Oranje Onder 17 is nu de beste, de rest komt later wel

Het Nederlands elftal Onder 17 werd zondag Europees kampioen in Rotherham. Wie weet gaan we nog veel van ze horen. Kinderen van de voetbalcrisis, pubers uit een diepgevallen voetballand.

Het Nederlands elftal Onder 17 werd Europees kampioen in Rotherham. Foto Carl Recine/Reuters

De verleiding om er meer van te maken dan het is, wordt moeiteloos weerstaan door de architect van het succes, Kees van Wonderen. Laat niemand beweren dat de renaissance van het Nederlands voetbal hier in het noorden van Engeland is begonnen, maar dat een EK-winnend jeugdelftal een hele natie kan inspireren – waarom niet.

„We hebben veel videoboodschappen gekregen van mensen uit de voetbalwereld, van hoog tot laag”, zegt de coach van Oranje Onder-17. „Dan merk je dat iedereen enorm begaan is met hoe het nu met het Nederlands voetbal gaat. En ook een bepaalde trots, om met zijn allen te knokken om weer succesvol te worden. Het is een geweldige opsteker”, zegt de trainer als hij kort na het eindsignaal even van het veld in Rotherham gestapt is. „Vooral voor deze jongens en iedereen er omheen.”

Deze jongens zijn de jongemannen van Oranje Onder 17. Lichtpuntjes in de duisternis, al is dat overdreven beeldspraak. Ze heten Daishawn Redan, Mohammed Ihattaren, Wouter Burger. Ze zijn de Ajax-broers Timber, voorheen Maduro. Het zijn doelman Joey Koorevaar en aanvaller Brian Brobbey. Wie weet gaan we nog veel van ze horen. Kinderen van de voetbalcrisis, pubers uit een diepgevallen voetballand. Groot geworden in jaren waarin hun voorbeelden in Oranje zich afwenden van de mondiale top. Maar het pessimisme is niet aan hen besteed.

In stijl en op karakter

Op het EK in steden als Chesterfield en Rotherham werkten zij zich de afgelopen drie weken in stijl en op karakter naar de Europese titel Onder 17. Duitsland, Spanje en Servië gingen eraan, Ierland en Engeland en Italië werden op penalty’s verslagen in de knockoutrondes. In de finale zondagmiddag in Rotherham won Van Wonderens wonderenploeg een uiterst onderhoudende finale tegen Italië (2-2) op penalty’s (4-1) en kroonde zich zo voor een jaar tot het beste kinderelftal van Europa.

Sinds de Nederlandse voetbalcrisis manifest werd met het missen van het echte EK 2016 en WK 2018 was er geen prijs meer gewonnen door een mannelijk vertegenwoordigend elftal en dat verklaart meteen de mate waarin deze titel gevoelens losmaakt. Felicitaties vanuit de hoogste echelons – Robin van Persie, Virgil van Dijk, Edwin van der Sar – waren welgemeend en het kirrende KNVB-mediakanaal OnsOranje twitterde al van ‘the future is bright, the future is orange’.

Lees ook deze reconstructie: Hoe Oranje na het WK van 2014 een falende voetbalploeg werd

Dat is onzin natuurlijk. Het heden voor deze jongens in deze samenstelling en met deze staf is ‘bright’. Niets meer, niets minder. De toekomst? Niets van te zeggen. „Deze knapen zijn nu gewoon de beste van Europa. Misschien maken ze zoiets nog drie keer mee, misschien ook niet”, zegt Art Langeler, de nieuwe directeur voetbalontwikkeling bij de KNVB. „Ze hebben het nu een keer gehaald, er zijn er niet heel veel die dat kunnen zeggen. Ik denk dat dat het moet zijn: hier hebben ze het gewoon geweldig gedaan. Deze lichting, deze staf ook. Dat is iets om te koesteren. Zonder te zeggen: wat als en wat wanneer.”

Want wie het gaat maken, later, is volgens Langeler „lullen in de ruimte”. We staan in een gang naast de kleedkamer in het New York-stadion, vernoemd naar de metropool wier iconische brandkranen hier aan de boorden van de Rother werden vervaardigd. Het kampioensfeest wordt in al zijn aandoenlijke adolescentie gevierd, met pizza en appverkeer. De ielste van het stel, Crysencio Summerville, loopt net voorbij met een beukende speakerset om zijn middel. Het Feyenoord-ventje deed ook nog examens VMBO-TL afgelopen week, om maar even aan te geven hoe jong deze jongens zijn. Er zat ook een huiswerkbegeleider in de staf.

Geen garantie voor doorstroom

Dat successen van jeugdteams geen garantie bieden voor doorstroom naar de top is genoeglijk ondervonden. De gouden Onder-21 elftallen van Foppe de Haan op de EK’s van 2006 en 2007 – Klaas-Jan Huntelaar, Stijn Schaars, Ryan Babel maar ook Daniël de Ridder, Ismaïl Aissati en Maceo Rigters - hebben vooral bijgedragen aan de rubriek vergeten voetballers. Een paar talenten die in 2011 en 2012 het EK Onder-17 wonnen - Memphis Depay, Nathan Aké, Jetro Willems - vinden zoetjesaan hun draai in de internationale topcompetities.

Meer kan je ook niet hopen van een lichting. Twee, misschien drie topspelers. Hopen op één wereldtopper. Duidelijk is dat een generatie jeugdspelers die nooit wat wint maar wel één Arjen Robben voortbrengt, netto een grotere bijdrage levert aan het Nederlands voetbal dan de gloriërende jeugdteams in de voorbije twee decennia.

De EK Onder-17-titel zegt alles over de kracht van dit elftal hier en nu, maar weinig tot niets over de bijdrage aan het Nederlands elftal over vijf tot tien jaar. Zoals Gerard Kemkers, deze zomer scheidend manager talentontwikkeling bij FC Groningen, onlangs zei: „Heb je ooit wel eens een heel jeugdteam zien debuteren?” Het gaat om die ene, die hele bijzondere. Belangrijker, bijvoorbeeld, dan deze EK-titel is wat reeds doorgebroken toptalenten Matthijs de Ligt (19) en Justin Kluivert (19) van Ajax deze transferzomer gaan doen en welke gevolgen dat heeft voor hun ontwikkeling.

Ramon Hendriks in duel met de Italiaanse Alberto Barazetta tijdens de finale van het EK onder de 17 in Rotherham. Foto Carl Recine/Reuters

Maar aan de basis komt er nog genoeg talent door, en dat is in deze barre tijden geruststellend tot zelfs voorzichtig hoopgevend te noemen. Er verscheen een lijvig KNVB-rapport over omwentelingen in het jeugdvoetbal, getiteld ‘Winnaars van Morgen’, en momenteel zijn er stroef- en minder stroeflopende discussies gaande over de herziening van de competitie-opzet, ondergrond, de uitstroom van talent naar het buitenland.

Maar de winnaars van morgen zijn sinds zondag 20 mei 2018 alvast winnaars van nu. „Dit zegt dat we nog steeds talent voortbrengen”, zegt Van Wonderen na zijn laatste trainersklus voordat hij Ronald Koeman gaat assisteren bij het grote Oranje. „Of ze die hele route naar de top gaan afleggen, dat is afwachten. Sommige wel, anderen waar je het van verwacht weer niet. Ik vind wel: deze groep, het zijn allemaal knokkers. Ze hebben een enorme les geleerd in wat er gevraagd wordt van je om in de top te komen.”

Meest ontvankelijke lichting

Van Wonderen heeft die mentaliteit er de afgelopen drie jaar als jeugdcoach in willen stoppen en vond in deze lichting de meest ontvankelijke groep in zijn loopbaan bij de KNVB. „Vechten voor je eigen ontwikkeling, vechten voor elkaar om iets te bereiken. En dat betekent, die voorbeelden geven we ook altijd, doen wat clubs als Liverpool, Manchester City allemaal doen om goed te zijn. Sprinten, omschakelen, met z’n allen verdedigen. En dat dat voorin begint. Dat hebben ze volgens mij wel begrepen.”

Dus ja, wat nu? Vraag het aan controlerende middenvelder Wouter Burger, pendelend tussen kleedkamerpret en zijn familie die zich voor de hoofdingang van het stadion heeft verzameld. In een paar zinnen typeert de Feyenoorder desgevraagd de ploeg die „op elkaars lip” zat de afgelopen drie weken. „Voorin veel snelheid, het middenveld wilde echt hard werken. Verdediging was fantastisch dit toernooi, heeft ons heel veel overwinningen bezorgd. Keeper mogen we niet vergeten, heeft ons drie keer gered in de penaltyserie natuurlijk, klasse. Als je met zoveel vertrouwen de poule doorkomt, kan je het ook gewoon op penalty’s laten aankomen. Geen penalty gemist, dat is ook niet helemaal Nederlands he?”

Bij Burger, allrounder op het middenveld in de traditie van Mark van Bommel, proef je de vroege wijsheid in de zinnetjes die hij kort na zo’n triomf uitbrengt. „Ik denk dat dit wel hoop geeft, maar ik ben ook wel reeël genoeg om te zeggen dat ik er nog lang niet ben. En wij er allemaal nog lang niet zijn. Maar er zit genoeg potentie in om het te gaan halen. Maar het ligt aan jezelf, wil je echt een prof zijn. Dat leer je wel deze drie weken, goed je lichaam te verzorgen, goed te rusten, weten wat je moet eten om te herstellen.”

Brian Brobbey scoort het tweede doelpunt voor Nederland in de finale van het EK onder 17 tegen Italië. Foto Lee Smit/Reuters

Langeler luistert mee. „Ik had het niet beter kunnen zeggen. Ik heb altijd al gezegd, ik zie het niet zo somber met de jeugd bij Nederlandse clubs, hoor. Maar wel lekker dat er nu ook weer tastbaar bewijs is.”

Ook Mohammed Ihattaren, 16 jaar en drie maanden, meldt zich in de gang. Oude bekende van Langeler toen hij hoofd jeugdopleiding bij PSV was en de tiener naam maakte op De Herdgang. „Kleine jongens worden snel groot”, zegt Langeler. „Dat blijkt wel.” Wat voor speler ‘Mo’ is? „Voor zijn leeftijd heeft hij enorm inzicht, dat is zijn grote kracht. Een steekpass van hem is op maat”, zegt Langeler. „Vaak is leerbaarheid een grotere competentie dan hoe goed je bent. Dat als je een tip krijgt, je er ook iets mee gaat doen. Dat zit bij hem wel goed. Toch?” Ihattaren, pizzadoos in de handen, schiet in de lach.

Maar Langeler wil geen spelers speciaal uitlichten, daar is het moment niet naar. En ook Ihattaren is een type dat liever niet over zichzelf spreekt. „Alles wat we doen met dit team is samen”, zegt de PSV-junior en smaakmaker op de flank bij dit Onder 17-elftal. „Als broers bijna.” Grotere clubs wilden hem, voordat PSV hem afgelopen maart toch wist vast te leggen. Dit toernooi was hij een van de jongsten, volgend jaar kan hij zelfs weer meedoen. „Ik ben gewend om acties te maken, maakt niet uit waar. Naarmate het toernooi vordert, ontwikkel je je echt. Het is een tempootje hoger dan in Nederland, hè. Het zijn de beste van Europa hier, prachtig dat je dan ook nog wint.”

Zijn assist bij de late 2-2, een soepele voorzet met buitenkantje links in de loop van invaller Brian Brobbey, veroordeelde Italië tot een strafschoppenreeks (geen verlenging) tegen de penaltykiller Joey Koorevaar. De uitkomst was zoals die de twee voorgaande knockoutrondes ook was. Gebalde vuisten van de Oranje-keeper, feilloze penalty’s van zijn ploegmakkers – zo werd de EK-titel een feit.

Zij zijn nu de beste, de rest komt later wel.

    • Bart Hinke