Opinie

    • Jutta Chorus

Wrikken voor een knetterlinks Amsterdam

Dat de Amsterdamse gemeenteraad een linkse meerderheid heeft, is een feit. Hoe groot die meerderheid is, hangt af van wat je allemaal links noemt (ChristenUnie? Denk?). Maar in de beeldvorming is Amsterdam sinds de verkiezingen ‘knetterlinks’. Partijleider van GroenLinks Rutger Groot Wassink heeft dat begrip op de uitslagavond al opgeworpen, toen bleek dat hij een nipte overwinning op D66 had behaald: 10 om 8 zetels.

D66 is de partij waarvan Groot Wassink in de oppositie de afgelopen vier jaar beweerde dat die knetterrechts beleid voerde en de stad naar de rand van de sociale afgrond bracht. Nu zijn het knetterlinkse wapenbroeders.

De handschoen is door rechts even gretig opgepakt als hij door links geworpen werd. In de Tweede Kamer heeft de VVD alle remmen losgegooid. Zo noemde Kamerlid Arno Rutte zijn partijgenoot, Amsterdams waarnemend burgemeester Jozias van Aartsen, „losgezongen van de VVD”, omdat hij niet onmiddellijk de ME op een al zes jaar door de stad zwervende krakersgroep afstuurde. Van Aartsen wees Rutte dubbel terecht. Een burgemeester moet boven de partijen staan. En: het Openbaar Ministerie bepaalt in Nederland wie vervolgd wordt, niet de burgemeester, niet een Kamerlid. Toch luidt het officiële standpunt van de VVD dat „de minister moet ingrijpen in Amsterdam”, want: „ook in Amsterdam geldt gewoon de Nederlandse wet”.

Dat soort teksten vinden de knetterlinkse politici heerlijk. Goed voor de beeldvorming. Ze voeden het gevoel dat er inderdaad een ‘Republiek Amsterdam’ bestaat, waar die gekke mensen de wet net even wat toffer uitleggen dan in de provinciale, rechtse buitenwereld.

Ik zag er eentje in de vergadering van de Amsterdamse gemeenteraad, vorige week. Hij sprak inmiddels als ambteloos Amsterdammer, want toen GroenLinks hem op de kandidatenlijst niet meer dan plek tien had toebedacht, besloot hij liever wethouder in Diemen te worden. Hij had vrede gehad met zijn teleurstellend lage plek, zei hij, want: „Als je de mond vol hebt van diversiteit, moet je als witte man niet vooraan willen staan.” Dat leek me een ternauwernood bedekte diskwalificatie van de vier vrouwen in de fractie en de drie mannen zonder oer-Hollandse achtergrond.

Zijn afscheidsspeech nam in de raadsvergadering bijna 24 minuten in beslag. Het ging over wat hij allemaal had bereikt aan „tuinparken veiligstellen” en een „duurbevochten wapenstilstand over het Marineterrein”. Hij noemde het „bescheiden”, maar zo klonk hij niet. Het was hem vaak zwaar gevallen, het raadswerk, bekende hij. „Wrikken, wrikken, wrikken, niet loslaten.”

Ik keek na hoe lang deze moderne Jan Schaefer raadslid was geweest. Vier jaar. Één raadsperiode. Laat ik het voorzichtig zeggen: je kunt ook overdrijven met je beeldvorming.

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.
    • Jutta Chorus