Recensie

Bij Van Dijk is de zwaartekracht altijd voelbaar

Dans

Het contrast tussen de voorstellingen in de nieuwste editie van Spring Utrecht is groot. Indrukwekkend is vooral de voorstelling die Anouk van Dijk creëerde voor haar Australische gezelschap Chunky Move.

Anti-Gravity door Chunky Move.Foto Pippa Samaya

Met de naam Spring, voorheen Springdance, suggereert het Utrechtse festival jonge, originele ontwikkelingen. Natuurlijk wordt dat niet in elke voorstelling waargemaakt, maar wat wél onverwacht was: de als dagboekfragmenten vermomde uithaal van artistiek directeur Rainer Hofmann naar de fondsen en subsidiënten, met hun diversiteitseisen, met name die aangaande het publiek. „Kunst moet toegankelijk zijn voor iedereen, natuurlijk, maar niet alles is voor iedereen.” Waarmee Hofmann, verder buitengewoon politiek correct, maar wilde zeggen dat (goede) kunst zich niet laat dwingen.

Over tot de orde van de dag. Een drietal voorstellingen vertellen over onze verhouding tot objecten. Zo klinken in You can’t take it with you van Liz Kinoshita tergend moralistische teksten over het gedachteloze consumeren en de rotzooi die dat creëert. Wat heb je écht nodig, zingen vier in oranje overalls gehulde dansers. Heel weinig, is de voor de hand liggende conclusie, die verder tot niets leidt. Waardoor deze voorstelling eigenlijk ook overbodig is.

Wolken

Wat een contrast met Anti-Gravity van Anouk van Dijk. Voor haar Australische gezelschap Chunky Move creëerde zij een voorstelling rond vaste massa’s en fenomenen als wolken, rook, licht en lucht. Zwaartekracht en gewichtloosheid zijn de thema’s van intrigerende scènes, waarin zes individuen als mythologische figuren manoeuvreren met rotsblokken, sokkels, projecties en spiegelingen, met rookwolken en een reusachtige ballon.

Anti-Gravity is geïnspireerd op de naargeestige video-installatie The cloud of unknowing van de Singaporese Ho Tzu Nyen (ook op Spring). Hij schilderde een mystiek, surrealistisch portret van bewoners van een verwaarloosde flat in zijn thuisstad. Hun enige link met de wereld is een wolk, die langzaam overal doordringt.

Anders dan Ho Tzu Nyen brengt Van Dijk de vier vrouwen en twee mannen soms wel samen, vaak in synchrone dansdelen, met haar kenmerkende off balance-posities en enorme bewegingsuitslag. Altijd is de zwaartekracht voelbaar – vallen was haar eerste choreografie-inspiratie ooit – en de groepsdansen hebben een ritueel karakter: het leven als vergeefs gevecht om gewichtloos te worden, als een wolk. Ze zijn ook bedoeld als samenbindend element, maar in de praktijk lijken ze soms ook uit de lucht te komen vallen. Zo blijft Anti-Gravity al te fragmentarisch.

Groepsgevoel

De Nieuw-Zeelandse Kate McIntosh liet zich inspireren door objecten en de wens het publiek te betrekken. In Many Hands is een uitnodiging is om samen met je (vreemde) buren de zintuigen wijd open te zetten. Het publiek neemt, na een handwassing, plaats aan drie in een driehoek opgestelde tafels. Langzaamaan went de aanraking met de buren en ontstaat een groepsgevoel terwijl de vele handen uiteenlopende voorwerpen doorgeven, mineraal, dierlijk, synthetisch, met smeltende chocolade, een glibberig stuk zeep, en natte, vette aarde als hoogtepunt. En jawel, het licht gaat uit – kinderverjaardag! – waardoor de gilletjes en het gelach niet van de lucht zijn als harige touwmonsters contact maken, of spliterwten neerplenzen. Het is een aardige, lievige ervaring, maar als theater wel heel beperkt.

    • Francine van der Wiel