Overheden en bouwsector: 75.000 woningen per jaar erbij

Minister Ollongren (Binnenlandse Zaken) heeft met de bouwsector afspraken gemaakt om het huidige woningtekort aan te pakken.

Foto Getty Images/iStock

De komende zes jaar moeten er jaarlijks gemiddeld 75.000 woningen worden gebouwd om de krapte op de woningmarkt aan te pakken. Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) heeft daartoe een akkoord gesloten met onder meer corporaties, Bouwend Nederland, de Vereniging Eigen Huis (VEH) en lagere overheden. Hoewel de plannen nog verder worden uitgewerkt, moet de zogenoemde de Nationale Woonagenda het startsein vormen voor een grote bouwcampagne.

Het woningtekort in Nederland loopt tot 2025 aanmerkelijk op, schreef Ollongrens voorganger Ronald Plasterk eerder al. Concreet gaat het om een tekort van ruim 600.000 woningen. De woningmarkt raakte de afgelopen twee jaar, onder invloed van de aanhoudende economische groei, oververhit. Het aantal verkochte woningen steeg, waardoor het beschikbare aanbod afnam. Ook de huurprijzen in de vrije sector stijgen momenteel bijzonder hard, zo maakte online platform Pararius begin deze maand bekend. Met name het middensegment - met prijzen tussen de de 711 en 1000 euro – is het tekort aanzienlijk.

Dus moet er fors worden bijgebouwd. Rekening houdend met een jaarlijkse afbraak van zo’n 12 procent van de woningen zijn er tot 2025 zeker 700.000 woningen nodig, stelt de minister nu. Dat moet gebeuren op drie manieren: door de betaalbaarheid van de huizen aan te pakken, het tempo waarin gebouwd wordt te versnellen en excessen op de woningmarkt aan te pakken.

Uitbreiding woningvoorraad

Concrete plannen om die 700.000 woningen te bouwen ontbreken nog grotendeels, mede in afwachting van een nieuw akkoord over het huren in de sociale sector. Het huidige akkoord, gesloten in 2015 tussen de branchevereniging voor woningcorporaties Aedes en de Woonbond, loopt in juni 2018 af. Zij spreken onder meer over maatregelen om de huren zo laag mogelijk te houden.

Om het woningaanbod te vergroten willen de corporaties dat er meer kleine sociale huurwoningen bijkomen. Gemeenten moeten volgens hen meer bouwgrond beschikbaar stellen om hen in staat te stellen het aanbod te vergroten. Oude industrieterreinen zouden bijvoorbeeld geschikt kunnen worden gemaakt voor woningbouw. Daarnaast moet er een investeringsfonds komen waarmee het geschikt maken van grond voor bebouwing wordt voorgefinancierd. Dat is een belangrijke wens van de bouwsector, die huiverig is veel te investeren in grond om op te bouwen omdat niet zeker is of er winst mee behaald kan worden.

Aanpak verhuur voor toerisme

Diezelfde gemeenten krijgen ook meer mogelijkheden om excessen op de woningmarkt aan te pakken. Nu wordt een deel van de woningvoorraad aan de markt onttrokken doordat (delen van) huizen worden ingezet voor toeristische verhuur. Via een uniform registratiesysteem moeten gemeenten meer zicht krijgen op wie zijn woning(en) verhuurt aan toeristen.

De Woonagenda is de eerste uitgebreidere uitwerking van de wens van minister Ollongren om meer de regie te nemen bij het vlottrekken van de woningmarkt. Maar de minister benadrukt in het stuk dat wonen “primair een lokaal en regionaal vraagstuk” is. Ze wil daarom twee keer per jaar in overleg met alle betrokken regionale partijen de voortgang van het akkoord toetsen en zo kijken of het streven van 700.000 extra woningen in zes jaar wordt gehaald.

Het kabinet heeft naast de wens voor een beter functionerende woningmarkt ook fors ingezet op meer duurzaamheid en klimaatwetgeving. “Het verduurzamen van de woningvoorraad en de keuze voor aardgasvrij wonen heeft consequenties voor de woningopgave”, schrijft Ollongren. In het kader van het Klimaatakkoord werkt oud-PvdA-leider Diederik Samsom hieraan aan de sectortafel Gebouwde Omgeving, die rond de zomer rapporteert. In het regeerakkoord staat de ambitie om 30.000 tot 50.000 woningen per jaar aardgasvrij te maken.

    • Jorg Leijten