Wilders wraakt drie rechters tegelijk

Hoger beroep

Geert Wilders ging in hoger beroep tegen zijn veroordeling om ‘minder Marokkanen’. Maar nu dat begint, wil hij eerst extra onderzoek: naar Pechtold.

Geert Wilders bij aanvang van zijn proces donderdag, geflankeerd door Carry Knoops, een van zijn advocaten. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het was het hoger beroep in de zaak tegen PVV-leider Geert Wilders, maar wie de eerste zittingsdag op donderdag volgde, kon ook denken: dit gaat vooral over een ándere politicus, D66-leider Alexander Pechtold.

Een uitspraak van Pechtold begin dit jaar – „ik moet de eerste Rus nog tegenkomen die uit zichzelf een fout rechtzet” – was volgens Wilders vergelijkbaar met die van hemzelf over ‘minder Marokkanen’. Wilders was veroordeeld, maar bij Pechtold had het Openbaar Ministerie (OM) beslist dat er geen rechtszaak zou komen. Wilders’ advocaat Geert-Jan Knoops vroeg donderdagochtend uitstel van de zittingen om te kunnen onderzoeken hoe het OM tot dat sepot was gekomen.

Het gerechtshof Den Haag wees dat verzoek af, en toch kwam het proces nog dezelfde middag tot stilstand: Wilders liet zijn advocaat een wrakingsverzoek indienen. Hij vindt dat de rechters hebben aangetoond dat ze „bevooroordeeld” zijn. „U ontneemt mij de middelen om aan te tonen dat de behandeling ongelijk is.”

Op donderdagavond kwamen rechters van het hof in Amsterdam naar de zwaar beveiligde rechtbank bij Schiphol om het wrakingsverzoek in behandeling te nemen. Ze doen vrijdagmiddag uitspraak.

In 2016 had Wilders ook al een rechter gewraakt – die toch mocht blijven. Nu zijn het er drie tegelijk. Eind 2016 werd Wilders veroordeeld wegens groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie, zonder straf, omdat hij in 2014 een zaal met PVV’ers had laten roepen om „minder Marokkanen”. Wilders was in hoger beroep gegaan, het Openbaar Ministerie ook.

Maar nu wil de PVV-leider dat eerst duidelijk wordt waarom collega-politicus Pechtold zomaar Russen kan „beledigen”. Het was niet zijn bedoeling, zei hij een paar keer, dat Pechtold veroordeeld werd. Juist niet. „Maar ik ook niet.”

Handen op de rug gebonden

Pechtold had zijn uitspraak gedaan in februari, nadat Halbe Zijlstra (VVD) als minister van Buitenlandse Zaken in de problemen was gekomen over de leugen dat hij in de datsja van Poetin was geweest. Pechtold wilde Zijlstra helpen: díé had zijn fout toegegeven en welke Rus deed dat?

Advocaat Knoops noemde in de rechtszaal de aangiftes die er waren geweest van Russen die zich beledigd voelden, hij citeerde hoogleraar strafrecht Theo de Roos die de uitspraak van Pechtold „discriminerend” had genoemd. De uitspraken van Wilders over Marokkanen pasten volgens Knoops in een „maatschappelijk debat” en bij de standpunten van de PVV. D66, zei hij, had niets in het partijprogramma staan over problemen met Russen, er was ook geen debat over. Pechtold had, vond Knoops, uit het niks een „feitelijk oordeel” gegeven over een bevolkingsgroep.

Knoops wilde dat mensen kwamen vertellen over hun aangifte tegen Pechtold, hij wilde de officieren van justitie horen die hadden beslist om Pechtold niet te vervolgen en De Roos aan het woord laten. Maar dan moest het hoger beroep wachten.

Het gerechtshof vond dat niet nodig. In de elf zittingsdagen die staan gepland, is er volgens de rechters genoeg gelegenheid voor „debat” en om in te brengen wat de verdediging wilde inbrengen.

Wilders was van plan geweest om te zwijgen, maar praatte soms zelfs door zijn advocaat heen. Het Openbaar Ministerie probeerde hem „te knevelen”, tegen de rechters zei hij: „Ik had op zijn minst verwacht dat u mij een eerlijk proces zou geven.” Maar zijn handen werden hem „op de rug gebonden”, zei hij. „En dan is het moeilijk zwemmen.”

    • Petra de Koning