Onderwijs

Extra geld voor hoger onderwijs leidt tot bureaucratie

Onderwijsblog Meer geld voor onderwijs door het schrappen van de basisbeurs. Maar ook meer bureaucratie, vrezen Ingmar Visser en Han van der Maas.

ANP XTRA Roos Koole

Al jaren groeit het aantal studenten veel harder dan de bijdrage die het hoger onderwijs van de Rijksoverheid ontvangt. Dat de middelen die vrijkomen uit de Wet Studievoorschot per 2019 geïnvesteerd kunnen worden in het hoger onderwijs is daarom zeer verheugend. De uitvoering van de wet is echter zeer ongelukkig, met kostbare en overbodige ‘controle op de controle’ ingebakken.

De uitleg van de wet is ook ergerlijk: met deze gelden zal het onderwijs een kwaliteitsimpuls ondergaan. Alsof het huidige hoger onderwijs van een doorsnee kwaliteit is en we nu eindelijk echt werk gaan maken van kwaliteit.

De Wet studievoorschot is per september 2015 in werking getreden. De opbrengsten van de invoering van deze wet bedragen 920 miljoen euro op termijn, waarvan uiteindelijk slechts 240 miljoen naar de universiteiten gaat. Dit komt neer op een budgetverhoging van 5% die wij uiteraard graag willen inzetten om het onderwijs van onze opleidingen te versterken.

Controlemechanisme

Tegenover deze welkome maar bescheiden budgetverhoging staat echter een controlemechanisme waardoor ons de moed in de schoenen zinkt. Om ons onduidelijke redenen moeten universiteiten jaarlijkse extra plannen en rapporten leveren over de uitgaven van dit geld en de kwaliteitsverhoging die ermee bereikt is, die vervolgens door de NVAO [Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie, red.] gecontroleerd en beoordeeld moeten gaan worden. Let wel, het gaat hier om een extra laag aan controle bovenop de al uitgebreide cyclus van visitatieverslagen, midterm reviews, jaarplannen en verslagen, onderwijsvisies, etc.

Dit is om de volgende redenen problematisch. Een nieuwe manier om de uitgaven te controleren stuurt de boodschap dat de huidige controlemechanismen onvoldoende zijn. En dat terwijl er op dat vlak allerlei vernieuwingen en aanpassingen zijn doorgevoerd de afgelopen jaren.

De examencommissies hebben enkele jaren geleden zwaardere bevoegdheden gekregen. Naast de reguliere visitaties van de NVAO voor opleidingen hebben we nu ook de instellingstoets die universiteiten toetst op hun systeem voor kwaliteitszorg. Met de Wet versterking bestuurskracht hebben de Opleidingscommissies meer bevoegdheden gekregen om de kwaliteit van het onderwijs te sturen. Tot slot heeft de universitaire medezeggenschap instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting, en heeft ook facultaire medezeggenschap voor zowel studenten als medewerkers de mogelijkheid een duit in het zakje te doen ten behoeve van de onderwijskwaliteit. Met andere woorden, de huidige inrichting van bestuur, medezeggenschap en kwaliteitszorg biedt ruim voldoende mogelijkheden om de kwaliteit in de gaten te houden.

Suggestie van matig onderwijs

Ten tweede doet een extra controlemechanisme geen recht aan de manier waarop universiteiten en opleidingen werken. De suggestie wordt gewekt dat we 95 procent van ons budget besteden aan matig onderwijs en dat we nu eindelijk eens moeten beginnen met investeren in kwaliteit. Die suggestie is aanmatigend. Opleidingen en docenten werken in het algemeen hard om ieder jaar weer verbeteringen aan het onderwijs door te voeren. En dit lukt ook wonderwel. Ondanks afnemende budgetten studeren er tegenwoordig veel meer studenten af, die tegenwoordig meer begeleiding, feedback, werkgroepen, ondersteuning en wat dies meer zij krijgen dan wij 25 jaar geleden kregen.

Ten derde lokt een extra controlemechanisme verkeerd strategisch gedrag uit. Voor de controleerbaarheid is het het makkelijkst om de extra budgetten te steken in een helder afgebakend project, bijvoorbeeld extra studieplekken voor studenten. Heel fraai natuurlijk als die extra studieplekken er komen, maar het is maar zeer de vraag of dat nu werkelijk de beste investering is om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen.

De betere investering zou natuurlijk zijn om docenten aan de universiteiten simpelweg meer tijd te geven om onderwijsvernieuwingen blijvend in te voeren en ze daarbij het vertrouwen te geven dat past bij de hoogopgeleide professional. Zij kunnen het best beoordelen waar hun studenten behoefte aan hebben, en de opleidingscommissies, examencommissies en facultaire en universitaire medezeggenschap hebben alle gelegenheid om de zaak bij te sturen waar en wanneer zij dat nodig achten.

Wij stellen voor de gelden die vrijkomen uit de Wet Studievoorschot direct toe te voegen aan de Rijksbijdrage voor het hoger onderwijs. Dit is de beste garantie dat deze verandering ook daadwerkelijk leidt tot versterking van het hoger onderwijs. Extra plannen en extra controle zijn overbodig en inefficiënt. Een uitgelezen kans voor deze D66-minister van onderwijs om de regeldruk niet verder te laten oplopen en daarna vaart te maken met verdere terugdringing van de regeldruk en aanpak van de werkdruk die dit veroorzaakt.

Ingmar Visser en Han van der Maas zijn onderwijsdirecteuren van respectievelijk de bachelor en de master psychologie aan de Universiteit van Amsterdam

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs. Hiervoor was hij onder andere chef opinie, commentator en verslaggever voor NRC. Hij woonde 11 jaar in Washington, in de vroege jaren tachtig voor omroepen en bladen, in de vroege jaren negentig voor NRC.