Love, met die olijk kantelende ‘o’

Robert Indiana (1928-2018) Pop-artkunstenaar

Robert Indiana, gefascineerd door letters en symbolen, werd wereldberoemd met het werk ‘Love’ uit 1965.

LOVE’ in het JFK Plaza in Philadelphia, ook wel Love Park genaamd. Foto AP/ Matt Rourke

Robert Indiana kauwt traag, haast meditatief, zonder geluid. De armen zijn gevouwen achter het hoofd. De laatste resten champignon worden met de tong achter de kiezen vandaan gepeuterd en doorgeslikt. Dan verbleekt het zwart-witte beeld. Het gezicht van Indiana, samen met een champignon veertig minuten lang de hoofdpersoon in Andy Warhols stomme zwart-wit film Eat (1964), raakt tegen het slot zo overbelicht dat er geen beeld, geen man meer rest.

Eat is een mooi saluut aan Indiana, die afgelopen zaterdag stierf in zijn lodge op het afgelegen eiland Vinalhaven voor de kust van Maine. Hij werd 89 jaar oud.

Indiana werd wereldberoemd met het werk Love, dat in 1965 begon als een opdracht voor een kerstkaart voor het MoMA in New York. Snel daarna begon het beeld – een opeenstapeling van de vier letters van ‘love’, in intense kleuren geschilderd en met een olijk kantelende ‘o’ - aan een zegetocht. Die zegetocht werd uitgevoerd in cortenstaal, zeefdruk, vervormd brons, olieverf. Er volgde merchandising met affiches, koffiemokken, tapijten, sieraden, postzegels en nog veel meer. Love, zo zei Indiana in 2014 in een interview, ‘bepaalde mijn hele carrière. Het zette me op de kaart, maar bracht me ook verdriet, ongeluk en rip-offs.’

Indiana voelde zich veel meer dan Love alleen. Hij was een adoptiekind, geboren in 1928 in New Castle (Indiana). Zijn nieuwe ouders verhuisden bijna voortdurend. Een lerares op een van de vele scholen die Robert bezocht, overtuigde hem de kunst in te gaan. Dat deed hij in 1949, na baantjes en een opleiding in het leger. Hij werd aangenomen op de kunstacademie in Chicago bij de afdeling grafiek. Daarna ging hij naar Edinburgh, waar hij even poëzie studeerde. Die twee opleidingen legden de basis voor zijn levenslange fascinatie met typografie, woorden, cijfers en aforismen.

Symbolen legde hij vast in een formeel-geometrische en als onder elektrische spanning staande kleuren. Kersenrood leek bij Indiana als door de bliksem getroffen. Het wit dat hij toepaste voor de letters ‘Hope’ – een vrijwillige bijdrage aan de presidentiële campagne van Obama in 2008 – is alles verzengend.

Indiana

In 1954 kwam Robert, toen nog Clark geheten, naar New York en nam de achternaam aan van zijn geboortestaat Indiana. Die keuze was als een klaroenstoot en kwam voort uit zijn fascinatie voor puur Amerikaanse symbolen. In zijn atelier in Counties Slip, een kleine kunstenaarsenclave op Lower-Manhattan, maakte hij aanvankelijk assemblages van vuilnis en gevonden voorwerpen, die hij zelf zag als het begin van zijn werkelijke kunstenaarschap. De assemblages waren uit geldnood geboren, want Indiana had geen geld voor linnen. Met sjabloonletters verwerkte hij woorden in zijn werk.

The Triumph of Tira (1960-1961)

Aan het begin van de jaren zestig stapte hij over naar de opvallende schilderijen met letters, cijfers en symbolen die zijn handelsmerk zouden worden. Hij schilderde als de hard-edge abstracte kunstenaars Ellsworth Kelly, Kenneth Noland en Frank Stella. De relatie met Kelly liep spaak vanwege, zoals Indiana het zelf eens omschreef: „Verschillende niveaus van jaloezie”.

In 1978 zei hij definitief de New Yorkse kunstscene vaarwel en vertrok in een zelfopgelegde verbanning naar het eiland Vinalhaven. Hij voelde zich uitgekotst door Warhol en galeriehouder Leo Castelli, niet serieus genomen als kunstenaar, het MoMA weigerde in 1969 zijn werk op te nemen in een groot retrospectief over naoorlogse New Yorkse schilderkunst. Op Vinalhaven, in zijn Star of Hope-lodge, ontpopte Indiana zich steeds meer tot een eenzaat, humeurig volgens sommigen, loyaal en liefdevol volgens anderen.

Hoewel Love uitgroeide tot hét iconische symbool van Pop Art en de jaren zestig-beweging van „love, peace and happiness”, zag Indiana zichzelf nooit als pop-artist. Daar maakte hij teveel belangrijke, minder bekende, politieke schilderijen voor. American Confederacy (1965-1966) schilderde hij als protest tegen rassenongelijkheid.

The Golden Future of America (1976) bekritiseert de macht van de FBI en CIA en leunt op een beroemd citaat van Benjamin Franklin, een van de founding fathers van de Verenigde Staten. „In free government the rulers are the servants. The people their souvereigns”. Indiana vertelde ooit teleurgesteld te zijn in Obama.

Wat hij over de huidige president dacht, laat zich raden.

Voor Andy Warhols film Eat (1964), met Robert Indiana en een champignon in de hoofdrol: