Opinie

    • Folkert Jensma

Nixon, Trump en Rutte: hoe het recht ze raakt

In 1976 was ik 19 en bezocht ik in Washington de National Archives. Daar werd een actueel document getoond – het éénregelige ontslagbriefje van Richard Nixon uit 1974. „Dear Mr Secretary, I hereby resign the office of president of the United States.” Ik nam ademloos een foto. Zo dicht bij de macht was ik nooit eerder – in dit geval om de president van de VS uit zijn ambt te verwijderen. Nixon vertrok immers onder druk van The Washington Post-verslaggevers Woodward en Bernstein, wat generaties journalisten inspireerde. Ook mij.

Maar zoals vaker is de waarheid prozaïscher. Bernstein verklaarde later dat zij er destijds vooral voor zorgden „dat het systeem zijn werk kon doen”. Nixon kwam écht in het nauw door een dubbele tackle van strafrechtelijke en staatsrechtelijke procedures waaruit een succesvolle afzetting zou volgen. Om die voor te zijn greep hij naar de schrijfmachine en tikte zijn vluchtbriefje.

Nu er weer een Amerikaanse president in juridische problemen is, wordt Watergate weer relevant, vooral de juridische kant. De macht van de media lijkt me sterk afgenomen. Politici zijn hun eigen medium geworden, de publieke opinie is gefragmenteerd, politiek is ‘feitenvrij’, propaganda en beeldmacht rukken op, net als wantrouwen en polarisatie. Intussen ontslaat deze president een FBI-directeur, wordt het kantoor van zijn advocaat annex klusjesman door de FBI leeggehaald en zijn verkiezingsteam nagevlooid op dubieuze buitenlandse contacten.

Trumps campagnebaas Paul Manafort staat onder zware druk, nu de rechter het FBI-onderzoek naar hem goedkeurde. De FBI beschuldigt hem van witwassen, valsheid in geschrifte en schending van de registratieplicht als buitenlandse consultant. Manafort is bekend als makelaar van schimmige Russische zakelijke belangen in de VS – en Trump zou als kandidaat heimelijk Russische steun hebben ontvangen. De FBI wil Manafort nu werven als klokkenluider annex kroongetuige in ruil voor strafkorting. Als Trump ooit een ambtsmisdrijf pleegde komt dat straks dus uit.

Het doet sterk denken aan de manier waarop Richard Nixon in het nauw kwam; door een reeks hoorzittingen, huiszoekingen en aanklachten tegen ex-medewerkers, gevolgd door verlies van vertrouwen in het Congres. Uiteindelijk deed het Supreme Court hem de das om. Nixon wilde de geluidsopnamen van zijn gesprekken in het Witte Huis niet (vertrouwelijk) aan een rechter geven, met een beroep op nationale veiligheid en ‘executive privilege’. Maar de hoogste rechter besliste anders in the United States v. Richard Nixon (1974). Op die banden was te horen hoe Nixon de inbraak in het Democratische hoofdkwartier door wilde laten gaan voor een CIA-actie – dus een kwestie van staatsveiligheid. Een rechtsstatelijk laat staan een moreel kompas had oud-advocaat Nixon niet echt. Als de president het doet, kan het niet illegaal zijn, zei hij. Trump zal het ook vinden.

Ik kom erop door De glijbaan van een president; Nixon, Watergate en het rechtsyssteem, een nieuw boek door oud-landsadvocaat, nu staatsraad Eric Daalder. Hoe raakt een democratische rechtsstaat tussentijds van een ongeschikte president af – voor iedere constitutioneel geïnteresseerde jurist een schitterend thema. Al lezend vroeg ik me af hoe een Nederlandse strafrechter om zou gaan met een premier of minister die een ambtsmisdrijf pleegt. Het antwoord is simpel: niet, de rechter doet bij ons helemaal niet mee. Mocht een premier zich hier hebben laten omkopen om een grote belastingkorting aan een belangengroep cadeau te doen – ik verzin maar wat – dan rest hier alleen politieke afrekening.

Er is wel een verstofte regeling om de strafrechter erbij te betrekken, uit 1855. Het kabinet of de Tweede Kamer kunnen in theorie tot een vervolging besluiten. Maar dat is dan beperkt tot één instantie, de Hoge Raad. Er zijn vijf Kamerleden voor zo’n dagvaarding nodig, waar de Kamer binnen drie maanden over moet besluiten. Huiszoekingen of telefoontaps zijn niet mogelijk. De procureur-generaal moet het doen met stukkenonderzoek en getuigenverhoren, ongeveer zoals bij parlementaire enquêtes.

Verder moet de zaak binnen drie maanden rond zijn. Deze procedure, die dan ook nooit is toegepast, wordt in de literatuur als ontoereikend en onhanteerbaar beschouwd. Daar gaapt dus een groot gat, in onze trias politica. Hier is de politiek rechter.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Facebook: nrcrecht
    • Folkert Jensma