Weduwvrouw

De stad uit (17)

Veel Amsterdammers denken er stiekem weleens over na: de stad uit, weg van de drukte. Journalist en radiomaker Petra Possel (54) deed het. Na 30 jaar Amsterdam verhuisde ze naar een dorpje in Friesland. In NRC brengt ze regelmatig verslag uit.

Toen ik net in het dorp kwam, werd er langs de neus weg gevraagd naar mijn burgerlijke staat. „En dus kwam je helemaal alleen naar Friesland?”, klonk met een mengeling van verbazing en bewondering. Want welke mens, niet Fries en wel vrouw, gaat er in vredesnaam „helemaal alleen” in Friesland wonen.

Nu hebben mijn jonge jaren in een Twents dorp me geleerd dat openheid de beste verdediging is. Vertel alles en ontwapen iedereen. Na een poosje rolde het er gemakkelijk uit: vrouw alleen, net vijftig, man dood, kind uit huis… ja, ja, het is me wat.

„Best jong voor een weduwvrouw.” Het was de eerste keer dat ik zo genoemd werd. ’s Avonds proefde ik dat woord nog eens zorgvuldig. „Weduwvrouw”.

Het klonk best mooi. Een beetje ouderwets, iets met een breiwerkje, iets met een zwarte kap om het hoofd, iets uit de Bijbel waarmee ik groot geworden ben. In de stam van Nafthali was een weduwvrouw. Zerua, de moeder van Salomon’s knecht was een weduwvrouw. In Zarfath bij Sidon woonde een weduwvrouw.

Nu ben ik niet de enige weduwvrouw in het dorp. Aan de dijk woont ook een weduwvrouw. Ze poetst om wat centjes te verdienen en binnenkort verkoopt ze haar huis, omdat het onderhoud te duur is. Over de brug woont een weduwvrouw. Ze rijdt in een zwarte sportwagen, heeft een figuur om door een ringetje te halen en een nieuwe man. Een weduwman. Op de hoek voor de bocht naar de dijk woont een weduwvrouw. Ze woont al haar hele leven in het dorp, ik herkende haar meteen van de oude schoolfoto in een boek over ons dorp. De vrouw van Dorpsbelang is een weduwvrouw. Ze vertrouwde me dat toe op de avond dat Dorpsbelang op de koffie kwam om kennis met me te maken. Met een ferme hoofdknik liet ze weten dat ze het er niet over wilde hebben. We lieten het rusten, weduwvrouwen verstaan elkaar.

Dat ik een nieuwe vriend heb, heeft het hele dorp gezien. Dat een vreemde man zijn auto voor het dorpshuis parkeerde, was al een veeg teken. Dat hij ’s ochtends in alle vroegte vrolijk fluitend mijn voordeur uitliep, legde alles bloot.

Laatst maakten we een wandeling door het dorp. We passeerden een grote boerderij waarin een jong gezin woont. De skelters, kinderfietsen en mini-tractoren staan rijen dik op het erf. „Kijk, dat is de nieuwe man van die weduwvrouw”, zei het zoontje net iets te luid.

Ook kleine dorpsjongetjes weten van de hoed en de rand.