Opinie

Het klimaat is ook ieders eigen verantwoordelijkheid

Elke dag loopt hij een beetje verder op, de prijs van ruwe olie. Een vat Brentolie van 159 liter doet nu bijna 80 dollar, en dat is de hoogste prijs sinds het najaar van 2014. In de zomer daarvóór draaide Saoedi-Arabië de kraan open met als kennelijk doel de concurrentie van schalieproducenten uit de Verenigde Staten uit de markt te drukken. Van zo’n 115 dollar per vat dook de prijs van olie omlaag, om in februari 2016 zelfs even onder 30 dollar per vat uit te komen.

Voor gebruikers van olie was dat uitstekend nieuws; meer benzine voor hetzelfde geld, goedkopere stook- en productiekosten. De producenten, waaronder die in het Midden-Oosten, maar ook het Rusland van Vladimir Poetin leden flink. Maar de grootste schade was, indirect, die aan het milieu. Goedkope olie kan leiden tot meer verbruik. De prikkel om zuiniger te zijn valt deels weg. En de alternatieven, zon-, wind- en andere energievormen, worden relatief onrendabel.

Vandaar dat duurdere olie, waar de prijs van gas vaak indirect mee samenhangt, voor het klimaat zeker niet ongunstig is. Dat geldt overigens ook voor de oliemaatschappijen zelf. Inkomsten nemen toe, de voorraad wordt meer waard. Het aandeel Shell is, sinds de olieprijs een jaar geleden begon te herstellen, met een derde in koers gestegen. Dat stemt de aandeelhouders van Shell, die dinsdag vergaderden, gunstig. Maar de kritiek op het concern neemt toe. Er gebeurt niet voldoende aan klimaatbeheersing, het bedrijf houdt te lang vast aan zijn oude strategie van olie en gas.

En, zo blijkt nu, er waren al zeer vroeg, ruim zestig jaar geleden, aanwijzingen dat grootschalig gebruik van fossiele brandstoffen zou leiden tot een broeikaseffect met potentieel rampzalige gevolgen. Olieconcerns, waaronder Shell, wisten daarvan en bleven in de decennia daarna goed op de hoogte. Het is goed dat Shell daaraan wordt herinnerd, en aangezet tot meer actie om te hervormen. En tot minder actie om het lucratieve oude verdienmodel te laten voortbestaan.

Maar een multinational is niet alleen een machtige organisatie, het is ook een groot en makkelijk doelwit. Het publiek weet zelf ook al geruime tijd, of zou moeten weten, dat ongehinderde consumptie volgens de huidige methodiek rampzalig is voor de planeet. Al in 1972 schudde de Club van Rome de burger wakker met het rapport Grenzen aan de Groei. Consumptie en verbruik zijn daarna alleen maar verder op hol geslagen. En hoe oprecht milieuvriendelijkheid ook wordt beleden, we leven nu in een tijd waarin smartphones razendsnel worden vervangen, nieuwe kleding in de mallemolen van snellere collectiewisselingen wordt doorgedraaid en vernietigd. De productie van cryptomunten kost binnenkort evenveel energie als heel Nederland gebruikt. In de Stille Oceaan drijven intussen eilanden van plastic afval. Elk jaar maken honderden miljoenen wereldburgers in de opkomende landen de sprong naar de middenklasse en een bijbehorend consumptiepatroon.

Dat moet anders, en snel. Overheden hebben daar een voorname rol in, binnenlands en internationaal. Het Klimaatakkoord moet dan maar zonder de Verenigde Staten overeind worden gehouden. Het bedrijfsleven heeft, zie ook Shell, eveneens een grote rol. En er zijn veel bedrijven die deze verantwoordelijkheid ook oppakken.

Maar de belangrijkste actor staat aan het einde van elke productieketen. Dat is de burger. Zonder grootschalige gedragsverandering lukt dat niet, en aan die verandering moet bewustwording vooraf gaan. Het klimaat en milieu zijn uiteindelijk ieders eigen verantwoordelijkheid.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.