Opinie

    • Joyce Roodnat

Anne Frank’s vieze woordjes

Joyce Roodnat

In een galerie ziet Joyce Roodnat hoe de wereldberoemde modetekenaar Piet Paris op weg is naar abstractie. Ook leest ze de vieze mopjes van Anne Frank. Kunstenaars willen uiteindelijk alles durven.

Piet Paris in galerie Allard Wildenberg. Foto Erik van Zuylen

Een zoet geheim. Zo beschreef Anne Frank haar menstruatie in Het Achterhuis. Beetje pathetisch, maar dat vond ik niet toen ik het las. Ik rekende meteen uit hoe oud ze was toen ze dat schreef. Veertien, net als ik. Pas ongesteld, net als ik. En dat stond zomaar in dat boek. Vond ik geweldig.

Veertien. Dan zoek je vieze woorden op in het woordenboek (en Rob de Nijs in het telefoonboek – die stond er zomaar in!). Schuine moppen vertel je gretig door. Later schaam je je daarvoor: kinderachtig! Maar weer later niet meer. Dan koester je die verrukkelijk schaamteloze etappe naar volwassenheid.

Vol jonge-meisjeslust noteerde Anne Frank in haar dagboek het een en ander over het gefoezel tussen de lakens. En die onleesbaar gemaakte passages mogen we nu lezen. Ik vind ze lief. Ik zie een meisje met rooie oortjes, ik zie jong leven dat woelt zoals jong leven dat doet, ook als het wreed verborgen zit in een achterhuis. En nee, dat brave gemem over de schending van haar privacy volg ik niet.

Ja, maar die mopjes heeft Anne Frank zelf afgeplakt.

Ja, maar Anne Frank was een kunstenaar, een schrijver. Ze lieten d’r creperen in Bergen-Belsen, maar haar literaire kwaliteiten kregen de racistische moordenaars niet dood. Wat ze schreef, leeft voort. Dat is wat telt, de rest is achteraf gepraat.

Kunstenaars willen uiteindelijk alles durven. En daar gaan ze altijd mee door. En dus gaat theatermaker Naomi Velissariou woest over grenzen in Permanent Destruction. Het is een concert, begeleid door beatboxer Joost Maaskant rapt ze over zelfvernietiging en pijn. Over verkrachting als liefdesdaad en misbruik als oplossing. Het publiek danst. Velissariou springt van het podium en danst mee – op de rand van de vulkaan met het verlangen erin te donderen en ons allemaal mee te sleuren. Spéélt ze nou een zangeres of ís ze er een? Allebei. Als ik haar na afloop vraag wat ze haar publiek aandoet, zegt Velissariou: „Hun lijven dansen, hun ogen staren”. En zo is het.

Piet Paris is meer een delicate durver. In een galerie in Naarden-Vesting zie ik hoe deze letterlijk wereldberoemde modetekenaar op weg is naar abstractie. Ik herken typische Piet-Paris-handjes en -schoenen en borsten, maar ze zijn zichzelf niet meer. Het begon bij een show van Valentino, vertelt hij. „Ik zat de hele show te huilen, zo helder, zo perfect vond ik het. Ik voelde me verplicht om daar een antwoord op te geven”. En dat werd een bijna abstracte opvatting van Valentino’s couture. Drie kleine tekeningen met een vrouw, maar de lijnen vloeien, ze worden indrukken. „Het resultaat van weken lang tekeningen weggooien” zegt Piet Paris droogjes. Hij kon niet meer terug. Hij zocht het risico, vond het zwarte gat. Beeldde dat af.

    • Joyce Roodnat