Recht & Onrecht

De sociale advocaat is straks een specialist die kan samenwerken

De sociale rechtshulp moet het hebben van specialisatie, samenwerking en meer efficiency. En de overheid moet eraan mee doen. De Togacolumn van Diana de Wolff over het vastgelopen overleg met minister Dekker.

Demonstratie tegen de 'afbraak van de sociale rechtshulp' - hier in 2003. Foto: Dirk-Jan Visser

Met het staken van het overleg met minister Dekker heeft de sociale advocatuur afgelopen week een daad gesteld. De VSAN, de vereniging van sociale advocaten, was lange tijd met het ministerie in gesprek over het systeem van de gefinancierde rechtshulp en over de middelen ervoor.

Vorig jaar is door een adviescommissie, de commissie-Van der Meer, doorgerekend dat het budget voor rechtsbijstand met 127 miljoen zou moeten stijgen om te verzekeren dat in de sociale rechtshulppraktijk kwaliteit kan worden geleverd en een redelijk inkomen kan worden verdiend. De commissie berekende dat advocaten met een sociale praktijk gemiddeld hetzelfde verdienen als een administratief medewerker bij de overheid.

Lees hier een interview met Herman van der Meer: ‘Onderbetaling advocaten schaadt kwaliteit rechtsbijstand’

Nu de advocaten die ooit uit idealisme in de sociale rechtshulp gingen werken en voor wie het inkomen nooit bovenaan heeft gestaan in rap tempo vergrijzen, is de toegang tot goede rechtshulp niet meer vanzelfsprekend. Voor veel jonge juristen is een carrière in de sociale rechtshulp geen wenkend perspectief en de hoge opleidingskosten voor advocaat-stagiaires zijn een drempel voor wie nog wel wil kiezen voor de sociale praktijk. Het kabinet wil echter van de door Van der Meer geadviseerde investering in het stelsel niets weten. Blijkbaar zag de VSAN geen perspectief meer in verder praten.

BTW vrijstelling

Vervolgens stuurde de vereniging in een manifest met de titel ‘Red de rechtshulp’ enkele verbetervoorstellen naar de Tweede Kamer. Eén ervan heeft het inkomen van advocaten op het oog. Dat voorstel houdt in de vergoedingen vrij te stellen van btw en levert dus een omzetverbetering op met 21%, zonder dat de justitiebegroting erdoor wordt belast. Niet zo gek bedacht. Andere voorzieningen, bijvoorbeeld schuldhulpverlening en maatschappelijk werk, vallen van oudsher buiten de btw-afdrachtplicht. Het is geen grote stap om sociale rechtshulp in datzelfde rijtje te plaatsen. Ik kan mij trouwens herinneren dat de vergoedingen in de gefinancierde rechtsbijstand vroeger - ik spreek over de jaren tachtig - ook niet met btw waren belast.

De andere voorstellen zijn overigens interessanter, omdat zij een impuls kunnen geven aan de kwaliteit en bereikbaarheid van juridische hulp en aan het voorkomen van onnodige procedures. De VSAN stelt een ‘preferred supplier-systeem’ voor waarbij instanties zoveel mogelijk doorverwijzen naar die advocaten die de opleiding, ervaring, sociale vaardigheden en kennis van de sociale kaart hebben die nodig is om kwaliteit te leveren in de sociale rechtshulp en die zich ook gespecialiseerd hebben in een bepaald rechtsgebied. De sociale rechtshulp zal dan meer het domein worden van advocaten die echt gedreven zijn om goede juridische bijstand te verlenen aan de categorie mensen die nog altijd als ‘on- en minvermogenden’ plegen te worden aangeduid.

Beste aanpak

Verder dringt de VSAN aan op samenwerking en op adequate inzet van de juiste hulpverlener voor een bepaald probleem. Rechtzoekenden die voor gefinancierde rechtsbijstand in aanmerking komen hebben immers vaak met diverse hulpverleners en instanties te maken. Hen in gezamenlijkheid en met de klant de beste aanpak voor een probleem laten kiezen kan geld besparen en langs elkaar heen werken voorkomen.  De VSAN bepleit die samenwerking ook op landelijk niveau. Zo zouden rechtsbijstandverleners in een signaleringsoverleg met bestuursorganen afspraken kunnen maken over de aanpak van veel voorkomende procedures of over het schikken van vergelijkbare zaken.

De ideeën in het manifest zijn nog wat rudimentair geschetst, maar geven wat mij betreft wel de richting aan die de sociale rechtshulp zou moeten kiezen: bundeling van sociale advocaten in samenwerkingsverbanden die kwaliteit vooropstellen, nadruk op specialisatie naar rechtsgebied, intervisie toepassen en bereid zijn efficiënt te werken. Meer samenwerking, kennisoverdracht en afstemming binnen het (gemeentelijke) sociale domein. De overheid zelf moet ook bereid zijn bij te dragen aan efficiënter werken. Zelf merk ik in contacten met bestuursorganen vrijwel nooit een bereidheid tot het schikken van zaken, laat staan een bewustzijn van de kosten van procederen.

 

Diana de Wolff is advocaat en bijzonder hoogleraar advocatuur aan de UvA. De Togacolumn wordt afwisselend geschreven door een advocaat, een officier van justitie en een rechter.

    • Diana de Wolff