Tekeningen uit ‘Bloesems in de herfst’ van Aimée de Jongh.

Beeld Aimée de Jongh

Aimée de Jongh: ‘Ik zoek sereniteit in mijn strips’

De nieuwe grafische roman van stripauteur Aimée de Jongh is een Europese aangelegenheid. Bloesems in de herfst verschijnt tegelijk in Frankrijk, Duitsland en Nederland. De Jongh ontwikkelt zich razendsnel, het verhaal daarentegen is een oase van rust.

Een nieuwe graphic novel van Aimée de Jongh trekt op voorhand de aandacht. De vorige, haar debuut, werd lovend ontvangen en zorgde subiet voor een internationale doorbraak: De terugkeer van de wespendief (2014) verscheen in het Frans, Engels, Spaans, Servisch en werd bewerkt tot telefilm. Geen geringe prestatie voor een striptekenaar die nog dertig moet worden. Niet eerder viel een zo jonge Nederlandse striptekenaar die erkenning ten deel.

Dargaud, de Franse uitgever bij wie in 2015 de vertaling van haar debuut verscheen, nodigde De Jongh destijds uit om te praten. Het was een memorabele ontmoeting. De Jongh: „Ze vertelden me dat ze eigenlijk nooit alleen passief vertalingen uitgeven. Het gaat ze om de auteur, niet alleen om boektitels. En dus kwam de vraag of ik een graphic novel voor hen wilde maken.” In Nederland bleef het stil, zegt ze. Daar vroeg niemand om een tweede boek van de veelbelovende debutant.

Lees ook: De wachtkamer van Europa, de getekende reportage die Aimée de Jongh voor NRC maakte van haar reis naar de vluchtelingenkampen op Lesbos.

Het werd nog mooier. Hoewel ze de vrijheid kreeg het schrijven zelf te doen, stelde de uitgever voor om met een scenarist te werken. Als het mag, dacht De Jongh, dan graag met Zidrou: haar idool. Zidrou is een vooraanstaand en veelgevraagd stripscenarist uit de hedendaagse Franco-Belgische school en auteur van een indrukwekkend oeuvre, met onder meer de graphic novels Michel, De adoptie en Lydie en de series Mooie zomers en Shi Zijn naam viel meteen. Een paar weken later al zat De Jongh in Spanje, waar Zidrou (pseudoniem van Benoît Drousie, 1962) woont, en begon het werken aan haar nieuwe grafische roman, Bloesems in de herfst.

Tekeningen uit ‘Bloesems in de herfst’ van Aimée de Jongh. Beeld Aimée de Jongh

De seizoensaanduiding in de titel verwijst naar de leeftijd van beide hoofdpersonen: Odysseus is een 59-jarige weduwnaar die zijn baan kwijtraakt. Al die jaren kon hij vluchten in zijn werk en nu dat verdwenen is, ervaart hij de eenzaamheid voluit. Dan ontmoet hij Mediterranea Solenza, een voormalig fotomodel van 62 lentes. Ze werkt in de kaaswinkel van haar pas overleden moeder. Na een afspraakje sluipt de liefde op kousenvoeten hun relatie binnen.

Dit idee ontstond al in het eerste gesprek dat De Jongh met Zidrou had. „Ik wilde graag een liefdesverhaal tekenen. Dat vond hij prima, maar dan geen klassieke setting van een jongen en een meisje. Hij wilde per se oudere mensen. Dat gebeurt niet vaak, dus ik dacht: kom maar op.”

De keuze voor oudere mensen pakt goed uit. Geen jeugdige overmoed en twijfel, Odysseus en Mediterranea gaan energiek en toegewijd op weg, ongevoelig voor wat de buitenwacht vindt van liefde op hun leeftijd. Ze zijn betrokken en op een aandachtige manier intiem met elkaar. Dat maakt van Bloesems in de herfst een opvallend fris verhaal.

Dertigers

„Eigenlijk gebeurt er niet bijster veel,” zegt De Jongh. „Als je het verhaal uitschrijft ben je zo klaar. Het gaat vooral om de ontwikkeling van de romance en om wat er zich in hun hoofden afspeelt. En dat in het tragere ritme van het leven op die leeftijd.

Het tempo is het grote verschil tussen haar beide grafische romans. In De terugkeer van de wespendief buitelen de heftige emoties over elkaar: hoofdpersoon Simon is een tobber, die worstelt met een voorval uit zijn jeugd. Als hij getuige is van een zelfmoord, raakt hij het spoor bijster. De Jongh: „Wespendief voelt nu als een nawee van een stijl waarin ik zat, met veel actie, veel psychologisch drama. Dat ben ik ontgroeid. Als ik nu naar mijn boekenkast kijk, is het allemaal wat poëtischer, rustiger geworden. Ik let nu veel meer op de cinematografische kwaliteiten van strips, heb meer aandacht voor de tekeningen zelf. Ik zoek die sereniteit.”

Schetswerk van Aimée de Jongh. Beeld Aimée de Jongh

En inderdaad, haar tekeningen zijn volwassener geworden. Bloesems wordt gekenmerkt door een ingetogen benadering, die De Jongh vooral in het kleine gebaar bereikt: een steelse blik, een rechtere rug. Haar tekeningen zijn leger geworden. Zo slaagt ze erin om passages zonder veel tekst naar haar hand te zetten. Dat verraadt niet alleen vakmanschap, maar ook inlevingsvermogen. Dat kalme tempo verleidt de lezer.

De Jongh: „Het is een verhaal over de acceptatie dat je ouder wordt en over de ontdekking dat je nog liefde kan vinden en je persoonlijk kan ontwikkelen. Dat zie ik ook bij mezelf. Als tekenaar ben ik ouder geworden, rijper. Dat heeft niets te maken met grijs worden, of aftakeling.”

De samenwerking met de ervaren Zidrou is De Jongh goed bevallen. „Van hem heb ik geleerd hoe je slim structuur kan aanbrengen. Hij kiest er bijvoorbeeld vaak voor om van locatie of tijd te veranderen als je de bladzijde omslaat, bij wijze van breekpunt. Dat werkt goed.”

Is deze ervaring een aanbeveling voor collega’s om met een scenarist in zee te gaan? „Niet per se, maar met Zidrou zeker. Ik heb ook eens met een scenarist gewerkt die zichzelf als opdrachtgever zag en mij als uitvoerder. Dat is niet hoe het moet zijn. Je bent co-auteurs.”

Een heikel punt. „In Frankrijk en België werkt iedereen met een scenarist. Bij ons in Nederland zijn er nauwelijks goede scenaristen; hooguit een paar in het avonturenstripsegment. Voor de serieuzere verhalen, graphic novels, zijn ze er niet. In Nederland schrijven tekenaars hun verhalen dus maar zelf.”

Volgens De Jongh is het exemplarisch voor waar de Nederlandse stripcultuur staat. Zeker, de Nederlandstalige markt is kleiner dan de Franse, maar dat is niet het hele verhaal. In Frankrijk is het een serieuze bedrijfstak met een aantal grote spelers, die er in Nederland niet zijn. Alleen al bij Dargaud, de uitgever van De Jongh, werken meer dan honderd mensen. Bij alle Nederlandse stripuitgevers bij elkaar nog niet eens de helft daarvan. „Ik heb nu al een behoorlijk aantal signeersessies staan voor de Franse Bloesems in de herfst. Dat is in Nederland ondenkbaar. Het is een woestijn hier.”

In antwoord op de vraag of ze Nederland ontgroeid is, volgt een langgerekte, maar ook aarzelende nee: „Nederland is het leukste land om in te leven, maar voor een carrière als striptekenaar moet je de grens over.”

Nieuwe strips op Stripdagen Haarlem

Vanaf vrijdag vinden voor de veertiende keer De Stripdagen Haarlem plaats. Het grootste tweejaarlijkse stripfestival van Nederland duurt tien dagen. Thema dit jaar is 200 jaar Frankenstein, de Maakbare Mens: er zijn exposities, lezingen en voorstellingen gedurende de hele festivalperiode. Het zwaartepunt is komend weekend, met gratis toegankelijke stripbeurzen in de Philharmonie en rond de Grote Markt. Veel Nederlandse stripuitgevers presenteren daar hun nieuwe albums. Een selectie.

    • Stefan Nieuwenhuis