Twee jaar cel voor leraar orthodox-joodse school

Rechtbank in Amsterdam veroordeelt Ephraïm S. tot twee jaar cel wegens seksueel misbruik van een leerling van de Cheiderschool.

De orthodox-joodse school het Cheider in Amsterdam. Foto Olivier Middendorp

Een voormalig leerkracht van de orthodox-joodse scholengemeenschap Cheider in Amsterdam is dinsdagmiddag veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar, waarvan een half jaar voorwaardelijk, voor seksueel misbruik van een dertienjarige leerling in 2012. Daarnaast mag hij vijf jaar lang geen leraar zijn.

Volgens de rechtbank heeft Ephraïm S. de leerling meerdere malen over zijn gehele lichaam gemasseerd en betast. „De man heeft daarmee ernstig misbruik gemaakt van de kwetsbare situatie van het slachtoffer en zijn lichamelijke en seksuele integriteit geschonden”, aldus de rechtbank. Het slachtoffer krijgt een schadevergoeding van 6.000 euro.

De oud-leerkracht werd aanvankelijk ook verdacht van het misbruiken van vijf andere leerlingen, destijds tussen de zes en dertien jaar oud. Hiervan spreekt de rechtbank hem vrij. Ten aanzien van twee leerlingen is bewezen dat de leraar hun schouders en nek heeft gemasseerd. Hoewel dit ongewenst en ongepast kan zijn, is niet vast komen te staan dat er sprake was van seksuele handelingen en daarmee van ontucht, aldus de rechtbank.

In het geval van drie andere kinderen concludeert de rechtbank dat de betrouwbaarheid van hun verklaringen onvoldoende kan worden vastgesteld.

Twee jaar voorarrest

Het OM verdacht S. van pedofilie, een psychiatrische stoornis. Maar omdat S. niet meewerkte aan psychiatrisch onderzoek kon dat niet worden vastgesteld en had het OM niet om tbs gevraagd. Omdat het OM het risico op herhaling „zeer groot” achtte, wilde het OM dat S. na zijn celstraf vijf jaar lang uit het beroep van leerkracht wordt gezet.

De rechtbank had de verdachte na vier zittingsdagen eind april vrijgelaten, omdat zijn eventuele straf in ieder geval lager zou uitvallen dan de twee jaar en twee maanden dat S. in voorarrest heeft gezeten. S. heeft altijd ontkend.

De eerste verdenkingen tegen S. werden in juni 2012 gemeld. Aanvankelijk weigerde de school de wettelijk verplichte aangifte te doen, ondanks aandringen van de onderwijsinspectie. Pas eind oktober deed de school aangifte, onder druk van de minister van Onderwijs, zo bleek uit onderzoek van NRC. Toen was de verdachte al naar Israël vertrokken. In 2016 werd hij uitgeleverd aan Nederland.

Ouders in de besloten gemeenschap stonden onder druk van de schoolleiding geen aangifte te doen. Lees ook: Ouders deden onder druk van schoolleiding geen aangifte

Veel ouders, maar ook leraren zijn zeer kritisch over hoe het Cheider optrad. Het schoolbestuur, zo zeggen zij, vond de eigen reputatie belangrijker dan het lot van leerlingen. In hun ogen reageerde het bestuur niet adequaat op de eerste signalen van misbruik. Leden van het schoolbestuur bagatelliseerden zorgen, verstrekten nauwelijks informatie of hulp en zetten ouders onder druk om geen aangifte te doen, vertelden ouders en leraren aan NRC. Ook het OM refereerde tijdens de zitting aan de rol van de school: de belangen die daar speelden „maakten dat belangen van kinderen, ouders en wellicht ook die van verdachte zelf niet, of niet optimaal werden gediend”.

Vorige maand gaf minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) de onderwijsinspectie opdracht om te onderzoeken hoe het bestuur van het Cheider omging met de meldingen van misbruik. Dat deed Slob, volgens zijn brief aan de Tweede Kamer, vanwege „de ernst van de signalen en de zorgen die bestaan over de veiligheid en het welzijn van de leerlingen”.

De onderwijsinspectie moet van de minister onderzoek doen naar het handelen van het bestuur van de Cheiderschool. Lees ook: Minister wil onderzoek naar bestuur orthodox-joodse school

De toen dertienjarige jongen voelt zich door de uitspraak en de schadevergoeding „gehoord” en „serieus genomen”, aldus slachtofferadvocaat Margreet de Boer, dinsdagmiddag in een verklaring.

„De ouders van de andere leerlingen voelen zich daarentegen onbegrepen. Zij vinden het gezien de context onterecht dat de massages van de kinderen niet als ontuchtig worden bestempeld, en dat de rechtbank tot het oordeel komt dat niet voldoende kan worden vastgesteld dat de door hun kinderen afgelegde verklaringen betrouwbaar zijn.”

De ouders hopen dat het OM hoger beroep aantekent. Daarnaast overwegen zij zelf juridische stappen tegen het schoolbestuur.

    • Leonie van Nierop
    • Derk Stokmans