Recensie

Een Brahms die zindert van spanning

Cappella Amsterdam en het Orkest van de 18de Eeuw gaven een bezielde uitvoering van Ein deutsches Requiem van Brahms.

Foto Hans Hijmering

Zo goed uitgevoerd hoor je Ein deutsches Requiem maar zelden. Het is met bijna vijf kwartier Brahms’ omvangrijkste compositie en die omvang, gekoppeld aan het wandeltempo waarop het geheel zich voltrekt, is meteen de grote valkuil. Om een overkoepelende spanningsboog op te tuigen én het lokale reliëf te achten is een stevige visie nodig. Chef-dirigent Daniel Reuss van kamerkoor Cappella Amsterdam benaderde het werk nadrukkelijk vanuit de tekst. Die was grotendeels woordelijk verstaanbaar, en belangrijker, de vocale intentie bezielde de uitvoering tot in de haarvaten. De muziek zóng.

De transparante warmte van Cappella mengde verrukkelijk met het bronzen geluid van het Orkest van de 18de Eeuw. De oude instrumenten met hun kleine oneffenheden zorgden voor een levende klank en de terughoudendheid waarmee het orkest begeleidde zinderde van spanning. Zelfs de machtige pedaaltoon aan het slot van het derde deel en de woeste schallende-bazuinenmuziek van deel zes behielden hun helderheid – verpletterend, maar op menselijke schaal.

Ook de beide solisten waren uitmuntend, mede dankzij Reuss, die hen in een vloeiend tempo alle ruimte gaf om naturel te fraseren. Bariton André Mosch imponeerde in Herr, lehre doch mich met ogenschijnlijke eenvoud en een sonore klank. Carolyn Sampson zette de sopraansolo Ihr habt nun Traurigkeit met haar frêle, loepzuivere aanhef onmiddellijk naar haar hand, om even later in hetzelfde deel (‘Ich will euch trösten’) ziedend uit te halen.

Het is wrang om te bedenken dat Cappella Amsterdam sinds 2017 geen structurele subsidie van het Fonds Podiumkunsten meer krijgt. Voor de geplande cd-opname van Ein deutsches Requiem, in het verlengde van deze tournee, loopt een crowdfundingsactie.

    • Joep Stapel