Amnesty: massagraven met hindoes zijn het werk van Rohingya

Myanmar Amnesty International kwam dinsdag met een rapport waaruit blijkt dat het islamitische Rohingya Bevrijdingsleger verantwoordelijk is voor waarschijnlijk twee massaslachtingen. Daarbij zouden tenminste 99 hindoes zijn vermoord.

Familieleden van Hindoes die zijn vermoord rouwen bij de lichamen. Volgens hen hebben ARSA hun familieleden vermoord. Foto Nyein Chan Naing/EPA

„Ik zag hoe mannen de hoofden van vrouwen aan hun haren vasthielden, de anderen hadden messen en die sneden de vrouwen toen hun kelen door”, vertelt Formila (20) aan Amnesty International.

Formila is een van vrouwen die een massaslachting in augustus 2017 door het islamitische Rohingya Bevrijdingsleger (ARSA) in Myanmar overleefde. Amnesty International kwam dinsdag met een rapport waaruit blijkt dat ARSA, moslim militanten in de deelstaat Rakhine, verantwoordelijk zijn voor minstens één massaslachting, maar waarschijnlijk twee. Daarbij zouden tenminste 99 hindoes zijn vermoord.

De aanval vond plaats om 8 uur ’s ochtends op 25 augustus 2017 in het dorp Kha Maung Seik, in het noorden van de deelstaat Rakhine. Mannen in het zwart gekleed en met kapmessen in de hand, blinddoekten 69 hindoes om ze vervolgens mee te nemen. Eenmaal buiten het dorp werden de mannen van de vrouwen gescheiden, waarna eerst de mannen werden geëxecuteerd, daarna de vrouwen en de kinderen. In totaal ging het bij die eerste slachting om 53 hindoes, waarvan er 14 kinderen waren jonger dan acht jaar.

Lees ook dit vragenstuk over Rohingya: Wat te doen met een volk dat nergens welkom is?

Acht vrouwen en hun acht kinderen werden ‘gespaard’ en meegenomen, nadat de vrouwen hadden beloofd zich tot de islam te zullen bekeren. Op dezelfde dag werden er uit een nabijgelegen dorp nog eens 46 hindoemannen, -vrouwen en kinderen meegenomen. Er zijn volgens Amnesty sterke aanwijzingen dat ook deze slachting het werk was van de ARSA-militanten.

De hindoes zijn net als de Rohingya een minderheid in het overwegend boeddistische land Myanmar – de hindoes maken ongeveer half procent uit van de bevolking. De reden dat de ene minderheid een andere minderheid naar het leven staat is vanwege het geloof, vermoedt Amnesty. Een overlevende vertelt dat een aanvaller haar had gezegd dat ze het verkeerde geloof aanhing.

Inmiddels zijn er vier massagraven teruggevonden met 45 lichamen erin. Van de overige doden zijn de resten niet meer teruggevonden. Deze vier graven werden al in september 2017 gevonden. Toen legde het leger van Myanmar al de schuld bij ARSA. Het leger had echter na 25 augustus – toen ARSA behalve de moord op de hindoes ook enkele politieposten had aangevallen – 9.000 Rohingya vermoord. Door de gewelddadigheden van het leger van Myanmar sloegen bijna 700.000 Rohingya op de vlucht naar buurland Bangladesh. De berichtgeving van het leger werd dan ook niet vertrouwd. Bovendien werden onderzoekers niet toegelaten. Inmiddels heeft de organisatie niet alleen met overlevenden en getuigen gesproken, maar zijn er ook foto’s met forensisch bewijs.

    • Toef Jaeger