Opinie

    • Mirjam de Winter

Sweety

De kapper in de Zwart Janstraat is overvallen. Door twee vrouwen! Met een vuurwapen! Dat wapen bleek achteraf nep, maar dat wisten de aanwezige klanten en medewerkers natuurlijk niet. Tot een van de overvalsters het pistool op kapper Anilton richtte en riep: „Geef die kanarie!”, terwijl ze naar de vogelkooi op de balie wees. Anilton deed als vanzelf zijn armen omhoog , maar toen het wapen tegen de armband van de overvalster tikte, hoorde hij dat het van plastic was. Hij sloeg het uit haar hand en schopte het weg.

„En de kanarie?” vraag ik terwijl zijn collega Deborah mijn uitgroei in de haarverf zet. Daar werd intussen om gevochten, vertelt hij, met zijn collega trekkend aan de ene kant van de kooi en een overvalster aan de andere. Het dochtertje van Deborah raakte in paniek en begon te gillen, waarop ze de kooi met vogel en al op de grond lieten vallen en de overvalsters zich zonder buit uit de voeten maakten. „Allemaal voor die kanarie?” vraag ik, net zo verbijsterd als de klant in de kappersstoel naast me. „Was-ie zo duur dan?”

Niet dus, vertelt Deborah. Ze heeft de kanarie van haar ex-man gekregen en hem Sweety genoemd. Sweety is al achttien jaar oud, kan amper zingen en heeft een mank pootje waardoor hij niet meer op een stokje kan zitten. De dag voor de mislukte overval had een van de overvalsters zich door Anilton laten knippen en gevraagd of ze de kanarie mocht hebben. Zelf had ze ook kanaries, vertelde ze, en dan kon Sweety daar gezellig tussen gaan zitten met zijn handicapje. Deborah wilde er niks van weten, want is dol op Sweety, had ze de vrouw verteld. De volgende morgen had de vrouw naar de kapsalon gebeld om te vragen of Sweety dan „een dagje mocht komen spelen”. Deborah had erom gelachen („tikkertje spelen ofzo?”) en weer opgehangen. En toen stonden ze dus ineens in de kapsalon, met dat pistool.

Terwijl mijn haarverf aan het intrekken is, gaat de telefoon van Deborah. Slachtofferhulp. Of zij of haar collega behoefte hebben aan geestelijke bijstand. Dat hebben ze niet, want ze kunnen ze er nu wel om lachen. Maar Deborah vraagt of ze toch langs willen komen, voor haar negenjarig dochtertje. Intussen komt ook de wijkagent binnenlopen met een knuffelbeer, als troost voor het meisje. De agent kan verder melden dat de twee vrouwen, die kort na de mislukte overval zijn opgepakt en in de buurt bleken te wonen, inmiddels weer zijn vrij gelaten. Wel zullen ze worden berecht voor een echte overval, of dat wapen nou wel of niet van plastic was. Of ze een serieuze celstraf kunnen verwachten is nog maar de vraag, zegt hij. Hij hoopt dat vooral de psychiater zich over dit incident wil buigen.

„Maar waar is je kanarie gebleven?”, vraagt de agent, terwijl hij achter de balie zoekt. „Bij mijn schoonzus,” zegt Deborah. „Ondergedoken”.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.
    • Mirjam de Winter