Controle na darmkanker hoeft maar een keer per jaar

Geneeskunde

Vaker dan eens in de twaalf maanden controleren op terugkerende darmtumoren is niet de moeite waard, blijkt uit nieuw onderzoek.

Colonoscopie. iStock

Mensen die behandeld zijn voor darmkanker hoeven zich eigenlijk niet vaker dan eenmaal per jaar te laten nakijken of de kanker weer de kop opsteekt. In Nederland zijn controles om de zes maanden nog gebruikelijk in de eerste twee tot drie jaar na de behandeling, zegt de richtlijn voor darmkankerbehandeling.

Maar uit onderzoek onder ruim 2.500 darmkankerpatiënten, dinsdag gepubliceerd in de JAMA, blijkt dat twee controles in drie jaar tijd net zo goed zijn als vijf controles in dezelfde periode. De patiënten in Denemarken, Zweden en Uruguay waren behandeld voor darmkanker die al buiten de darm was gegroeid (stadium 2), of voor uitgezaaide darmkanker (stadium 3). Het lot verdeelde hen in een groep die na 12 en 36 maanden op controle kwam, of in een groep die na 6, 12, 18, 24 en 36 maanden kwam.

Tijdens die controles werd er een CT-scan van de romp gemaakt en werd in het bloed de concentratie carcinoembryonic antigen (CEA) gemeten. Bij vier op de vijf patiënten met teruggekeerde kanker stijgt het CEA.

Vijf jaar na de behandeling was 13,0 procent van de vaak gecontroleerde patiënten overleden, tegen 14,1 procent van de schaars gecontroleerden. Dat lijkt gunstig voor de vaak-gecontroleerden, maar het verschil was statistisch onbetekenend. Dat geldt ook voor de sterfte aan darmkanker. Die was met 10,6 procent lager in de vaak-gecontroleerden dan in de weinig-gecontroleerden (11,4 procent). Vaak controleren spoort wel meer teruggekeerde kanker op: 21,6 tegen 19,4 procent.

De onderzoekers schrijven dat hun resultaten duidelijk anders zijn dan tien jaar geleden. Toen kwam uit onderzoek meestal dat vaker controleren uiteindelijk levens redt. De tijden zijn veranderd, schrijven ze. Tot tien jaar geleden stierven veel meer patiënten met deze ernstige vormen van darmkanker. De behandeling is verbeterd. Net als de beeldvormende techniek verbeterde, waardoor kleinere kankerkernen nu zichtbaar zijn.

In hun discussie verwijzen de onderzoekers naar een studie uit 2016 waarin intensievere controle ook geen verbeterde overleving gaf, maar wel meer operatieve ingrepen – wat belastend is voor de patiënt.

Twee jaar geleden bleek uit Gronings onderzoek dat een CEA-meting om de twee maanden ook vaker kankerterugkeer opspoort dan de gebruikelijke drie- of zesmaandelijkse test. Maar of die testintensiteit leidt tot betere levenskansen van de kankerpatiënt wordt nog onderzocht.

    • Wim Köhler