Opinie

Italiaanse coalitie

De risico’s uit Rome mogen niet worden onderschat

Hoe heet wordt de soep gegeten? Dat is de vraag die rondzingt in Europa nu de partijen Lega en de Vijfsterrenbeweging in Italië tot een regeerakkoord zijn gekomen. De herinnering aan Griekenland is nog vers. Drie jaar geleden zorgde de verkiezingsoverwinning van het linkse Syriza-blok daar voor een revolutionaire regering onder leiding van premier Tsipras. Hij gooide samen met minister van Financiën Varoufakis de knuppel in het Brusselse hoenderhok, door te weigeren zich nog aan de financiële afspraken te houden. Die waren eerder met de rest van Europa gemaakt in ruil voor steun.

Ook nu komt er in Italië een regering aan de macht op basis van het idee dat het financieel-economisch beleid tot nu toe niet heeft gewerkt, en dat het roer dus radicaal om moet. De plannen omvatten onder meer lastenverlichting, hogere uitgaven en het terugdraaien van de in 2011 doorgevoerde verhoging van de pensioenleeftijd.

Het kennelijke doel is een forse begrotingsimpuls als kickstart voor de Italiaanse economie. Los van de vraag of dat een verstandige weg is, leidt het onherroepelijk tot een overtreding van de Europese begrotingsnormen, waarover volgens de beoogde regering dan ook opnieuw moet worden onderhandeld. Het nieuwe Europese bankenregime moet anders, zodat Italiaanse banken en het midden- en kleinbedrijf dat van hen leent, het makkelijker krijgen. Het sanctieregime tegen Rusland wordt afgewezen.

Dit alles kan leiden tot een harde botsing met de rest van de eurolanden. Voeg daarbij de opengehouden mogelijkheid om de euro aan een referendum te onderwerpen én het onderzoeken van de invoering van een parallelle munt, en de ongerustheid in Brussel zou flink moeten oplopen.

Er is al enige onrust op de financiële markten, die zouden kunnen terugvallen in dezelfde reflex als tijdens de vorige eurocrisis: het verkopen van staatsleningen van ‘zwakke’ eurolanden, waardoor de rentes worden opgedreven en de begroting onder druk komt te staan. Een negatieve spiraal ligt dan op de loer.

Het verschil met Griekenland lijkt klein, maar is levensgroot. Italië is medeoprichter van de EU en medestichter van de euro. Het is de op twee na grootste economie van de eurozone, en de staatsschuld is verreweg de grootste van het hele gebied. Redding of steun zoals bij Griekenland lijken onmogelijk: daar is de schaal van Italië te groot voor. Nog los van het feit dat het land zelf logischerwijs zou wegvallen als zwaargewicht in de steunende groep.

Zo bezien zijn de reacties in de Europese hoofdsteden op de voorgenomen regering van Vijfsterren en Lega tot nu toe mild. De verklaring daarvoor kan zijn dat deze regering er nog niet is. Dat nog bezien moet worden in hoeverre de voornemens in beleid worden omgezet. Dat nog moet blijken hoe lang deze coalitie tussen twee partijen, die niet elkaars natuurlijke bondgenoten leken, er zal zitten. En in hoeverre de beloftes de komende weken standhouden in een mogelijke confrontatie met de financiële markten.

Deze afwachtende houding is niet zonder risico’s. De stemming onder de bevolking is de laatste jaren vaker onderschat. Zie de Brexit, zie de Amerikaanse zege van Donald Trump en de conservatief-nationalistische golf in Oost-Europa. De mogelijke gevolgen van een frontale botsing tussen Rome en de rest van de eurozone zijn verstrekkend. Voor paniek is in dit stadium nog geen reden, maar verhoogde paraatheid is zeker geboden.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.