Opinie

    • Philip Huff

Veel plezier voor scholieren is er niet

Het eindexamen vwo Nederlands behandelt ‘in feite de vormgeving’ van Nederland, zegt schrijver Philip Huff. Hij voegde zich bij de leerlingen om het examen te maken.

Moet een examen moeilijk zijn? Voor wie hard en goed geleerd heeft natuurlijk niet. Maar dat wil niet zeggen dat er voor alle examens even ‘goed’ te leren valt.

Het schoolvak Nederlands is grofweg in twee delen op te splitsen: begrijpend lezen en begrijpelijk schrijven. Het tweede leer je natuurlijk nooit goed te doen zonder het eerste: een belangrijk deel van schrijven ís lezen. En hoe overhoor je beide? Door leerlingen in het tijdbestek van drie uur enkele teksten te laten lezen en erover te laten schrijven.

De eerste drie teksten van het eindexamen vwo Nederlands van dit jaar hebben volgens het tekstboekje „alle betrekking op hetzelfde thema”. Dat zou volgens mij dan ‘intelligentie’ zijn: de teksten raken aan het Nederlandse onderwijssysteem, robotisering, definities van ‘excellentie’ en ‘talent’, geesteswetenschappen versus ‘Delft’, en de economische of maatschappelijke waarde van studies. Ze behandelen in feite dus de vormgeving van Nederland. De eerste drie teksten, van Bas Heijne, Bas Jacobs e.a., en Rosanne Hertzberger, zijn alle drie afkomstig uit NRC, de vierde tekst is een opiniestuk uit de Volkskrant van Hans van Dijck. Blijkbaar is het College voor Toetsen en Examens van mening dat begrijpend lezen betekent dat je als 6-vwo-leerling dus de krant ‘snapt’.

Uiteraard zijn niet alle auteurs het met elkaar eens over de richting van het Nederlandse onderwijssysteem: Heijne pleit bijvoorbeeld voor meer filosofie en minder techniek – ethiek vóór techniek – en Hertzberger gaat in haar stuk zoals gebruikelijk tegen iemands mening in, dit keer dus die van Heijne. Het is aan de leerling in te zien dat haar argument dat er vier keer meer communicatiewetenschappers dan wiskundigen zijn een drogredenering is.

Plezier in taal, onderzoekend leren, de betekenis van literatuur: dat zijn volgens docenten Nederlands en vakwetenschappers van acht universiteiten de didactische methodes om de ontlezing in Nederland tegen te gaan. Toch zijn veel vragen van dit examen meerkeuzevarianten en worden antwoorden op open vragen vaak beperkt tot twintig of dertig woorden. Deze aanpak beperkt voor de 6 vwo’ers van dit jaar volgens mij het plezier, de mogelijkheid van schriftelijk (zelf)onderzoek, en dus de betekenis van literatuur, hun mooie eindexamenteksten van dit jaar ten spijt.

    • Philip Huff