warm, waar Sibelius eerder vraagt om het onverbiddelijke noordelijke licht waaraan je je kunt snijden. In de muziek van de Fin is de natuur geen lieflijk decor, maar een blinde kracht die zich nooit aan ons zal onderwerpen, en achter wiens schoonheid de dood loert. Aan die rafelige tweeslachtigheid ontbrak het bij Tilson Thomas.