‘De wasserijen waren deel van de cultuur van die tijd’

Dwangarbeid

Na Frankrijk, België en Ierland zijn de Zusters van de Goede Herder nu ook in Nederland in opspraak.

Dublin, 25 augustus 2017. Slachtoffers van de 'Magdalene Laundries' in Ierland vragen de regering om een gedenkteken. Ed Carty/PA Wire Foto Ed Carty/PA Wire

Het heropvoeden van ontspoorde meisjes (‘gevallen vrouwen’) was het heilige doel van Mary Euphrasia. In de Franse stad Angers begon ze in 1829 de congregatie van de Zusters van Onze Lieve Vrouw van Liefde van de Goede Herder. Mary Euphrasia werd in 1940 zelf heilig verklaard.

Maar heropvoeden bleek al snel een ander woord voor uitbuiting. Al vanaf 1844 waren er in Frankrijk schandalen rond de nonnen, die duizenden kinderen en vrouwen opsloten. Ze moesten zonder enige betaling op industriële schaal naaiwerk doen en in wasserijen werken. De congregatie werd in 1888 veroordeeld voor het schenden van de arbeidswetten.

In 1903 moesten de nonnen in Frankrijk een schadevergoeding betalen. Zij hadden meisjes in hun gesticht in Nancy jarenlang zonder betaling en onder erbarmelijke omstandigheden te werk gesteld. Zelfs de bisschop van Nancy nam het voor de meisjes op, meldde de Zwolsche Courant: „De bisschop verklaarde voor de rechtbank, dat in het heele land geen werkgever zoo goddeloos is, zijn arbeiders en arbeidsters zoo uitzuigt, als de nonnen de meisjes behandelen, aan wie zij, daar het heet, een werk van liefdadigheid verrichten.

‘Kinderarbeid hoofdactiviteit’

In België waren er in 1913 berichten over slavenarbeid in gestichten van de nonnen in Evere, Leuven en Namen. Een onderzoek aan de Universiteit Gent naar de opvang en zorg voor „arme wezen” in België in de negentiende eeuw, concludeerde in 2012: „Deze congregatie, net als verscheidene andere, maakte van deze kinderarbeid hun hoofdactiviteit. Kinderen (al dan niet weeskinderen) werden in de industrie van de tapijten, de lingerieverwerking en de was-en strijkateliers ingelijfd.”

Magdalena-wasserijen

Begin deze eeuw bleek in Ierland dat nonnen tot 1996 duizenden meisjes en vrouwen in Magdalene-wasserijen hadden uitgebuit. Ook zij werden opgesloten en moesten hard werken. De drie verantwoordelijke congregaties, waaronder de Zusters van de Goede Herder, weigerden een bijdrage te leveren aan het compensatiefonds voor slachtoffers. De zusters waren daartoe opgeroepen door de Ierse regering, het VN-Comité voor de Rechten van het Kind en het VN-Comité tegen Foltering.

De Ierse regering maakte in 2013 excuses. De Zusters van de Goede Herder lieten weten dat de wasserijen „deel van het systeem en de cultuur van die tijd” waren. „We handelden in goed vertrouwen door een toevluchtsoord te bieden en het spijt ons zeer dat de vrouwen in de tijd die ze bij ons doorbrachten pijn en ongemak hebben ondervonden. Het doet ons pijn dat de tijd die ze bij ons waren, vaak als deel van een bredere moeilijke ervaring, zo’n traumatische invloed op het leven van deze vrouwen heeft gehad.”

De congregatie is sinds 1860 actief in Nederland. Ook hier zijn in dagbladen, boeken en documentaires getuigenissen verschenen over de dwangarbeid van meisjes en vrouwen. De berichten werden doorgaans afgedaan als anti-roomse propaganda. De overheid - die kinderen aan de zorg van de nonnen overliet - greep niet in.

De zusters trokken zich eind jaren zeventig terug uit de leiding van de gestichten. De laatste, bejaarde nonnen wonen in een verzorgingstehuis. De congregatie verkocht in Nederland voor miljoenen euro’s onroerend goed. Een van de laatste bezittingen is Landgoed Dennenheuvel in Bloemendaal. Voor deze grond (14 ha) sloot de congregatie in 2014 een deal met projectontwikkelaars, onder meer voor de bouw van 83 woningen.