Kampong is de club waar je het liefst speelt

Landskampioen hockey Kampong is voor het tweede jaar op rij de beste club in de hoofdklasse. Het succes is allereerst te danken aan de spelers, maar toch ook een beetje aan de businessclub.

Jasper Luijkx (Kampong) met Justin Reid-Ross (Amsterdam) tijdens de finale van de play-offs om de landstitel. Foto Koen Suyk/ANP

„Alexander de Vries: bitterballen!” Met een flesje bier in zijn hand heeft Marco Quanjer de megafoon aan zijn lippen gezet. De schorre stem van de man in een blauw bomberjack schalt over de hoofdtribune. Gelach bij de uitgedoste mensen van de businessclub. De Vries, lid van de sponsorcommissie, is nergens te zien. Inside joke. Al worden even later wel bitterballen op kartonnen bordjes uit een doos bezorgd, net als een nieuwe voorraad bier en twee flessen witte wijn die in een jas zijn meegesmokkeld. Quanjer zet wederom de megafoon aan. „Forza Kampong, olé, olé, olé.”

Het succes van Kampong is allereerst het succes van de spelers op het veld, zeggen ze bij de grootste hockeyvereniging ter wereld. Laat daar geen misverstand over bestaan. Maar met de sportieve groei van de club nam in Utrecht ook de beleving toe. Hier, zo zeggen ze, hebben we échte fans. Of zoals Wouter van der Meer, voorzitter van de tophockeycommissie, het omschrijft: Amsterdam, tegenstander in de finale van de play-offs om de landstitel, heeft schouwburgpubliek. Dat zijn toeschouwers. Bij Kampong heb je supporters. „We zijn de schooiers onder de kakkers”, zegt Quanjer.

De nieuwe gloriedagen

Dit zijn de nieuwe gloriedagen van Kampong. Vierduizend mensen op de tribunes, waarvan één speciaal voor de gelegenheid. Of voor, naast en ook óp het clubhuis. Met fakkels, gezang. Succes is aanstekelijk, merken ze in Utrecht.

Het is de zaterdag van wat de grote kampioenswedstrijd had moeten worden en Rick Volkers, oud-speler en clubicoon, vertelt op de hoofdtribune trots over het proces dat hiertoe heeft geleid. Hoe hij zeven jaar geleden met Kees Roovers en Martin van Nierop een plan bedacht om van Kampong weer een topclub te maken.

In die tijd kwam hij niet eens kijken, geeft hij eerlijk toe. Elk seizoen ergens tussen plaats zes en negen in de hoofdklasse, daar is niets aan. Bij Kampong moesten spelers echt beter kunnen worden en in het Nederlands elftal kunnen komen. De tophockeyers kozen liever voor Amsterdam of Bloemendaal, waar ook meer geld zat. Clubspelers als Quirijn Caspers en Constantijn Jonker werden betrokken bij het beleid.

Alexander Cox, nog steeds in dienst, werd door de selectie als trainer-coach uitgekozen. Door de jaren heen kwamen toppers als Robbert Kemperman en Sander de Wijn. Die werden goed betaald. De sterkhouders werden beloond voor clubtrouw en zij moesten weer nieuw talent aantrekken. Sinds enkele jaren werkt Kampong met contracten tot wel vier jaar, ook voor jeugdspelers. Niemand moest meer weg willen bij Kampong, Kampong moest de club in Nederland worden waarvoor je het liefst wilde spelen.

Euro Hockey League

In 2016 wonnen de Utrechters in Barcelona de Euro Hockey League, toen de eerste hoofdprijs in dertig jaar. Inmiddels zijn daar twee kampioenschappen op rij bij gekomen en wacht mogelijk komend weekeinde een nieuwe Europese titel.

Het succes heeft de beleving rond Kampong alleen maar gesterkt. En dat is vooral goed te zien bij de businessclub. Die is de afgelopen vier jaar gegroeid van pakweg 65 leden naar 130 nu. Het resultaat van het verlagen van de jaarlijkse bijdrage naar een minimum van 1.500 euro, waar dat enkele jaren terug nog 7.500 was. Omwille van toegankelijkheid: de club wilde een breder bedrijfsnetwerk hebben. Maar de groei was ook een kwestie van aanstekelijkheid, via via breidde het „blauwe hart” van Kampong zich uit over het Utrechtse bedrijfsleven.

„We zijn allemaal extréém Kampong.” Ruben Kragten staat op de zaterdag met een biertje op het geïmproviseerde terras waar de businessclub samenkomt. „Om een idee te geven: de eerste wedstrijd van de finale, in Amsterdam. Dan huren we een bus en gaan we en masse daarheen.”

Kragten, eigenaar van een consultancybedrijf, had vooral een band met de club vanwege zijn kinderen. Zijn zoontje voetbalt bij Kampong, zijn dochtertje hockeyt er. Onder zijn blauwe Kampongjack met de naam van zijn bedrijf, zit een zwart shirt van speler Philip Meulenbroek. „Kijk om je heen. Het steekt elkaar allemaal aan. Dit is het grootste tophockeysportcentrum van Nederland, en dat is mede mogelijk gemaakt door wat er hier rondloopt. Onderschat de rol van de businessclub niet.”

Zonder die businessclub was het indrukwekkend grote clubhuis, vorig jaar geopend, er misschien niet gekomen. En zouden spelers als Lars Balk niet de beschikking hebben over een gesponsorde auto. Zelf vinden ze immateriële steun aan het team belangrijker dan geld. Ze kunnen spelers bijvoorbeeld stages aanbieden bij hun bedrijven. Rick Volkers, ook lid van de businessclub, had al eens spelers rondlopen bij zijn verpakkingsbedrijf. Oud-international Roderick Weusthof kon tijdelijk aan de slag bij hoofdsponsor Rabobank.

De selectie van landskampioen Kampong viert feest na de finale van de play-offs om de landstitel. Foto Koen Suyk/ANP

Harde kern

Natuurlijk is het goed netwerken, zeggen ze bij de businessclub, maar het is bovenal een steeds verder uitdijende vriendengroep geworden. Het is de harde kern onder de supporters, het zijn de luidste feestvierders op de tribune.

Marco Quanjer, oud-speler van Kampong en eigenaar van een bedrijf in de milieudetachering, herinnert zich nog het speciale gevoel van de EHL-finale in 2016. Waren ze met 250 mensen los van elkaar op het vliegtuig gestapt naar Spanje om erbij te zijn. Velen boekten pas vlak voor de finale. „We gingen vrij los allemaal”, zegt hij. „En die harde kern neemt de rest van de club op sleeptouw en blijft groeien. Mede door het huidige succes.”

De teleurstelling is groot zaterdag als Kampong met 2-1 verliest van Amsterdam en er een beslissingswedstrijd komt op zondag. „Ik heb eigenlijk al plannen”, klinkt het op de tribune. Die worden meteen afgezegd, een dag later zit het net zo vol. En zondag lukt het wel. Het tweede kampioenschap in de hoofdklasse op rij, voor het eerst in de clubgeschiedenis.

Na de huldiging staat Constantijn Jonker voor de tribune om de toeschouwers te bedanken na zijn laatste wedstrijd in het eerste elftal. „Ik ben zo trots dat we met een grote groep Kampongers een nog grotere groep hebben weten te enthousiasmeren. Als je vergelijkt wat er vijftien jaar geleden langs de kant stond, dan is het nog geen vijf procent van wat er nu staat. Het is ook geen arrogant publiek dat je in het hockey soms wel ziet. Dat vind ik geweldig mooi aan deze club.”

Terwijl Jonker richting de kleedkamer loopt, pakt Quanjer op de tribune nog één keer de megafoon. „Alexander de Vries: bitterballen.”

    • Frank Huiskamp