Hij stond plots van de bank op en sloeg haar

Wie: Frans

Kwestie: mishandeling

Waar: rechtbank Den Haag

Buiten de rechtszaal zou de kwestie-Frans een hamerstuk zijn: de rechtbank is er in 20 minuten mee klaar. „Het tempo zat er goed in”, zegt de advocaat bij het sluiten van de zaak, waarderend. We gaan er twee weken over nadenken, antwoordt de voorzitter, werktuiglijk. Maar aan de uitkomst twijfelt niemand. Er is geen debat. De advocaat is het graag eens met de officier, die deels vrijspraak en deels ontslag van rechtsvervolging eist. Hij wil alleen nog wat kritiek op het slachtoffer leveren. Die is trouwens afwezig, net als de verdachte.

Frans (58) blijft liever in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum in Vught, waar hij al een paar maanden zit. Frans wordt ervan beschuldigd op 8 januari zijn partner meerdere malen tegen haar hoofd en lichaam te hebben geschopt. En, subsidiair, dat hij sinds mei 2017 haar sowieso regelmatig sloeg. In het dossier zit een foto van zijn partner, met een blauw oog. Zij deed aangifte en verklaarde dat Frans onverwacht van de bank opstond, haar tegen het hoofd schopte en met de vuist sloeg. En dat ze al een half jaar gewend was klappen te incasseren.

Frans erkent te hebben geslagen, met de vlakke hand dan, maar niet te hebben geschopt. Hij zegt dat zijn partner hem bedreigt met aangiften „sinds hij vrij is”. Het stel verklaart op die dag allebei stemmen te hebben gehoord.

In de afgelopen jaren waarschuwde de politie Frans vele malen na meldingen van huiselijk geweld. Er zijn herhaaldelijk aangiften geseponeerd, hij is ook vaker ontslagen van rechtsvervolging. Het feit is dan bewezen, maar hij is niet strafbaar vanwege zijn geestelijke gezondheid. De psycholoog en de psychiater van justitie rapporteren dat hij chronisch psychotisch en schizofreen is. Hij is prikkelbaar, neigt tot impulsief en agressief gedrag als hij ‘overbelast’ raakt door zijn conflictueuze relatie. Tegelijk heeft hij geen ziektebesef en is hij niet gemotiveerd voor behandeling. Zijn amfetaminegebruik verergert zijn toestand.

Zijn strafbare gedrag kan hem dus niet worden aangerekend. Een gedwongen plaatsing van een jaar in een psychiatrische inrichting volgens art. 37 Wetboek van Strafrecht wordt aanbevolen. Zijn vorige opname, in 2015, was ‘redelijk succesvol’. Tegelijk is het risico op herhaling hoog.

„Hoe gaat het nu met Frans? Is hij enigszins aanspreekbaar?”, informeert een van de strafrechters. De advocaat vertelt dat zijn bezoek aan Vught is mislukt omdat Frans te veel op zag tegen de fouillering na afloop. Frans heeft nogal een geschiedenis, legt de advocaat uit. „Hij kan niet worden aangeraakt door mannen, en hij wordt juist door mannen gevisiteerd”. Maar toch zou het ‘best goed’ met hem gaan. Hij was ‘beter dan eerst’ en ‘redelijk samenhangend’.

De officier vindt dat er in het dossier te weinig bewijs is voor schoppen tegen het hoofd: ze eist daarvoor vrijspraak. Het slaan acht ze wel bewezen. Maar strafbaar is hij niet, gezien zijn psychische toestand. Dus eist ze ontslag van rechtsvervolging, maar ook gedwongen plaatsing in een kliniek, voor een jaar.

De advocaat vindt ‘alles klip en klaar’. Hij wil nog wel kwijt dat Frans en zijn partner elkaar 30 jaar geleden in een kliniek leerden kennen. En dat ze sindsdien elkáár regelmatig slaan. „Zij is geen slachtoffer. Zij jut hem op. Ze belt de politie als ze hem een poosje kwijt wil.” En als hij is ingesloten, schrijft ze briefjes om hem weer vrij te krijgen. En dan begint het ‘tikken’ en het ‘lekker slaan’ van voren af aan.

De vrouw zou volgens de advocaat drugs gebruiken. En die blauwe plek op de foto in het dossier? Ach, oudere mensen krijgen snel bloeduitstortingen, „waarmee ik niks wil goed praten”. Opname van een jaar voor Frans vindt de advocaat een goed idee. Zitting gesloten.

De uitspraak twee weken later: een jaar in een gesloten kliniek. De verdachte „ziet in dat deze maatregel hem kan helpen om de situatie thuis op orde te krijgen, ook al heeft hij zijn buik vol van de psychiatrie”. Strafrechtelijk valt hem niets te verwijten.

    • Folkert Jensma