Gelatin en conservator Franscesco Stocchi bij de kunstwerken

Foto Jason Schmidt

Metershoge drollen in Boijmans: ‘voor iedereen die denkt dat kunst shit is’

Beeldende kunst Bij de tentoonstelling ‘Vorm – Fellows – Attitude’ van het Oostenrijkse kunstenaarscollectief Gelatin in Boijmans Van Beuningen in Rotterdam mag je een piemel- of vaginapak aantrekken. Hun humor is aanstekelijk.

Ze zijn er voor de graatmageren en de dikkerds, voor man en vrouw en alles wat daartussen in zweeft. Honderd-en-één kostuums hangen gesorteerd in rekken: trappelpakken, jumpsuits, korte broekjes, hesjes in de kleuren roze (soms knallend), eigeel, wit, bordeauxrood, zwart en beige. Niets aan deze ‘naaktpakken’, zoals de bedenkers ervan ze noemen, is abnormaal: behalve de buitensporige geslachtskenmerken die aan de buitenkant bungelen.

Die kenmerken zien er als volgt uit. Een slurfachtige penis die tot halverwege de knie hangt, een penis zo groot als een oorwurm. Vagina’s met enorme schaamlippen of juist piepkleine – een flap leer eruit, de hele boel begroeid onder zacht fluweel. Tieten als erwtjes, tieten met kraaltjes versierd, maar ook tieten die stijf omhoog groeien en die je in je mond kunt steken als speen. Keuze te over.

Geen vrouw zal zich de kans laten ontgaan om eens als man door het leven te stappen, en dus kies ik een geel jumpsuit met een enorme piemel slingerend aan het afzakkende kruis. Ik trek de soort zak van stretchstof aan, rol de pijpen op en los geht’s, de tentoonstelling tegemoet van het Oostenrijkse kunstenaarscollectief Gelatin in Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Voel ik me naakt? Nee, integendeel. Alles blijft juist veilig verstopt in dit ridicule, slobberende kostuum dat me doet denken aan het carnaval in Brabant.

Zo dus, in een eigele piemel-outfit loop ik de enorme Bodon-zalen in. Daar stuit ik op vier reusachtige, donkerbruine bolussen. Drollen dus. Ze zijn gemaakt van keihard polyester, stro vermengd met klei en gips. De één slingert als een slang door de ruimte. De ander vormt een soort Vesuvius met een vrolijke punt op de top. Weer een ander heeft de kenmerkende vorm van een slakkenhuis. Ik mag er met mijn vingers aanzitten. Iedereen mag dat. Ik mag er een handstand tegenaan maken. Misschien mag ik er ook wel een vlaggetje in prikken, zoals je doet bij een hondendrol op de stoep.

Foto Aad Hoogendoorn
Foto Aad Hoogendoorn

Grappig

Eigenlijk mag alles van de vier kunstenaars die Gelatin vormen. Tijdens de opening van hun tentoonstelling ‘Vorm – Fellows – Attitude’ (raadseltje: aan welke modernistische slogans doet die titel denken?) geven de vier uit Wenen en München komende kunstenaars zelf het goede voorbeeld: ze nemen poses aan alsof ze op hun hondjes met elkaar neuken. Ze likken elkaars tieten. Trekken aan hun penis van stof. En ja – het is erg grappig, iedereen lacht, conservator Francesco Stocchi, die de kunstenaars uitnodigde, ook.

Maar dat is het. Ik slenter nog wat heen en weer tussen de drollen. Kijk tussen de kunstige donkerbruine slingers die organisch, zonder enige voorbereidende tekeningen hier in Boijmans zijn ontstaan. Ik bewonder de pakken van andere bezoekers – sommige zien er in hun eigen kleren naakter uit dan ik – en dan ga ik weer. Op de terugweg naar huis bedenk ik wat ik nu eigenlijk heb gezien.

Zelf noemt Gelatin hun solo „een shitshow”, „bedoeld voor iedereen die denkt dat hedendaagse kunst shit is.” Curator Francesco Stocchi zegt dat Gelatins werk gaat over „inclusiveness” – iedereen kan een pak aantrekken en ronddartelen tussen de drollen. Hij zegt ook dat leden Wolfgang Gantner (1970), Tobias Urban (1966), Florian Reither (1970) en Ali Janka (1970) zich bezighouden met taboes doorbreken en blokkades opheffen. „Wat vertelt een drol over je?” vraagt hij me. Het antwoord luidt (althans voor een niet medisch geschoolde leek): helemaal niets. Ieder mens is uniek, maar drollen zijn over de hele wereld dezelfde.

Met de keuze voor de provocatie als expressievorm staat Gelatin in een lange, Oostenrijkse traditie. Van de erotische werken van Schiele en de grimmige waanbeelden van Kubin loopt een kronkelige lijn naar het hier en nu van Gelatin. Die lijn zwiert langs de dadaïst Walter Senner (motto: ‘Geef de kosmos een trap!!’). Die lijn raakt de zelfvernietigende Aktionen van Rudolf Schwarzkogler uit 1965, zwiept langs de ‘bloedorgels’ van Otto Mühl en het Orgien-Mysterien Theater van Hermann Nitsch.

Gelatin is dit alles en ook meer. Want Gelatin heeft – zo zeggen ze zelf – geen doel, hun werk kent geen ontwikkeling. Sinds ze elkaar in 1978 tijdens een zomerkamp ontmoetten, „spelen en werken ze samen”, zoals de korte biografie op hun website luidt.

Pisperformance

Dat spelen en werken vond aanvankelijk binnen een veel groter Oostenrijks collectief plaats – Galettene, dat zich serieus bezighield met het omverwerpen van het kapitalisme via het bakken van biologische taarten. Maar de vier werden uit het collectief gezet en begonnen Gelatine. Met succes: sinds 1993 stelt Gelatin over de hele wereld ten toon. Hun werk strekt zich uit van poëtische lichtshows in een grot in Puerto Rico, een poepalfabet („het eerste geschenk van een kind aan zijn moeder”), een fluisterkaraoke op de Donau, een pisperformance bij Deitch in New York, een brandende houtoven in Venetië, tot schilderijen, keramiek, beelden van kunststof en nog veel meer. Het dichtst bij een artistiek credo komt de door Gelatin-kunstenaar Ali Janka geformuleerde uitspraak: „Waarom één idee hebben als je er wel tien kunt bedenken?”

De humor, de vriendelijkheid van de leden van Gelatin en hun speelse houding zijn aanstekelijk. De hele wereld kan een attractiepark worden en iedereen en alles wat zich daarin voortbeweegt wordt onderdeel daarvan. Vier het leven met elkaar en door elkaar. Leve de kosmos.

Die houding verovert hart en ziel. Maar de kunst zelf ondertussen verovert maar matig. Ik kijk nog één keer om over mijn schouder en zie de vier bruine bolussen in Boijmans glanzen. Als het leven van Gelatin hier wegtrekt, hun cabareteske show weer terugkeert naar Wenen, wat zijn deze drollen dan meer dan best grappige, maar zeker geen taboedoorbrekende of horizonverleggende relicten?

Correctie (24 mei 2018): In een eerdere versie van dit artikel werd de voornaam van Rudolf Schwarzkogler foutief geschreven als Rudolph. Dat is hierboven aangepast.

    • Lucette ter Borg