Schoonmaken bedrijfsruimte is niet gelijk aan gebruik

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week belastingrecht: regiobelastingen en vrij verkeer van diensten.

Foto iStock

Hij huurde sinds medio 2015 een bedrijfsruimte in hartje Haarlem. Ruim een jaar later, december 2016, besluit de man met wederzijds goedkeuren van de verhuurder de huur per 31 december 2016 op te zeggen. Uiteindelijk levert de man het pand, dat vol staat met woondecoratie, op maandag 2 januari 2017 leeg op. De sleuteloverdracht met de verhuurder vindt vier dagen later plaats.

Eind februari valt er bij de man een aanslag voor onroerendezaakbelasting (ozb) van de gemeente op de mat, evenals een reclamebelasting voor „openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg”. Hij tekent bezwaar aan en stapt uiteindelijk naar de rechter.

De rechtbank van Noord-Holland buigt zich over de vraag of de aanslagen terecht zijn opgelegd. De rechtbank kijkt daarvoor naar het gebruik van het pand en verwijst daarbij naar de uitleg van de Hoge Raad. Die definieert gebruik als „niet louter het beschikbaar houden van de onroerende zaak, maar er daadwerkelijk iets mee doen”. Overigens tekent de Hoge Raad aan dat het bewust leeg laten staan van een bedrijfsruimte ook gezien wordt als vorm van gebruik.

De rechtbank bepaalt daarop dat de activiteiten van de man op 1 en 2 januari 2017 „niet meer inhouden dan het opruimen en schoonmaken van de bedrijfsruimte”. Er was dus volgens de rechtbank geen sprake van „de situatie waarin hij daadwerkelijk iets deed met de bedrijfsruimte”. De OZB-beschikking komt te vervallen.

De aanslag voor reclamebelasting blijft wel staan – de reclame hing er op 1 januari nog gewoon.

Zie www.rechtspraak.nl Zie www.rechtspraak.nl ECLI:NL:RBNHO:2018:3512
    • Anne van der Schoot