Opinie

    • Willem Pekelder

Miep en Henk

Hoe lang moet Rotterdam nog doorgaan met de herdenking van het bombardement? Steeds minder mensen die het hebben meegemaakt, en jongeren zegt het weinig. Die twijfel hoor je zo nu en dan in onze stad.

Toch was er een grote opkomst op 14 mei rond De Verwoeste Stad van Zadkine. Basisschoolleerlingen lazen zelfgemaakte gedichten voor over de oorlog. Daniël, Stefan, Mohamed. Burgemeester Aboutaleb vertelde het verhaal van Miep Wessel en Henk Smith, twee Rotterdammers die in de oorlog kind waren.

Miep had vlak voor de Duitse inval meegedaan aan een prijsvraag in de krant. Ze won er een mooie potlodenset mee van Caran d’Ache. Enkele uren voor het bombardement was ze met haar familie vanaf de Tuindersstraat in het centrum gevlucht naar een oom in het Nieuwe Westen. Toen Miep enkele dagen later terugkeerde naar het stadshart zag ze dat het huis in puin lag. Het enige wat ze er aantrof was moeders zwartgeblakerde zilveren suikerschepje. Liever had Miep haar kleurpotloden teruggevonden.

Henk woonde in de Brouwersstraat in Kralingen. De ouderlijke woning werd gebombardeerd en de familie ontkwam ternauwernood aan de dood. Henk, negen jaar oud, nam zijn mentaal verzwakte moeder op sleeptouw door Nederland op zoek naar voedsel. Zijn vader en broers moesten voor dwangarbeid naar Duitsland. Miep verloor haar joodse vader en andere familieleden in de kampen.

Na de oorlog leerden Miep en Henk elkaar kennen. Ze trouwden en kregen kinderen. Het echtpaar leeft nog steeds, 86 en 87 jaar oud. „Ze hopen dat volgende generaties doorgaan met herdenken”, sprak de burgemeester, „en dat wij in vrede met elkaar blijven leven in ons mooie Rotterdam.”

Een indrukwekkend relaas, ook door de sprekende details: de Caran d’Ache potloden, de suikerschep. „Ik wilde geen algemeen verhaal over de oorlog vertellen”, legde Aboutaleb na afloop uit. Hij schonk mij zijn speech, en zei: „Er zijn duizenden unieke verhalen over de oorlog. Dit is er één van.” Ik geef het ooggetuigenverslag van Miep en Henk bij deze graag aan u door. Opdat wij blijven herdenken.

Zoals Leo Vroman zo prachtig dichtte: ‘Kom vanavond met verhalen hoe de oorlog is verdwenen, en herhaal ze honderd malen: alle malen zal ik wenen.’

    • Willem Pekelder