En ineens bleek de ondergrondse speeltuin TunFun brandgevaarlijk

Talk of the Town

15 jaar speelden Amsterdamse kinderen in het ondergrondse TunFun op het Mr. Visserplein. Maar het was er onveilig.

Het idee ontstaat bij de geboorte van zijn eerste dochter. Als de zon schijnt spelen kinderen in de Amsterdamse parken: Vondelpark, Westerpark, Sarphatipark of ze gaan naar dierentuin Artis, realiseert Amsterdammer Edward van der Marel zich. Maar op mindere dagen, zegt hij, is het „lastig om zonder hinder van weer en verkeer in Amsterdam als kind te spelen.”

Daar bedenkt Van der Marel (49) eind 2002 iets op: TunFun – een ondergrondse speeltuin voor kinderen, vlakbij het Waterlooplein. 15 jaar lang ontvangt hij dagelijks – TunFun is alleen gesloten op Koningsdag en 1 januari – kinderen en hun begeleiders; op jaarbasis 130.000 bezoekers, ongeveer 2 miljoen in totaal. Van der Marel: „Bijna elk kind uit Amsterdam is hier wel een keer geweest.”

En dan komt het slechte nieuws, drie weken geleden: het kinderparadijs moet op last van de gemeente per direct dicht. De locatie is niet brandveilig, blijkt na een inventarisatie van de brandweer in opdracht van de gemeente Amsterdam. De elektrische installatie is verouderd en daarmee gevaarlijk, en de inboedel is brandbaar. „Dit is een ingrijpend besluit”, schrijft de gemeente eind april in een persbericht op haar website, „dat we gezien de meerwaarde van TunFun voor binnenstad liever niet zouden hebben genomen.”

De risico-analyse van de brandweer over het speelpark, dat in handen kwam van Het Parool dat daar dinsdagmiddag online mee naar buiten kwam, schetst een ontluisterend beeld: 145 gebreken, lekkages, achterstallig onderhoud, dode muizen in de stoppenkasten, gebrekkige vluchtwegen en gevaar voor elektrocutie. Als er brand zou uitbreken in de keuken in de centrale hal zou dat voor enorm veel gevaar zorgen en mogelijk tien (kinder)levens kunnen kosten volgens de brandweer, schreef Het Parool.

Eind 2002 begint TunFun als een oplossing voor de gemeente. De gemeente Amsterdam houdt dat jaar een prijsvraag: ze looft een prijs uit voor het beste idee voor de voormalig voetgangerstunnel onder het Mr. Visserplein in het centrum van de stad. Die tunnel is op dat moment een „gribuszooi” geworden, zegt Van der Marel, nadat hij in onbruik was geraakt. Daklozen en verslaafden klimmen via de reling van het gebouw naar beneden en verschansen zich in de tunnel, waarvan de muren bespoten zijn met graffiti. Van der Marel: „De hel van Dante werd het ook wel genoemd.” Een doorn in het oog van de gemeente en omwonenden. Daar moet rap een einde aan komen.

Van der Marel bedenkt het winnende idee: een ondergronds speelpark. Vierduizend vierkante meter speeloppervlak voor kinderen: ballenbakken, springmatten, glijbanen, skippyballen, voetbalveldjes, kruipruimtes, klimrekken, trampolines. Bezoekers roemen online de speeltoestellen en de ruimte, maar klagen over hygiëne. Stephanie van Graas in haar beoordeling: „Het stinkt behoorlijk binnen!”

In de beginperiode komt de brandweer ook geregeld langs, zegt Van der Marel. „Ze zeiden juist dat de ruimte veilig was, omdat het een grote betonnen bak was en er nauwelijks deuren waren.” Eind maart dit jaar stapt Van der Marel naar de gemeente, omdat hij een huurovereenkomst voor langere termijn wil bedingen; tot die tijd had hij het moeten doen met korte contracten. De brandweer zou wel even langs gestuurd worden voor een controle, zei de gemeente tegen Van der Marel.

Dit keer pakt het brandweerbezoek slechter uit. Hij krijgt een week de tijd om aan de eisen te voldoen, maar dat blijkt niet genoeg. Dat het onderzoek van de brandweer nu heel anders uitpakt, vindt Van der Marel raar. De gemeente niet. De risico-analyse kijkt veel verder dan een reguliere analyse, zegt een woordvoerder van stadsdeel centrum in Het Parool.

De hamvraag is nu natuurlijk: hoe lang voldeed het speelpark al niet meer aan de brandveiligheidsvoorschriften? En was de ondergrondse speeltuin dus al langer niet veilig voor bezoekers? In antwoord op raadsvragen zei het college dinsdag (nog voordat het rapport naar buiten kwam) dat die vragen „niet of nauwelijks te beantwoorden” zijn. Van der Marel zelf was na de publicatie in Het Parool niet bereikbaar voor commentaar.

    • Martin Kuiper