Opinie

    • Frits Abrahams

Omstreden parodie

Sanne Wallis de Vries had op tv antisemitische satire bedreven, begreep ik uit verontwaardigde reacties in de sociale media. Zou het? Het ging om de eerste aflevering bij BNNVARA van Sanne Wallis de Show, een satirisch programma rond het nieuws.

Omdat ik de uitzending afgelopen zaterdag had gemist, kwam ik eerst bij het omstreden item terecht en zag ik het programma pas daarna in zijn geheel. Een nogal richtingloos programma – wat kwamen Peter Faber en Gerard Cox daar nou eigenlijk doen? – maar dit terzijde.

Dat item betrof een parodie op het liedje Toy waarmee zangeres Netta voor Israël het Eurovisie Songfestival won. Een belachelijk slecht liedje – wat dat betreft helemaal passend bij dat festival – dat best nog belachelijker mag worden gemaakt in een satirisch programma. Technisch was het een perfecte parodie, vooral dankzij Martine Sandifort die het stemmetje en de gebaartjes van Netta knap imiteerde.

Maar de tekst – was die ook zo perfect?

Lees ook: Israël boos over parodie Sanne Wallis de Show.

Het is duidelijk dat de tekstschrijver weinig op heeft met de politiek van Israël. De volledige tekst is op internet te vinden, ik volsta met de laatste coupletten: „Kijk ’ns hoe mooi ik bommen gooi, opnieuw, jawel, wint Israël, al zeventig jaar is dit feestje aan de gang, kijk hoe mooi, nope, ik dacht het niet, geen Palestijn komt erin, niet op mijn gebied, ik ben een strenge doorbitch, ik jaag Palestijnen in de gordijnen, ’t is mijn fissa, ik hoor hier te shinen, wordt je feest door radicalen gecrasht? Open ambassades, zorg dat je casht, van je ching-a-ling-ching, en van je ping-a-ping ha! Van je dollars ’n cent en pecunia – ja!”

Pure Jodenhaat, las ik in een aantal reacties in de sociale media. Het Centrum Informatie en Documentatie Israel (CIDI) tweette: „Hoi, Sanne Wallis, we hoorden je parodie op het songfestivalnummer van Israël. Vol met ‘hilarische’ grapjes over Joden en zo. Lachen!”

Wie satire bedrijft gaat per definitie niet fijnzinnig te werk. Hij chargeert, simplificeert, hekelt en pekelt. Nuances zijn er voor het hoofdcommentaar, niet voor de satiricus. De satiricus richt zich op één kant van een kwestie, en de daarbij behorende partij, en maakt die belachelijk. Dat gebeurt ook in bovenstaande tekst.

Je moet een satiricus zijn eenzijdigheid gunnen. Ik ben het in dit geval niet helemaal eens met zijn kritiek op Israël, maar als satiricus moet hij zijn punt kunnen maken. Morele verontwaardiging daarover is zinloos. Op die manier maak je de satiricus monddood, want hij mag zich kennelijk alleen vrolijk maken over zaken en personen waar jij je óók aan hebt geërgerd. Daarmee zou de angel uit elke vorm van satire worden gehaald.

Het wordt anders als de satiricus zich grappen veroorlooft die een uitgesproken racistische, discriminatoire lading hebben, berustend op hatelijke stereotypering en vooroordelen. Zulke satire hoeft niet per se verboden te worden, maar verdient wel de nodige tegenspraak.

In dat opzicht is de koppeling van geld aan Joden in de slotregels van deze parodie ronduit bedenkelijk. Hier waagt de satiricus zich op een gebied waar antisemitisme niet ver te zoeken is.

Sanne Wallis de Vries zou zich veel verwijten hebben bespaard als ze die regels had geschrapt.

    • Frits Abrahams