Recensie

Trevor Noah laat collega’s ver achter zich

Stand-up comedy

Comedian Trevor Noah speelt een overtuigende, prikkelende en actuele show in een bijna uitverkochte Ziggo Dome.

Trevor Noah. Foto Paul Mobley

In 2013 werd Trevor Noah nog aangekondigd als ‘Zuid-Afrikaanse comedian’. Hij kwam toen voor twee optredens naar Toomler, de intieme comedyclub in de kelder van het Amsterdamse Hilton. Nu, vijf jaar later, staat Noah in een bijna uitverkochte Ziggo Dome. Hoewel hij nog steeds dankbaar gebruikmaakt van zijn Zuid-Afrikaanse achtergrond, is hij inmiddels wereldberoemd geworden als opvolger van Jon Stewart bij The Daily Show, de Amerikaanse satirische nieuwsshow waar Zondag met Lubach de Nederlandse variant van is.

En Noah doet zijn reputatie eer aan. Hij speelt een overtuigende, prikkelende show waarmee hij buitenlandse collega’s die afgelopen jaar in Nederland optraden, zoals Jim Jefferies, Russell Brand en Ricky Gervais, ver achter zich laat. Noah bouwt zijn verhalen subtiel op en wisselt scherpe politieke conferences af met lichtvoetige observational comedy.

Als presentator van een dagelijkse nieuwsshow weet Noah snel te reageren op de actualiteit. Zo neemt hij in een paar zinnen de witte verslaggevers van het zaterdag voltrokken huwelijk tussen prins Harry en Meghan Markle op de hak. „Zo’n huwelijk hebben we nog nooit gezien!”, doet Noah de commentatoren na, en daarna vormt hij met zijn lippen het woord „black” om bloot te leggen dat een niet-witte bruid nog altijd als exotisch en afwijkend van de norm wordt gezien.

Relativerende toon

Hoewel je zou verwachten dat Noah als progressieve, zwarte Zuid-Afrikaan frontaal in de aanval gaat, kiest hij meestal voor een meer relativerende toon. Hij heeft van zijn trotse moeder geleerd dat je racisme altijd op een positieve manier moet beantwoorden. Als je uitgemaakt wordt voor ‘nigger’, moet je dat woord omarmen en desnoods terugroepen, want dat maakt je sterker.

Hiermee staat Noah in een traditie van zwarte stand-upcomedians die teruggaat tot Richard Pryor, de legendarische comedian die zwarte én witte Amerikanen tegen zich in het harnas joeg door voortdurend het n-woord te gebruiken. Hoewel Pryor hiervan terugkwam, doet Noah dat niet.

Noahs pleidooi voor een positieve benadering van racisme, biedt een weinig overtuigend antwoord op ongelijkheid tussen wit en zwart en levert toch vooral een feel good-gevoel op. Noah is sterker wanneer hij ons perspectief een kwartslag weet te draaien. Scherp is bijvoorbeeld zijn analyse van Trump, die hij prijst voor de strategie van ‘failing up’, oftewel het bereiken van overwinningen door te falen. Trump is volgens Noah de enige president die Kim Jong-un aan tafel weet te krijgen. Niet omdat Trump verstand van zaken heeft, maar omdat hij gestoord is. Tegen zoveel gekte blijkt zelfs de Noord-Koreaanse leider niet opgewassen.

Spannend is ook zijn ironische pleidooi voor Zwarte Piet. Noah begint serieus, maar vertelt met steeds meer - gespeeld - enthousiasme over het ritueel van jezelf zwart schminken. Daarmee houdt hij ons een spiegel voor: blijkbaar moeten we ons zwart schminken om ons wit te voelen.

Maar Noahs satire richt zich niet alleen op hete hangijzers als racisme of de Amerikaanse politiek. Hij levert ook commentaar op de westerse preoccupatie met ‘authentieke’ vakantiebelevingen. Niet zo’n origineel onderwerp misschien, maar zijn verhaal over een Balinese slangenbezweerder vertelt hij zo goed dat je van begin tot eind aan zijn lippen hangt. Noah heeft bovendien een fantastische mimiek, die dankzij de twee grote videoschermen tot in detail te volgen is.

In de tweede helft gaat de vaart wat uit de voorstelling en komt Noah minder verrassend uit de hoek. Ja, we snappen dat hij kritisch is over mass shootings en dat hij een bewonderaar is van Obama, maar waarom moeten we dat nog een keer horen? Liever horen we zijn scherpe commentaar op witte Amerikanen die dol zijn op wildkamperen, waarschijnlijk vooral omdat ze nooit de armoede hebben ervaren die hij als zwarte Zuid-Afrikaan maar al te goed kent.

    • Dick Zijp