Rapport: aanleg wegen en spoor lost drukte niet op

Mobiliteit Stop met het bouwen van meer wegen en meer spoor, zegt een adviesraad tegen het kabinet. Investeer liever in slim en schoon vervoer.

Randstadrail in Den Haag. Foto Lex van Lieshout

Geld voor infrastructuur moet anders worden besteed. Aanleg van nieuwe wegen of spoor is niet zinvol. De overheid moet bestaande infrastructuur beter benutten door gebruik te maken van nieuwe technologie en aanbieders van nieuwe vervoersdiensten. Er moet ook meer aandacht komen voor duurzaam reizen. Alleen zo kan Nederland bereikbaar en mobiel blijven.

Dat schrijft de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) in een rapport dat woensdag is gepubliceerd. De onafhankelijke raad adviseert de regering en de Tweede Kamer. In het rapport ‘Van B naar Anders’ pleit de Rli voor aanpassing van het vervoersbeleid. Waar beleidsmakers tot nu toe vooral denken in verschillende vervoersvormen – auto, openbaar vervoer, fiets – moeten zij gaan denken in mobiliteit, ongeacht het vervoermiddel.

Lees ook dit interview met oud-minister Schultz: ‘We zijn nog niet klaar voor de vliegende auto’

Reizigers zijn meer gebaat bij een goed aansluitend netwerk en hoogfrequent vervoer dan bredere wegen en meer spoorlijnen, aldus de Rli. Bestaande infrastructuur kan worden gebruikt voor efficiëntere opties als e-bikes, deelauto’s en lightrail. De traditionele tweedeling tussen auto en openbaar vervoer is niet langer relevant: elk traject stelt andere eisen aan het vervoermiddel en de capaciteit. Combinaties moeten makkelijker worden. Regionale knelpunten moeten bij provinciale wegen worden opgelost, niet met hoofdwegen. Ruimtegebrek in de steden vereist een verschuiving van autobezit naar autogebruik.

Regeerakkoord

Dit nieuwe denken over mobiliteit is al in gang gezet. Ook in het regeerakkoord is, naast bouwplannen, sprake van een „geïntegreerd vervoerssysteem”, mogelijk gemaakt door technologische ontwikkelingen. Het Infrastructuurfonds, met aparte budgetten voor wegen, spoor en waterwegen, wordt vanaf 2030 omgevormd naar een Mobiliteitsfonds zonder dergelijke schotten.

Volgens de Rli gaat deze ontwikkeling echter niet snel genoeg. De huidige regelgeving staat vernieuwing in de weg. Definities van vervoermiddelen moeten worden verruimd, vervoerders moeten meer ruimte krijgen om samen te werken.