Fatoumata Diawara

Foto Aida Muluneh

Zij is één van Afrika’s belangrijkste zangstemmen

Interview Met haar debuut in 2011 werd Fatoumata Diawara één van de belangrijkste zangstemmen van Afrika. Muziek is voor haar een wapen. „Zo lang vrouwen en kinderen onrecht te verduren hebben, zing ik erover.”

Als vrienden aan haar denken sturen ze haar soms een berichtje met een kinderliedje. ‘Fatou Yo’ heet het. Het ligt de Malinese zangeres Fatoumata Diawara na aan het hart. In West-Afrika zijn misschien wel honderdduizend Fatoumata’s (afgekort ‘Fatou’) die allemaal dit Senegalese kinderliedje kennen, en toch lijkt het speciaal voor haar gemaakt. Het gaat over een meisje dat gehoord wil worden.

Om een indruk te geven: schrijver Koos Meinderts vertaalde Fatou Yo eens in het Nederlands met zinnen als ‘Fatou-yo, zie je me staan?’ en ‘Ik mag er zijn, al ben ik dan klein’. Diawara (1982) was dat meisje. Maar omdat iedereen altijd boos werd als ze sprak, werd ze een zwijgzaam, koppig kind dat door haar ouders naar een ander land werd gestuurd. Nu is ze een internationale ster die zich uitspreekt over alles waarover ze niet praten mocht.

Nog steeds is ze graag alleen, om te luisteren naar haar innerlijke stem, zegt ze in de kleedkamer van TivoliVredenburg. Zo expressief als ze is op het podium en zo kleurrijk als ze zich kleedt, zo moeilijk vindt ze het om met mensen om te gaan. „Als ik praat ben ik te direct. Muziek heeft me echt gered. Het heeft me een manier gegeven om te communiceren.” Haar nieuwe album heet Fenfo, ofwel ‘Iets te zeggen’.

Alleen dansen hielp

Met haar prachtig gelaagde stem die te horen was op haar debuutalbum Fatou werd ze zeven jaar geleden in een klap de belangrijkste jonge zangeres van Afrika. Ze combineerde de traditionele stijl van de Malinese Wassoulou-regio met jazzy singer-songwriterpop. Het album was op maat gesneden voor koffietentjes.

Maar dat zondagochtendgeluid was bedrieglijk. Diawara is niet in de wieg gelegd om alleen maar te behagen. Haar liedjes zijn aanklachten tegen onrecht, vrouwenbesnijdenis en kindersterfte. Zaken waar je als traditionele Malinese vrouw niet over spreekt. En zeker niet over zingt met een gitaar in je handen. Op Fenfo is die gitaar ook nog eens elektrisch geworden, en speelt ze rocksolo’s. Dat kán helemaal niet volgens de dominante Malinese traditie.

Diawara: „Vanaf mijn geboorte heb ik moeten vechten om vrij te zijn en ik ga daar niet mee stoppen.” Haar vroege jeugd speelde zich af in Ivoorkust, waar ze is geboren uit Malinese ouders. „Als klein meisje deed ik maar drie dingen: lachen, huilen en dansen. Ik had nooit kunnen denken dat ik ooit zou zingen, want alleen al praten viel me zwaar.”

Ze zag veel wat ze niet kon accepteren: de verstikkende tradities en familiebanden, de ondergeschikte positie van vrouwen. „Al heel jong veroordeelde ik de grote mensen, maar als ik iets zei werden ze boos of verdrietig.” Alleen dansen hielp, daarmee kon ze uitdrukking geven aan haar emoties.

Haar ouders wisten zich geen raad met dat artistieke meisje vol verzet. Ze stuurden haar weg naar een tante in Bamako, de hoofdstad van Mali. Ze zag haar ouders tien jaar lang niet. Via haar tante werd de innemende, mooie ‘Fatou’ ontdekt als actrice. Ze kreeg de hoofdrol in een Malinese filmhit, maar moest onder druk van haar familie live op televisie verkondigen dat ze nooit meer zou acteren. Toen ze in 2002 door een Frans theatergezelschap werd gevraagd voor een productie en haar familie dat dwarsboomde, besloot Diawara, twintig jaar oud, te vluchten. Met de politie op haar hielen wist ze in Bamako aan boord te komen van het vliegtuig naar Parijs.

Ik wilde ervaring opdoen, samen spelen met anderen

Daar ontdekte ze het zingen. Net als dansen gaf het haar de mogelijkheid om zich uit te spreken zonder anderen pijn te doen. En toen kwam dat debuut. „Zoveel mensen hebben me in de tussentijd gevraagd wanneer de nieuwe plaat kwam. Maar ik wilde ervaring opdoen, samen spelen met anderen.” En die stonden in de rij. Onder anderen Bobby Womack, Damon Albarn, Herbie Hancock, Roberto Fonseca en Flea vroegen om haar stem en haar liedjes. En ze speelde veel, over de hele wereld. Ze nam het in zich op en verbeterde haar gitaarspel, totdat ze de tijd rijp achtte voor nieuwe eigen liedjes.

Afrikaanse trots

Wat is gebleven is de focus op vrouwen en kinderen. „Dat zijn mijn thema’s. Zo lang zij onrecht te verduren hebben, blijf ik erover zingen.” En ze spreekt vrouwen direct aan, zoals in het nummer Kokoro: „Zusters, bleek je huid niet om eruit te zien als een witte vrouw. Ben je niet trots op wie je bent?” „Voor veel Malinezen is dat te direct. Maar als ik het lekker funky maak met een positieve melodie dan kan ik het zeggen zonder mensen pijn te doen.”

In Bamako ziet ze dat veel jongeren hun haar natuurlijk laten groeien en geen bleekproducten meer gebruiken. Een nieuwe Afrikaanse trots. Maar in het noorden van haar land heerst een ander regime. Daar is het al jaren oorlog door een ingewikkeld conflict dat voortkomt uit een oude onafhankelijkheidsstrijd van de Toeareg-nomaden, die is gekaapt door moslimextremisten die de sharia invoerden. In de film Timbuktu uit 2014 over het conflict speelde Diawara een muzikante die door soldaten wordt opgepakt omdat ze zingt – verboden volgens de sharia. In een indrukwekkende scène zingt ze het liedje door haar tranen heen terwijl ze veertig zweepslagen krijgt.

„Op het nieuwe album gaat één lied over de oorlog, het is gericht aan mijn Toeareg-broeders. Op Takamba zing ik: „We moeten terug naar de vrede. Al vijf jaar lang gaan kinderen niet meer naar school. Dat is voor niemand goed.”

Op de vraag of dat lied ooit de strijdende partijen zal bereiken, knikt ze heftig. „Voor mij is het heel duidelijk dat muziek een wapen is. In de woestijn heeft iedereen telefoons met internet. Ik weet dat ze dit liedje ook in Timboektoe gaan spelen.”

En ze is niet helemaal gek, ze heeft muziek gekozen die de boodschap acceptabel maakt. „Ik gebruik een typisch Toeareg-ritme waarmee ik zeg: ik ben net als jij. We kunnen samen een nieuw Afrika maken.”

    • Leendert van der Valk