‘Ik had de jongens graag beloond’

Ronde van Italië

De Italiaanse sprinter Elia Viviani won zijn vierde rit. Danny van Poppel zette te vroeg zijn eindsprint in en eindigde als vierde.

Danny van Poppel (rechts) komt tekort in de eindsprint tegen de Italiaanse sprinter Elia Viviani, die zijn vierde ritzege in de Giro viert met vier vingers in de lucht. Foto Luk Benies/AFP

Aan het zonovergoten Gardameer zijn de lieden van Team LottoNL-Jumbo het met elkaar eens: de zeventiende etappe die weldra van start gaat wordt er eentje voor de ontsnapping. Een massasprint zal het echt niet worden, en daar wordt een breed palet aan argumenten voor aangevoerd.

Er is nog geen enkele ontsnapping naar de finish gereden, bijvoorbeeld. De kans daarop wordt statistisch met de dag groter, houdt men zich voor. Bovendien is de rit naar het Meer van Iseo wel erg lastig: de eerste tien kilometer van de wedstrijd voert de renners bergop en daarna gaat het nog negentig kilometer als een achtbaan op en af. Voor sprinters een verschrikking, in de finale zullen ze leeg zijn. „Het is te lastig, te moeilijk te controleren”, zegt Sierk Jan de Haan namens de ploegleiding. „Dit is wel een dag voor Bert-Jan [Lindeman, red.]”.

De Nederlandse formatie in zwart en geel gaat het op de ontspanning gooien. Daar hebben ze ook nogal wat mensen voor in dienst. Koen Bouwman zou kunnen, het talent dat het in de eerste week zowat tot ritwinst schopte.

Ook Jos van Emden, de nummer vier van de lange tijdrit een dag eerder, gaat het proberen. Hij komt uit de bus van zijn team gestapt om zich warm te rijden. Als hij op het zadel gaat zitten krijgt hij zijn zoontje Bram aangereikt, die hij op de stang van zijn fiets zet zodat hij lekker kan meekijken welk vermogen papa wegtrapt. „Ik denk dat ik wel één of twee keer mee ga springen vandaag”, zegt Van Emden. „Dat doe ik normaal nooit. De laatste keer dat ik in een kopgroep zat was vier jaar geleden.” Helemaal achteraan in de rij opwarmende renners zwoegt Robert Gesink tot hij er van grimast.

Overleven

Voor de sprinter van de ploeg wordt het een dag van overleven, als het aan de plannen van zijn ploeg ligt dan. En daar is Danny van Poppel (24), al vier keer top-5 deze Giro, het wel mee eens ook. „Als ik heel eerlijk ben denk ik niet dat het een sprint wordt”, zegt hij uit stilstand fietsend terwijl de zweetparels van zijn gezicht lopen. „Het kan wel hoor. En dan ben ik er klaar voor. Maar het zal oorlog worden, zoals deze hele Giro.”

Hij krijgt aanvankelijk gelijk. Dat er een loodzwaar laatste Alpenweekend voor de boeg staat is het peloton een rotzorg. Het gaat vol gas vanuit de start in Riva del Garda. Van Poppel wordt meteen gelost en moet de hele dag in de achtervolging.

Minuten voor hem gaat een man of twintig aan kop, maar echt wegrijden doen ze niet. Het team van BORA-hansgrohe rijdt het gat steeds dicht. Zij willen nou juist wel een massasprint. De schoonheid van de Giro zit ‘m in de onvoorspelbaarheid en het goede nieuws is dat Van Poppel zich over drie bulten terug heeft gevochten en in de voorste gelederen zit.

Op veertig kilometer van finishplaats Iseo beginnen de Nederlanders de koers in handen te nemen, teneinde een groepje fladderende avonturiers terug te halen. Koen Bouwman sleurt op kop, net als Bert-Jan Lindeman. Op 27 kilometer rijdt een luxueuze sprinttrein van LottoNL-Jumbo voorop. Iedereen rijdt zich scheel voor Danny van Poppel, zoon van Jean-Paul, in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw ’s lands beste sprinter, met negen ritzeges in de Tour, vier in de Giro en nog eens negen in de Vuelta.

Waterballet

Met nog twaalf kilometer te rijden is het peloton in tact, en dan breekt de pleuris uit. Van organisatie bij de Nederlanders is geen sprake meer. In extremis komt Van Poppel toch naar voren, begeleid door de Italiaan Enrico Battaglin. Boven Iseo breekt dan een wolk. De massasprint wordt een waterballet.

Bij het opdraaien van de finishstraat zit Van Poppel in het wiel van de kleine Elia Viviani. Zijn positie kan niet beter, hij hoeft nu alleen nog maar te wachten en de trekker over te halen. Maar hij is ongeduldig, zei hij woensdag op voorhand: „Ik ben liever te vroeg dan te laat”.

De das om

Dat doet hem nu de das om. In de laatste honderden meters voor de finish neemt Van Poppel een gok. Hij wil zijn opponent verrassen door eerder ‘aan te gaan’. Hij komt vroeg in de wind en trekt vervolgens eigenlijk de sprint aan voor zijn grote concurrent. De Italiaan timet zijn laatste krachtsexplosie wel goed en sprint uit de rug van de Nederlander naar zijn vierde dagzege deze Giro. Van Poppel wordt vierde. „Ik had de jongens graag beloond”, zegt hij teleurgesteld.

Honderden meters voorbij de finish, pal aan de schuimende waterkant van het Iseomeer, springt hij gauw onder de douche. Aan de andere kant van het raam komt de regen met bakken uit de hemel. Jos van Emden volgt tien minuten later, doorweekt en wel. „Toch een sprint hè?”

    • Dennis Meinema