Wat Simon Yates doet is ‘echt niet normaal’

Ronde van Italië Simon Yates stijgt dagelijks boven zichzelf uit. Zijn mond staat niet eens open, in tegenstelling tot al zijn tegenstanders, Tom Dumoulin incluis.

EPA/DANIEL DAL ZENNARO

Niemand die het ziet, er zijn nog geen livebeelden, maar meteen na de start van de vijftiende etappe in Tolmezzo is het oorlog in de Giro. Liveblogs maken melding van de ene na de andere aanval, geen renners van faam daarbij, meer opportunisten die deze zondag van 176 kilometer en meer dan 4.000 hoogtemeters verdeeld over vier gecategoriseerde beklimmingen hebben uitgekozen om maar eens een poging te wagen. Sam Oomen moet „een jasje uitdoen” om in te schatten of er gevaar dreigt voor zijn kopman Tom Dumoulin. Voor je het weet zit er een goed geklasseerde renner in de groep die minuten wegrijdt.

Na kilometers van maximaal beuken, alsof een dag eerder de Monte Zoncolan niet op het menu stond, heeft een groepje renners zich losgeweekt. Maar van het peloton mogen ze slechts zwemmen, op een minuut of twee, schootsafstand. Want de klassementsmannen gaan het niet rustig aan doen. Daags voor de rustdag is een prachtig moment om toe te slaan, als een doelpunt maken vlak voor rust.

Plaatsje Ampezzo

Bij het plaatsje Ampezzo gaat de weg omhoog, de organisatie van de Giro vindt het niet steil genoeg om er een nummertje op te plakken, maar reken maar dat het pijn doet. De vermoeidheid begint zich na twee weken wedstrijd genadeloos in de spieren te vreten.

Een bergpas van 1.301 meter hoogte met de naam Mauria, en dan begint het te regenen. Dat is op een fiets nooit lekker, maar zeker niet als je er uitgemergeld bovenop zit. Regenjacks gaan aan, als extra laagje veerkracht.

Een vallei in hoog tempo, waar etenszakjes worden aangereikt en waar een vaste camera van de televisie beelden kan maken. Hondenweer, nog altijd. In mei kan het spoken in de Dolomieten. Dit is zo’n dag.

Nog maar een bergpas, en onderweg naar boven volgt de zuurstofschuld – de lucht is aan de ijle kant op 1.800 meter boven zeeniveau. Fabio Aru kan het allemaal niet meer bijbenen. Een ploegmaat wacht hem op. Aan de finish in Sappada is hij zowat twintig minuten verloren. Ciao Giro.

Lange natte afdaling

Een lange natte afdaling dan, op een wegdek dat erbij ligt als slecht natuurijs. Niemand neemt overmatig risico. Het is de stilte voor de storm.

We schrijven de derde bergpas van de dag, vernoemd naar de heilige Antonio, als Sam Oomen uit Tilburg op kop komt. Als hij op de pedalen gaat staan, trekt hij het peloton op een lint. Achteraan moeten mannen met een mindere dag een gat laten vallen. Dit is een serieuze aanval, niet zonder risico ook. Wat als Oomen zijn kruit verschiet, en straks, als nog twee keer moet worden geklommen, niets meer voor zijn kopman kan betekenen?

Aan de top zijn er misschien 25 renners over. Het is precies waar Dumoulin om heeft gevraagd. Hij wil met een uitgedunde groep naar het dal, om vooraan te zitten als het naar bergdorp Costalissoio gaat. Dan kan hij de slag niet missen als het tempo moordend wordt.

Precies dat gebeurt en Chris Froome is het slachtoffer. Zijn vormpeil in deze Giro blijkt veranderlijk als het weer.

Dat geldt niet voor Simon Yates. De man stijgt dagelijks boven zichzelf uit. Hij deelt een speldenprik uit op 18 kilometer van de finish en kijkt dan eens rustig over zijn schouder om te zien wie er met hem mee kan. Op zijn gelaat geen spoor van vermoeidheid; zijn mond staat niet eens open, in tegenstelling tot al zijn tegenstanders.

Vijf man haakt aan, allen zonder knecht, en dan versnelt Yates nog maar eens. Deze aanval is anders. Hier zit vernietigende overtuiging achter. En niemand die kan volgen. „Het is niet normaal”, zou Dumoulin later zeggen, present als beste van de rest. Want zelfs al rijdt hij zichzelf „totaal naar de klote” en ziet hij af „als een beest”, hij kan Yates bij lange na niet bijhouden. „Ik heb geen fractie gedacht hem te volgen”.

Yates pakt overal tijd

Simon Yates pakt bergop tijd, en daarna ook in de afdaling en op het vlakke, wanhopig op zoek naar marge voor de tijdrit die hij nog rijden moet, komende dinsdag. Voor die discipline zei hij eerder bang te zijn, omdat hij tijd gaat verliezen. Maar de vraag is hoeveel. In deze vorm is hij onverslaanbaar, een niveau beter dan de rest. Wie weet zelfs op de tijdrit.

Achter hem werken de verslagenen niet samen. Dumoulin snapt dat niet, waarom laten ze die kleine Brit begaan? Ze zitten toch allemaal in hetzelfde schuitje? Was hij maar in zijn eentje achter Yates aangegaan, dan had hij minder tijd verloren.

Als Thibaut Pinot en co een laatste keer versnellen, moet hij lossen. Even lijkt zijn Giro verloren. Maar in de laatste meters komt hij terug. Wat een veerkracht. In de sprint in Sappada wordt hij nog derde, maar zijn achterstand op het roze loopt op tot 2 minuut 11. Dat lijkt te groot voor de zege in Rome.

Simon Yates is ontzettend dominant, zeker in de bergen. Zijn beste verklaring daarvoor is dat hij goed herstelt. In een grote ronde wil dat nog wel eens helpen. „Maar drie etappes winnen en bovenaan in het klassement had ik niet durven dromen.”

    • Dennis Meinema