Opinie

    • Wilfried de Jong

Het statige Sparta buigt het hoofd

Het eerste stadion dat ik als jongen bezocht, was Het Kasteel in Spangen, Rotterdam. Ik werd destijds meegenomen door een buurman uit de Fortunastraat. De buurman is al jaren dood en de flatjes van drie verdiepingen in mijn geboortestraat zijn gesloopt.

Alles heeft zijn tijd.

Ik zal niet zeggen dat Sparta mij in het bloed zit, maar wel in het hart. Ik hou van de rood-witte banen in het shirt en de plek waar het stadion ligt, een tikje Engels, midden in een oude stadswijk.

Sparta mocht van mij in de eredivisie blijven.

Ik zag bekende mannen uit de stad in Het Kasteel. Mannen met louter voornamen: Hugo, Jules, Ger. Ze zijn heel hun leven fan van Sparta en zullen het blijven.

Dick Advocaat was gehaald om het klusje te klaren. Bij de warming-up voor het duel tegen FC Emmen stond hij met leren schoenen op het kunstgras en meteen was ik niet gerust op die combinatie. Hadden ze op Het Kasteel nooit aan moeten beginnen, aan die nepsprietjes.

Het voetbal van Sparta was traag, onrustig en beneden niveau. Waar waren al die jonge spelers uit de voortreffelijke jeugdopleiding gebleven?

Advocaat stond op, floot op zijn vingers en wees naar het vijandige strafschopgebied waar hij de bal wilde zien: ‘In de punt!’

Het ging al snel mis. Na een tussenstand van 1-1 werd Sparta een strafschop onthouden, net als uit tegen Emmen. De scheidsrechter wilde het zeker weten en liep naar een beeldscherm aan de zijlijn om de herhaling te zien. Het staat niet mooi, die moderniteit in Het Kasteel, en het ding is Sparta ook nu weer niet gunstig gezind.

Bij Sparta kan alles maar beter bij het oude blijven.

Sparta, dat is de luid meegezongen Sparta Marsch, de Mensch Deelder in pak, met passende vilten hoed en strik op de keel op het ereterras. Sparta is de kleine en familiaire club aan de goede kant van de rivier, waar men het graag fatsoenlijk houdt en nog boeken leest.

Er vlogen pluisjes van paardenbloemen over het veld, dat paste perfect in Het Kasteel. Net als de wapperende vlag op het dak, met dat Spartaspelertje erop dat zo vaardig een bal dresseert. Het ouderwetse beeldmerk is begin vorige eeuw gemaakt door een kunstenaar die nog in het eerste elftal heeft gespeeld.

Nooit iets aan veranderen.

Bij 1-3 liet Advocaat alle hoop varen en ging in een plastic tuinstoel zitten.

De weduwe van clubicoon Tonny van Ede werd in één klap net zo oud als de club – 130 jaar – en stopte haar neus in een verfrommeld Tempo-zakdoekje. Tegen een glazen deur leunde de toekomstige trainer Henk Fraser, de glazen van zijn zonnebril zaten achter in zijn nek.

De statige dame van de eredivisie boog het hoofd.

Na het laatste fluitsignaal stond Advocaat op uit zijn tuinstoel. In ijltempo liep hij de smalle spelerstunnel in, zo’n plastic geval dat je door een harmonicasysteem heel makkelijk inschuift, tot er nagenoeg niets meer overblijft.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.
    • Wilfried de Jong