Staat in de Beginselen van NRC dat de krant braaf de NAVO volgt?

Ooit was ‘NAVO-professor’ in CPN-kring een handig scheldwoord voor een hoogleraar die zich niet aan de partijlijn hield. En nu is er blijkbaar ook al een ‘NAVO-krant’, te weten: de krant die u nu leest.

In de statuten van NRC staat namelijk volgens kritische twitteraars en bloggers dat de krant de NAVO steunt. Het was een verontwaardigde ontdekking na een reeks NRC-artikelen over Russische beïnvloeding van de media. En de NAVO dan? Sindsdien is het in anti-mainstreammediakringen een favoriete stok om de liberale hond mee te slaan; NRC loopt aan de leiband van de NAVO! En die wil oorlog.

Nu is die geschokte verontwaardiging op zichzelf al wat vreemd, want we hebben het hier over de Beginselen van NRC Handelsblad en die zijn al sinds 1970 gewoon te lezen. Ze stonden in de eerste krant, als Commentaar, en staan nu alweer jaren online.

Maar goed, zou het verwijt kloppen?

Nou, nee. Een veteraan-commentator is stellig: „De krant heeft nooit aan de hand van de NAVO gelopen of de Atlantische lijn per definitie, right or wrong, verdedigd. In de grote oorlogskwesties Afghanistan en Irak is de lijn altijd geweest: eerst en vooral met het mandaat van de VN.” Hoewel, de praktijk is weerbarstig: zo steunde de krant de inval in Irak (2003) en de bombardementen op Kosovo (1999), zonder mandaat van de Veiligheidsraad.

Daarom allereerst een kleine tekstlezing. Wat beweren die fameuze beginselen nu precies?

Uit Onze beginselen uit Jaargang 1, nummer 1 (1/10/1970) lezen wij, in algemene zin: „Het niet-ideologisch buitenlands beleid dat wij voorstaan, houdt de bereidheid in, contacten op allerlei gebied met andersdenkenden te onderhouden en, zo mogelijk, te verstevigen.” Dit „ter wille van de vrede”. Kortom, ook Poetin kon op de koffie komen.

Dan de gewraakte NAVO-passage. Die luidt: „Ook zal de veiligheid van de wereld niet bevorderd worden door een Nederlands neutralisme. Vandaar dat wij de grondslag van het Atlantisch bondgenootschap aanvaarden – niet om ideologische redenen, maar omdat vrede en veiligheid in Europa, bij gebreke van een betrouwbaar veiligheidsstelsel, niet gediend zijn met het ontstaan van machtsvacua.”

Staat hier ja en amen?

Nou, nee. Let alleen al op de vele negatieve formuleringen (drie maal „niet”). Belangrijker: de „grondslagen” (dus niet de besluiten) van de NAVO worden „aanvaard’’ (dus niet toegejuicht of zelfs maar van harte omarmd). Let ook op het „niet om ideologische redenen” – steun voor de NAVO moet pragmatisch zijn en per dossier worden gewogen.

Dat was toen. Die Beginselen moeten worden gezien tegen de achtergrond van de Koude Oorlog, die rond 1970 overigens behoorlijk heet was, met oorlog in Vietnam, Angola, Mozambique en zuidelijk Afrika. De NAVO werd in brede kring gezien als een pijler onder de Europese veiligheid en welvaart.

Ook de verwijzing naar ‘machtsvacua’ is geen onvoorwaardelijke liefdesverklaring. Die getuigt eerder van het historisch besef dat Europa niet in staat is een eensgezinde afschrikkings- en veiligheidspolitiek te voeren en Nederland al helemaal niet.

Die horror vacui verklaart wel waarom het Commentaar (uiterst kritisch over Nixon, Reagan en later Bush junior), tegen de stroom van de publieke opinie in het NAVO-voornemen steunde om ook in Nederland kruisraketten te stationeren, het fameuze ‘dubbelbesluit’ van de NAVO, in 1979 genomen op voorspraak van Helmut Schmidt.

Kortom, al met al klinkt hier geen belligerente bazuin, eerder een gereserveerde klarinet.

Slaafs de NAVO volgen zou trouwens ook in strijd zijn met geest én letter van de Beginselen, want daarin lezen we tevens: „De vrijheidsgedachte die wij voorstaan, verdraagt zich niet met geloof in enig dogma, aanvaardt niet bij voorbaat enig gezag.” Dus ook niet dat van een verdragsorganisatie.

Van ‘russofobie’ was destijds evenmin sprake. Het aardige boekje Onze eeuw (2013), een gesprek tussen oud-hoofdredacteur André Spoor en J.L. Heldring, auteur van de Beginselen, staat bol van uitspraken als deze, van Spoor: „Een bijkomend nadeel van de Koude Oorlog was dat de Russen gedemoniseerd werden. Maar zo extreem gevaarlijk dat ze elk moment in het Westen konden binnenvallen waren ze zeker niet.” De liberale nestors stellen ook even vast dat de Truman-doctrine (die de VS tot politieagent van de wereld maakte) „een ramp” was.

Er veranderde iets fundamenteels, toen de Koude Oorlog ten einde was en de NAVO met vallen en opstaan een nieuwe missie zocht. Voor nrc.next kwam er in 2006 een hertaling van de Beginselen. Daarin staat onder meer: „Nrc.next is voorstander van een verenigd Europa, van integere trans-Atlantische banden en internationale vrijhandel.”

Opvallend: de „grondslagen” hebben hier plaatsgemaakt voor „integere banden”. En: „Tegelijk stellen wij ons te weer tegen een wereld waarin mensenrechten worden geschonden, minderheden niet worden gerespecteerd en [..] waarin militaire macht belangrijker is dan internationale rechtsorde.”

Dat verschil in accent hangt samen met die veranderde wereldsituatie na 1991 en de nieuwe missie van de NAVO, die naast defensie nu ook ‘humanitaire gronden’ aanvoerde voor acties, zoals in Kosovo. Het realisme van de krant kreeg een scheut Gesinnungsethik. Maar ook dat is nog niet slaafs pro-NAVO. Over de „humanitaire” interventie in Kosovo oordeelde de krant dat „de NAVO de proporties uit het oog [heeft] verloren” (1999).

Dat realisme en loyaliteit aan bondgenoten lelijk kunnen schuren, blijkt ook uit het eerder aangehaalde Commentaar over de inval in Irak, die géén NAVO-actie was. Na langdurige scepsis en pas toen de oorlog een feit was, werd tandenknarsend steun uitgesproken, desnoods „ook militaire”. De krant zag geen casus belli, maar, was het idee, louter politieke steun zou gratuit zijn. Het ging nu om „het humanitaire lot van het Iraakse volk”.

Een tweede Commentaar uit die turbulente tijd vestigt de hoop op „de instituties”, zoals de VN, maar ook de NAVO en de EU, twee „wankelmoedige reuzen”. Ondanks alles „zijn [zij] het die tegenwicht aan de VS kunnen bieden. Het is behelpen, maar van de deugdzaamheid van deze instellingen zal de wereld het in 2003 moeten hebben.”

Andere hoofdartikelen ademen dezelfde loyale, maar niet kritiekloze geest. Over de uitbreiding van de NAVO schrijft de krant dat die moet „mét de Russen en niet tégen de Russen” (1996). Over Afghanistan dat „meer troepen en harder vechten niet het antwoord [is]” (2006). De interventie in Libië heeft slechts de „onveiligheid in Libië en de regio” vergroot (2011). Bij de steun voor militaire inzet in Irak had de Tweede Kamer „te weinig oog voor de risico’s” en voor de vraag naar „effectiviteit” (2014).

Steun voor de NAVO? In beginsel. Maar dat is iets anders dan salueren en in de houding springen.

Reacties: ombudsman@nrc.nl
    • Sjoerd de Jong