Een instituut van naoorlogs Amerika

Philip Roth (1933-2018) | Schrijver

Met Philip Roth (85) overleed de grootste nog levende Amerikaanse schrijver. Hij vertolkte de American dream van de Joden.

Auteur Philip Roth poseert in New York op een foto uit september 2010. Roth overleed dinsdag op 85-jarige leeftijd in een ziekenhuis in New York. Foto Eric Thayer/Reuters

Het is van een geruststellende ironie dat de Nobelprijs voor Literatuur dit jaar niet zal worden uitgereikt vanwege een seksschandaal binnen het Nobelprijscomité, net in het jaar dat de Amerikaanse schrijver Philip Roth op 85-jarige leeftijd is overleden. Die onderscheiding, waarvoor hij al decennialang gedoodverfd favoriet was, krijgt hij dit jaar niet, en niemand niet, maar Roth zal hem echt nooit meer krijgen. De schrijver overleed dinsdagavond aan een hartstilstand in een ziekenhuis in New York, zo meldde zijn vertegenwoordiger.

Ook ironisch van die #MeToo-affaire: de laatste jaren was de teneur rond Roths werk vooral die van afkeuring door een jongere generatie critici, om zijn vermeende machoschrijverschap: dat hij in een deel van zijn werk de man, zichzelf, als maat der dingen nam en de vrouw tot object reduceerde, object van lust. Hij was, sinds 2010 als schrijver ‘in ruste’, een instituut dat langzaam maar zeker van zijn voetstuk werd getrokken.

Tot die tijd gold Philip Roth als de voornaamste levende auteur binnen de Amerikaanse literatuur en een van de belangrijkste naoorlogse schrijvers. Philip Milton Roth, geboren als zoon van een verzekeringsagent in Newark (New Jersey) debuteerde in 1959 met Goodbye, Columbus. Deze met de National Book Award bekroonde verhalenbundel, waarin hij de draak stak met de Joodse middenklasse, werd gevolgd door de serieuze, minder geslaagde romans Letting Go (1962) en When She Was Good (1967), waarin moderne liefdesrelaties het onderwerp waren. When She Was Good was gebaseerd op zijn eerste, mislukte huwelijk met een zelfdestructieve vrouw.

Lees ook: Redacteur Michel Krielaars schreef eerder dit jaar een column over Roth

Mannelijke lust

Het titelverhaal uit Goodbye, Columbus werd succesvol verfilmd in het jaar dat de voormalige universitair docent Engels een miljoenenpubliek bereikte. Dat gebeurde dankzij het even controversiële als geestige Portnoy’s Complaint (1969), over een van masturbatie bezeten Joodse jongen die zijn (seksuele) frustraties over zijn dominante moeder opbiecht bij een psychiater. Dat was al een cocktail van Roths grote thema’s: mannelijke lust, zelfspot, het leven als Joodse Amerikaan in de twintigste eeuw. De scène waarin Alexander Portnoy masturbeert met behulp van een plak lever, moet daarbij altijd even in herinnering geroepen worden.

Behalve succes leverde het boek Roth ook felle kritiek uit de Joodse gemeenschap op, die, net als bij Goodbye, Columbus, vonden dat hij met zijn Joodse personages het antisemitisme bevorderde. Gershom Scholem, de Israëlische literatuurwetenschapper en vriend van Franz Kafka, noemde de roman „het boek waarom alle antisemieten hebben gesmeekt”.

Sindsdien schreef Roth meer dan twintig romans, waarvan er een aantal het leven van zijn alter ego Nathan Zuckerman boekstaaft of dat van een andere terugkerende figuur, David Kepesh, die werd geïntroduceerd in The Professor of Desire (1977), een roman over een literatuurdocent in crisis die in Praag naar zijn Joodse wortels op zoek gaat. Over het Joodse gezin waarin hij opgroeide schreef Roth in 1991 het autobiografische Patrimony, waarin Roth een liefdevol portret schetst van zijn ouders, die er in zijn romans soms genadeloos van langs krijgen.

Roth leefde zijn voorliefde voor spelletjes met alter ego’s en schuivende identiteiten het opvallendst uit in Operation Shylock (1993), waarin een schrijver met de naam Philip Roth in Israël op zoek gaat naar zijn dubbelganger.

In de jaren negentig, toen Roth al in de zestig was, publiceerde hij een losjes samenhangende trilogie over Amerika in de tweede helft van de twintigste eeuw. Het leek alsof hij als schrijver was herboren, zo goed waren ze, zo actueel, zo leek alles ineens in balans. Het zijn die romans die hem de grootste waardering van de literaire kritiek bezorgden: Sabbath’s Theater, over een oude poppenspeler die zijn wereld ineen ziet storten; het Pulitzer-prijswinnende American Pastoral, waarin een braaf Amerikaans gezin kapot wordt gemaakt door de opschudding van de protestbeweging in de jaren zestig; The Human Stain, dat politieke correctheid en (neo-)puritanisme bekritiseert in de vorm van een tragedie over een aandoenlijke professor, die door zwarte studenten van racisme wordt beschuldigd.

Opleving

Voor lezers was zijn invloedrijkste werk toch vooral The Plot Against America (2004), waarin Roth if-history bedrijft door te beschrijven hoe Amerika langzaam steeds antisemitischer wordt wanneer de ex-vlieger Charles Lindbergh in 1940 de Amerikaanse verkiezingen wint. Vooral na de verkiezing van Donald Trump als president maakte die roman een enorme opleving in populariteit door – ook een presidentschap dat naar dystopie neigt.

Hierna was Roth nog altijd niet uitgeschreven. In de volgende zes jaar schreef hij nog vijf korte romans, waarvan Indignation (2008), over een Joodse student die van de universiteit wordt geschopt en naar de Koreaoorlog wordt gestuurd, en Nemesis (2010), over een polio-epidemie in een zomerkamp voor Joodse jongeren, de hoogtepunten zijn. Opnieuw leek Roth te putten uit zijn eigen ervaringen in Joods Amerika. Wanneer hem gevraagd werd of hij zich als een Joodse schrijver of een Amerikaanse schrijver beschouwde, dan antwoordde hij steevast dat hij zich als een Amerikaanse schrijver zag, die over de mensen schreef die hij in zijn omgeving was tegengekomen. Voor hem was dan ook niet Israël het Beloofde Land, maar Amerika. De Amerikaanse droom is dan ook het echte thema van zijn meesterlijke oeuvre.

Lees ook: De column van Frits Abrahams na het verschijnen van het boek ‘Roth, een schrijver en zijn boeken’
    • Michel Krielaars
    • Thomas de Veen