Twee uur klappen, zweet, testosteron, angst en pijn

Interview

Geweld is het grote thema in de films van Jean-Stéphane Sauvaire. Psychologische vragen over wat fysiek geweld is en waarom mensen het elkaar aandoen beantwoordt hij niet in zijn vechtfilm ‘A Prayer Before Dawn’.

„Het was een makkie.” De Franse regisseur Jean-Stéphane Sauvaire (1968) klinkt laconiek. Hij maakte met A Prayer Before Dawn een onwaarschijnlijk heftige biopic over de verslaafde bokser Billy Moore die zich letterlijk een weg naar buiten moest vechten uit de Bank Kwang-gevangenis in Bangkok waar hij een straf wegens drugshandel uitzat. Aan het klasse- en kastesysteem van de beruchte gevangenis kon hij alleen ontsnappen door zich bij het boksteam aan te sluiten. Als toeschouwer heb je twee uur lang het gevoel dat je vermorzeld wordt tussen de vuisten van degenen die de klap uitdelen, en de lichamen die ze incasseren. In feite is de film een twee uur durende afkick- en vechtscène. Twee uur zweet, testosteron, angst en pijn. Er zijn amper vertellende scènes. Het verhaal is minimaal. Het lijkt wel alsof de film het liefste ook op de toeschouwer wil inbeuken.

Het grenst aan het onaangename, vertel ik hem. En dan zegt hij: „Dat was precies de bedoeling.” Maar het filmen zelf was, nadat de locatie eenmaal geregeld was, niet zo ingewikkeld.

Sauvaire kiest dit soort heftige onderwerpen voor al zijn films. Zijn vorige Johnny Mad Dog (2008) ging over kindsoldaten in Liberia. En zijn immersieve, fysieke filmstijl keek hij af van de Frans-Argentijnse shockfilmer Gaspar Noé (bekend van het ultragewelddadige Irréversible, en zijn nieuwe drugsfilm Climax die op het afgelopen Filmfestival Cannes in première ging), wiens regieassistent hij in het begin van zijn carrière was.

Maar op het Filmfestival Gent, vorig jaar oktober, deed hij er een beetje lacherig over. Alsof een vechtfilm maken niet zoveel anders is dan pakweg een dansfilm: „Het gaat in beide gevallen over het choreograferen van de beweging van lichamen en van de camera.” Die laatste ‘danst’ in A Prayer Before Dawn inderdaad in lange takes tussen de vechtende lichamen door, als een scheidsrechter.

Therapeutisch

Geweld is Sauvaires grote thema. Zijn volgende film heeft als werktitel Addicted to Violence en zal een veel persoonlijker verhaal vertellen over een fotojournalist die zijn eigen fascinatie voor geweld onderzoekt. Net als zijn aanstaande fictieve personage wil ook Sauvaire al filmend begrijpen wat geweld is en waarom mensen het elkaar aandoen. Als hij praat slaat hij met zijn vuist tegen zijn handpalm. Alsof hij de slagen nog een keer moet voelen om ze echt te begrijpen. Maar die psychologische vragen beantwoordt hij in Prayer nou net niet. „Geweld is een lichaamstaal”, probeert hij toe te lichten. „In de gevangenis in Thailand is het de enige taal die mensen begrijpen. Het lichaam is ook de plek waar deze gevangenen al hun paranoia, hun trauma’s en hun angsten in opslaan. Het maken van deze film, met grotendeels amateurs, echte ex-gevangenen, had daarom iets therapeutisch.”

Ook voor hemzelf, geeft hij na enig aandringen toe. Al wil hij daar niet heel veel over vertellen: „Mijn kindertijd was extreem gewelddadig. Ik ben benieuwd hoe je als je zo’n trauma overleeft, je in je latere leven met geweld omgaat.” Mensen die veel geweld hebben moeten doorstaan herkennen dat in een ander, denkt hij, daarom vertrouwen zijn acteurs en de mensen over wie hij films maakt hem, zegt hij tot slot. En dan: „Ik hoop dat het voor het publiek ook therapeutisch kan werken.” Maar het blijft glad ijs.

    • Dana Linssen