Recensie

De pest voor de gek gehouden

November mengt oude Estlandse sprookjes met christelijke mythen. De film opent met door de duivel behekste landbouwwerktuigen die kunnen vliegen.

De arme boerengemeenschap in ‘November’ probeert z’n eigen hachje veilig te stellen.

Beeldschoon en behoorlijk absurd, zo komt November over op iemand die niet bekend is met Estse folklore. De film opent met tot leven gekomen landbouwgereedschap dat een koe mee de lucht neemt. Het angstaanjagend zwiepende en jammerende werktuig blijkt een Kratt te heten: een apparaat dat de boeren in de film mogen bouwen als ze een deal hebben gesloten met de duivel.

November mengt Estste sprookjes met christelijke mythologie en is gebaseerd op een Estlandse bestseller van Andrus Kivirähk. De zwart-witfilm volgt een arme boerengemeenschap waarin iedereen vooral bezig is z’n eigen hachje veilig te stellen. Zo regel je een liefdespartner via afspraken in de kroeg of door de plaatselijke heks om een verliefdheidsmiddel te vragen.

Centraal staan twee boerenjongeren, Liina en Hans. Zij is smoorverliefd op hem, hij is alleen geïnteresseerd in de elegante barones in een vervallen landhuis verderop. Het tragische liefdesverhaal lijkt vooral een aanleiding voor feeërieke beelden van de lokale flora en fauna; soms overbelicht, soms duister. En voor tegelijk enge en geestige momenten. Zo blijkt de pest in deze film behalve een dodelijke ziekte, ook een engelachtige dame met een spierwit geitje dat je gemakkelijk voor de gek kunt houden. „Trek je broek over je hoofd en de pest denkt dat je twee konten hebt”, weet een boer. Het blijkt te kloppen; alles is mogelijk in dit fascinerende sprookje.

    • Sabeth Snijders