Tafelvoetbalspel binnen 24 uur gemold

Grunberg in het Stedelijk #17

De hele maand mei ‘woont’ en werkt Arnon Grunberg in het Stedelijk Museum Amsterdam, met een groep kunstenaars. Hij schrijft daar dagelijks over.

Beeldbewerking Studio NRC

„De esthetisch moderne tijd biedt een kunst van vergiftigde bonbons; men kan ze, wellicht, bekijken met opgewonden-koele deskundigheid, maar niet opeten zonder risico van buikpijn,” schreef Peter Sloterdijk in Kritiek van de cynische rede. Hij voegde eraan toe dat in de moderne kunsten „zo veel verse negativiteit wordt uitgespuwd dat de gedachte aan ‘kunstgenot’ vervliegt.”

Deze tekst uit 1984 lijkt wat achterhaald. Na ruim twee weken in het museum te hebben vertoefd durf ik te stellen dat de machinerie van het museum erop gericht is het risico van buikpijn te voorkomen. Mocht een bezoeker toch van een of ander kunstwerk buikpijn krijgen, lopen er deskundige vrijwilligers rond om de symptomen te bestrijden met de eerste hulp van uitleg en relativering.

Neem de tentoonstelling van Studio Drift, waar ik alleen enthousiaste verhalen over heb gehoord op die ene man na die beweerde dat kunst die iedereen mooi vindt niets kan voorstellen. Het negatieve is er hoe dan ook niet te vinden.

De cynicus kan concluderen dat het museum in navolging van het literatuurbedrijf aan eigen behaagzucht dreigt te bezwijken, zo’n cynicus wil ik niet zijn. Ik bestelde dan ook een tafelvoetbalspel, wat is er heerlijker dan tafelvoetballen in het museum?

Binnen vierentwintig uur was het spel gemold door te enthousiaste bezoekers. Dat is het nadeel van de behaagzucht; als het geen kunst is mag het kapot.

Op het volgende spel zet ik een briefje: „Alleen aanraken onder begeleiding.” Zo hoop ik de levensduur van het ding te rekken. Ook fijn voor de suppoosten, die hadden al geïnformeerd of het spel na mijn vertrek in hun hok mocht komen te staan.

Wat de bewering dat alles om geld zou draaien relativeert. Er hangt voor miljoenen aan kunst in het museum, echt begerig wordt er naar het tafelvoetbalspel gekeken, en heus niet alleen door supoosten.

Omdat alternatieven voor behaagzucht welkom zijn vroeg ik de acteur Sabri Saad Al Hamus een stuk uit De Mensheid zij geprezen te spelen dat hij ook al eens in haar woonkamer voor mijn moeder had gespeeld.

Sabri deed op het toilet een goudkleurige djellaba aan en liep toen door de entreehal, schreeuwend: „De mens is de clown van de schepping.”

Aan de gezichten van de bezoekers zag ik dat men een verbale aanslag vreesde. Maar men kalmeerde snel, de mens ís nu eenmaal de clown van de schepping en in het museum is hem dat toegestaan.

(Wordt vervolgd)