Minister Ollongren presenteert ‘reddingsplan’ voor huizenmarkt

Nationale Woonagenda

Woensdag presenteerde minister Ollongren haar 'reddingsplan' voor de door krapte geteisterde Nederlandse huizenmarkt. Maar lost het de problemen wel op?

Een bouwproject aan de Leidsevaart in Haarlem. Foto Michel van Bergen/Novum

Het reddingsplan voor de door krapte geteisterde huizenmarkt: met die boodschap presenteerde minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) woensdag haar Nationale Woonagenda. Het is een reeks voornemens van een groot aantal betrokken partijen om het woningtekort en de stijgende huizenprijzen aan te pakken. De belangrijkste: in de komende zes jaar moeten er gemiddeld 75.000 woningen per jaar worden gebouwd. Vaag is nog hoe dat moet gebeuren.

De minister maakte afspraken, hoewel ze die term niet noemde, met onder meer corporaties, Bouwend Nederland, Vereniging Eigen Huis (VEH), institutionele beleggers en gemeenten en provincies. Het gaat grofweg om drie nader in te vullen maatregelen: het versnellen van de huizenproductie, het verbeteren van de betaalbaarheid en het beter benutten van de bestaande huizenvoorraad.

Het huizentekort loopt tot 2025 fors op, tot ruim 600.000 woningen. De markt raakte afgelopen twee jaar, onder invloed van de aanhoudende economische groei, oververhit. Het aantal verkochte woningen steeg, waardoor het beschikbare aanbod afnam. Ook de huren in de vrije sector stijgen hard, waardoor er een tekort is in het middensegment (710 tot 1.000 euro).

Rekening houdend met een jaarlijkse afbraak van 12.000 tot 13.000 woningen zijn er tot 2025 zeker 700.000 woningen nodig, stelt Ollongren. Afgelopen jaar werden 62.000 woningen gebouwd.

Om het aanbod te vergroten, willen de corporaties en projectontwikkelaars dat gemeenten meer bouwgrond beschikbaar stellen, waarbij ze ook denken aan oude industrieterreinen. Uit recent onderzoek blijkt dat grondverwerving zo’n zeven jaar duurt.

Lees meer over de problemen op de woningmarkt: Waar de woningmarkt begint te schuren

Investeringsfonds voor grond

Probleem: om nu te bouwen, had je twee jaar geleden al plannen moeten maken, zegt Peter Boelhouwer, hoogleraar Woningmarkt aan de TU Delft. „Het aantal bouwvergunningen is de laatste maanden afgenomen, evenals het aantal plannen dat er is ontwikkeld. Met andere woorden: de komende twee jaar wordt er al nauwelijks gebouwd. Los daarvan hebben we een capaciteitstekort in de bouw, dus wie moet het gaan doen?”

Een belangrijke aanjager moet een investeringsfonds worden waarmee het geschikt maken van grond voor bebouwing wordt voorgefinancierd. Dat is een belangrijke wens van de bouwsector, die veel vreemd geld nodig heeft omdat winst pas achteraf wordt gemaakt. Banken zijn terughoudend met investeringen. „De grote vraag is: wie gaat daarin geld storten”, zegt Boelhouwer. „Er zal jaarlijkse zeker twee miljard euro bij moeten, vanuit het Rijk.”

De tweede pijler onder de Woon-agenda is verbetering van de doorstroming. Voor bepaalde doelgroepen zoals starters en senioren moet er meer aanbod op maat komen, onder meer via kleinere sociale huurwoningen. Tegelijk moet scheefwonen worden aangepakt. Hoe is nog onduidelijk.

Ook willen de partijen de betaalbaarheid van woningen verbeteren, onder meer door de aanpak van excessen op de woningmarkt. Nu wordt een deel van de voorraad aan de markt onttrokken doordat (delen van) huizen worden ingezet voor toeristische verhuur. Via een uniform registratiesysteem moeten gemeenten meer zicht hierop krijgen.

De Woonagenda is de eerste uitwerking van Ollongrens wens om meer de regie te nemen bij het vlottrekken van de woningmarkt. Maar ze benadrukt dat wonen „primair een lokaal en regionaal vraagstuk” is. Ze wil twee keer per jaar in overleg met regionale partijen om de voortgang toetsen. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) liet woensdag weten dat het „voor ons nog te vroeg is ons aan de Woonagenda te committeren”. Als reden geeft de VNG dat veel collegeonderhandelingen nog bezig zijn.

Andere betrokken partijen prijzen het akkoord. Maar de Woonbond, die opkomt voor huurders, is kritisch. Zo wordt er niet gesproken van een ‘akkoord’, onder meer omdat de Woonbond (huurdersbelangen) dat niet wilde. Het is hooguit „een adressering van belangrijke onderwerpen die nadere uitwerking moeten krijgen”, aldus voorzitter Ton Selten. Hij wijst onder meer op de verhuurdersheffing voor corporaties die huurders moeten opbrengen.

VEH is positiever en spreekt van reageert wel positief op de plannen. „Met wat geduw en getrek is het gelukt „een concrete ambitie op te nemen, waarmee de minister haar verantwoordelijkheid neemt”. voor de woningbouw”, stelt dus Rob Mulder, VEH- directeur kennis en belangenbehartiging.

Lees ook: ‘Politici aan zet om problemen huizenmarkt op te lossen’

Correctie (24 mei 2018): in een eerdere versie van dit artikel stond dat er een jaarlijkse afbraak van woningen is van zo’n 12 procent. Dat is onjuist; het gaat om ruim 12.000 woningen. Dat is hierboven verbeterd.

    • Jorg Leijten
    • Pim van den Dool