Roze trui verdwijnt langzaam uit beeld

Ronde van Italië

Tom Dumoulin lijkt zijn kans op de eindzege te hebben verspeeld. Zijn tijdrit was niet goed genoeg om leider Yates te passeren.

Stilistisch was Tom Dumoulin weer ’s werelds beste tijdrijder. Na het eerste meetpunt stokte de machine: „Ik had de puf niet meer.” Foto Luk Benies/AFP

Tom Dumoulin heeft zich voor de zoveelste keer deze Giro het snot voor de ogen gereden, en dat veegt hij in de eerste meters na de finish aan de Corso Bettini in Rovereto af aan de mouwen van zijn witte tijdritpak. Aldaar klinkt luid applaus. De wereldkampioen is helemaal leeg, hij buigt het hoofd. Ergens voelt hij al dat dit zijn beste tijdrit niet was.

Nog voor Dumoulin tot stilstand is gekomen krijgt hij zijn verzorger in beeld. „Hoeveelste”, roept hij die verwachtingsvol toe. Repliek is niet mogelijk, de einduitslag is nog onbekend. Er moet nog één man binnenkomen: de leider in het algemeen klassement.

Als Dumoulin in zijn remmen knijpt en zijn linkervoet aan de grond zet, sluit een net van jonge handtekeningenjagers en opgewonden journalisten zich razendsnel. De nummer twee van het algemeen klassement krijgt in de eerste minuten na zijn maximale inspanning amper ruimte adem te halen, op het moment dat de behoefte aan frisse lucht juist het grootst is. Overal waar hij kijkt ziet hij een wirwar van benen en schoenen. Er zijn mensen in grotere ruimtes claustrofobisch geworden.

Met zijn rechterbil vindt hij steun op de stang van zijn fiets. Even de druk van de benen, die trillen van ellende. Zijn blik glijdt van het asfalt naar zijn stuur en over zijn witte vermogensmeter, waar getallen staan die iets zeggen over zijn getrapte wattage en de gemiddelde snelheid over 34,2 kilometer, maar die zullen nu niet tot hem doordringen.

Perschef Peter Reef geeft hem het laatste nieuws, welhaast op fluistertoon, terwijl grijpgrage mensen zich aan hem opdringen om een glimp op te vangen van de lijdende titelverdediger, die het tij niet heeft weten te keren: „Je hebt minuten gepakt op Pinot en Pozzovivo”, zegt Reef. De tweede stek is met twee minuten verstevigd, maar dat kan hem even gestolen worden. Voor de eindzege was dit wellicht de laatste strohalm.

Dumoulin blijft naar beneden staren om rustig te blijven. Dan doet hij zijn helm af, die voor deze discipline druppelvormig is om maar zo weinig mogelijk wind te vangen. De afdruk van de bandjes die het hoofddeksel geklemd om de kin strak om zijn hoofd houden, staan onder zijn oor diep in zijn huid gekerfd. Dan recht hij zijn rug en kijkt hij over zijn schouder om te zien waar Simon Yates blijft.

Zal Tom Dumoulin dit jaar de tour rijden? "Het hangt ervan af hoe ik uit de Giro kom."

Hij wil weg uit deze benauwde omgeving, maar de organisatie geeft de weg niet vrij. Het wachten duurt, en duurt, en dan wordt het hem te veel. „Fucking hell, wat is dit”, roept hij richting dovemansoren.

Pas als de leider in de wedstrijd ook over de finish is gekomen en de zestiende etappe er officieel op zit, krijgt Dumoulin de ruimte om tot zichzelf te komen. En daar maakt hij gebruik van ook. Bevrijd van iedereen rolt hij door de Via Piomarta 400 meter langs sportvelden naar de materiaalwagen van zijn ploeg, die opgesteld staat naast het plaatselijke Stadio della Quercia. Er rennen tientallen mensen achter hem aan, maar die is hij op zijn fiets veel te snel af.

Bij de wagen aangekomen gaat hij op de rand van de laadruimte zitten. Zijn kin rust als het beroemde standbeeld van Rodin in zijn handpalm. „Hoeveel verlies ik op Rohan Dennis”, wil hij van de ploegleiding weten. De Australische winnaar van de dag is op de tijdrit zijn referentie, want specialist bij uitstek, hoewel hij zich net als Dumoulin aan het omscholen is tot renner voor het klassement. Het antwoord is 22 seconden.

Dat is niet goed, maar ook niet slecht, concludeert hij even later. Zijn eigen prestatie noemt hij „aardig”, die van zijn belager Yates „goed”. De Brit verliest maar 1.15 minuut. Daarmee lijkt hij de laatste horde voor roze in Rome te hebben genomen. „Ik hoef niet langer tijd te winnen, en kan nu in het defensief”, zou Yates later zeggen. Dumoulin beseft het ook: „De Giro winnen wordt met de dag onwaarschijnlijker.”

Hij was om drie minuten voor half vijf uit Trento vertrokken met twee doelen: veel tijdwinst en de ritzege. Iets meer dan veertig minuten later moet hij concluderen dat beide zijn mislukt. „Het flitste niet vandaag.”

Minder fraai en toch voortvarend

Voor de toeschouwer zag het er wel zo uit. Stilistisch was Dumoulin ook dinsdag weer ’s werelds beste tijdrijder. Zijn rug gekromd als een geschrokken kat, zijn benen malend als altijd: ritmisch en regelmatig, vol van overtuiging. Af en toe keek hij even op om te zien of hij al moest remmen voor een bocht, als een openwaterzwemmer die over de golfslag het zicht op een gekleurde boei wil behouden. Daarna kroop hij weer ineen teneinde zijn luchtweerstand tot een minimum te beperken, in tegenstelling tot Simon Yates, die voortdurend met zijn gezicht in de wind fietste, minder fraai en toch voortvarend.

Tot tien kilometer ging het crescendo. Dumoulin startte behoudend, en probeerde daarna door te versnellen. „Maar dat lukte niet vandaag”.

Bij het eerste meetpunt in het dorpje Aldeno had hij negentien seconden van de roze trui afgesnoept. Toen stokte de machine. Voor Dumoulin was het zo ingewikkeld niet: „Ik had de puf niet meer”.

Hij liep nog wel uit op Yates, 48 seconden in Nogaredo en uiteindelijk dus meer dan een minuut. Dat was „behoorlijk”, maar daarmee gaat hij de Giro niet winnen. Nee, daarvoor is „een wonder nodig”, dat zich moet voltrekken binnen vier dagen.

    • Dennis Meinema