Eis: cel en boete voor corrupte bestuurder Ballast Nedam

Het OM eist een geldboete van 50.000 euro en zes maanden voorwaardelijke celstraf tegen de voormalige bestuurder van Ballast Nedam die een graantje meepikte van de steekpenningen die het bouwbedrijf in de jaren negentig betaalde.

Ballast Nedam mocht de Jules Wijdenboschbrug bij Paramaribo bouwen. Daarvoor werden miljoenen aan steekpenningen betaald Foto Ed Oudenaarden

Eerst een niet-bestaand citaat van Goethe over de duivel. Dan Montesquieu over de strijd tussen de machten. Daarna een indringend betoog dat het openbaar ministerie zich opstelt als „lakei” van het bedrijfsleven en een „zondebok” zoekt in zijn cliënt.

Strafrechtadvocaat Gerard Spong trekt van alles uit de kast om de rechters ervan te overtuigen dat het OM zijn cliënt onheus behandelt. Waarom mag bouwbedrijf Ballast Nedam met een paar luttele miljoenen schikken voor grootschalige omkoping en wordt zijn cliënt, een „gewone burger”, voor de rechter gesleept en weggezet als omkoper en witwasser in een onthullend persbericht? „Klassejustitie.” En of er nu geluncht kan worden, want „pleiten op een lege maag gaat niet zo goed”.

Dinsdag begon in Utrecht de inhoudelijke behandeling van de rechtszaak tegen Rob A., één van de twee verdachten in de corruptie-affaire bij Ballast Nedam. Hij was er zelf niet bij, hij woont tegenwoordig op Curaçao. Het is een oude zaak die draait om steekpenningen die zijn betaald in Saoedi-Arabië en Suriname. Het is, samen met SBM Offshore en Vimpelcom, één van de grootste omkopingszaken in Nederland. Ballast Nedam schikte de zaak in 2012 voor 17,5 miljoen euro. Mede vanwege die schikking vond de rechtbank afgelopen april dat het OM de drie betrokken KPMG-accountants niet mocht vervolgen. Deze week staan nog wel twee oud-bestuurders voor de rechter.

Lees ook: Rechtbank haalt streep door strafzaak tegen KPMG’ers

Eén van hen, Rob A., had een centrale rol in de omkoping door het bouwbedrijf, dat inmiddels in handen is van het Turkse Renaissance. In Saoedi-Arabië betaalde Ballast Nedam tussen 1996 en 2003 voor honderden miljoenen euro’s aan steekpenningen aan ‘buitenlandse agenten’, in ruil voor klussen zoals de verbouwing van twee luchthavens. Dat ging via een Liechtensteins vehikel met een Zwitsers bankrekeningnummer. Die agenten bleken later koning Fahd te zijn, die in de boekhouding van Ballast Nedam de schuilnaam ‘Adriaan’ had, en ‘Bassie’, kroonprins Abdullah. De steenrijke Saoedische prins Alwaleed bin Talal, die een flink deel van de steekpenningen opstreek, heette ‘Tijger’.

Tot hij er eind 1997 wegging was Rob A., nu 70 jaar, financieel directeur van Ballast Nedam International. Daarna bleef hij nog jaren aan als financieel adviseur. A. gaf de opdrachten om de omstreden betalingen te doen, hij bewaarde de schaduwboekhouding in een kluis bij hem thuis, hij bezocht mensen die omgekocht moesten worden.

Jatten van de baas

Maar daarvoor staat hij niet voor de rechter. De omkoping zelf is verjaard en sowieso keek men twee decennia geleden nog niet zo streng naar betalingen in ruil voor werk. Als een van de laatste landen in Europa verbood Nederland pas in 2004 de fiscale aftrekbaarheid van steekpenningen.

Maar wat twintig jaar geleden ook beslist niet kon, is geld jatten van de baas. En dat is wat het OM de verdachte verwijt. Opsporingsdienst FIOD zag dat Rob A. meerdere malen een deel van de steekpenningen op zijn eigen rekening achterhield, of dat er geld terugkwam van de ontvanger – kickbacks. Zo kreeg hij volgens het OM in 1997 bijna vijf ton in guldens terug van de Surinaamse mediatycoon Dilip Sardjoe. Ballast Nedam had hem zo’n 34 miljoen betaald om twee bruggen in Suriname te mogen bouwen, wat mogelijk in de zakken van de toenmalige president Jules Wijdenbosch en zijn adviseur van staat uit die tijd, Desi Bouterse, is beland. En in de zakken van Rob A. zelf. De officier: „Hij heeft de omkoopstructuur van Ballast Nedam gebruikt om zichzelf te verrijken”, al noemt Spong dat liever een „een graantje meepikken van het immense omkoopbedrag van zijn corrupte werkgever”.

Het OM eist een geldboete van 50.000 euro tegen Rob A. en zes maanden voorwaardelijke celstraf. En het wil hem ook het behaalde voordeel, 858.794 euro, ontnemen. Donderdag gaat de zaak verder.

    • Carola Houtekamer