Opinie

    • Frank van Dijl

De ‘vibe’ is hier belangrijker dan de culinaire ambities

Op de hoek van het Rodezand en de Leeuwenstraat huist sinds kort visrestaurant The Oyster Club. Restaurant, zeg ik nu wel, maar op de site heet het: „Een all-day concept van internationale allure, wat [sic] zich focust op de volgende vier kernwaarden: cuisine, entertainment, vibe en ambiance.” Dat is nog eens andere koek!

Het concept is opgesplitst in Le Restaurant, Le Bar en Le Club en richt zich op gasten tussen de 30 en 65 jaar. Le Club is „een wereld van luxe en weelderigheid […] slechts weggelegd voor de ‘lucky few’’’ – ook dat staat op de site. Nader onderzoek leert dat je al lid wordt voor 500 euro per jaar.

Wij beperken ons tot een bezoek aan het restaurant. Hoewel het adres Rodezand 36 is, bevindt de hoofdingang zich om de hoek. Binnen worden we voorafgegaan naar de bar, nog helemaal leeg, net als trouwens het grootste deel van het restaurant. Als we te kennen geven dat we liever aan een tafeltje zitten, kijkt het meisje wat paniekerig om zich heen, maar gelukkig ziet ze tussen alle lege tafels nog een plek voor ons, pal voor de DJ-tafel. Wat ‘entertainment, vibe en ambiance’ betreft zitten we goed. Vanachter ons inleidende glas champagne (12,50 euro) kunnen we trouwens ook in de ‘cuisine’ kijken.

Alle tafels zijn chic gedekt. Aan weerszijden van de ruimbemeten bar vormen ronde banken intieme zitjes. Tegenover de keuken staan tafels in een conventioneler opstelling. Aan het interieur is zichtbaar veel aandacht besteed, en er loopt veel personeel rond.

De vraag of we brood op tafel willen, beantwoorden we bevestigend waarmee we 7,50 euro aftikken. Het is meer een pain de mie dan een brioche, zoals op de kaart vermeld, en het valt uiteen als je het in een saus doopt.

De oesters waaraan de zaak zijn naam ontleent, zijn er in vier varianten. Wij kiezen de tsarskaya (25 euro). Ze komen gewoon uit Frankrijk, zegt de serveerster, maar ze heten zo omdat ze zijn ontdekt door een Rus. Dat laatste is te kort door de bocht, maar ze komen inderdaad uit Normandië, tsarkaya’s, uit Cancale om precies te zijn. Ze hebben stevig vlees en zijn lekker zilt met een zweem van jodium.

Na de oesters delen we twee voorgerechten: de California crab maki (22 euro), want ze doen hier ook aan sushi’s, en de langoustines (22 euro). Bij de maki krijgen we verse wasabi en sojasaus. De langoustines hebben een pittige nasmaak door een pepertje in de boter waarin ze zijn gebakken. Ze zijn overlangs doormidden gesneden, de kop is schoongemaakt.

Dat is ook het geval bij de halve kreeft die in combinatie met spaghetti (27 euro) – en in tegenstelling tot de gekookte kreeft die ook op de kaart staat – ‘lobster’ heet, wat mogelijk te maken heeft met de beoogde ‘internationale allure’. Waarom? We weten heus wel hoe het er in de kop van een kreeft uitziet, sommige mensen, onder wie mijn vrouw, eten er zelfs van.

Het andere hoofdgerecht is de zeetong (40 euro) die we net als kreeft en pasta delen. De vis, een mooi exemplaar, wordt door de gérant aan tafel gefileerd. Hij is goed gebakken, ik kan niet anders zeggen. Misschien hadden we er een sausje bij moeten bestellen, béarnaise (2,50 euro) bijvoorbeeld, maar daar hadden we bij het bestellen geen erg in. We werden er ook niet op attent gemaakt.

Bij elke gang drinken we een van de open wijnen, van een chardonnay van 5 euro tot een rosé van 9 euro. Allengs wordt het drukker in de zaak, de sfeer is feestelijk.

Uiteindelijk komen we tot de conclusie dat het misschien inderdaad meer om de sfeer (‘vibe en ambiance’) gaat dan om het eten, dat niet onverdienstelijk is, maar wel saai. Avontuur is in The Oyster Club duidelijk geen kernwaarde.

Frank van Dijl is culinair recensent en journalist.
    • Frank van Dijl