Verdachte ontkent schoppen van Jip Jurg

Vrijdag diende de pro-forma-zitting over de dood van Jip Jurg uit Rotterdam. De verdachte, beveiliger John H., zegt „mogelijk” op Jurgs buik te zijn gestapt toen hij zijn evenwicht verloor.

Foto iStock

De man die verdacht wordt van doodslag op de 32-jarige Jip Jurg uit Rotterdam in januari komt in zwarte bloes en spijkerbroek de rechtszaal in Dordrecht binnen. Hij is groot en heeft een gezet postuur. Hij ontkent Jurg in de buik getrapt of geschopt te hebben.

Dat bleek vrijdag tijdens een pro forma-zitting – het onderzoek voor de defintieve zitting is nog niet afgerond – in de rechtbank van Dordrecht.

Jip Jurg bezoekt in de nacht van 26 januari in Rotterdam een filmfestivalfeest met vrienden, vertelt officier van justitie Max van den Berg. Hij loopt op een gegeven moment naar buiten en krijgt woorden met een beveiliger: verdachte John H. Die geeft hem een duw, Jurg geeft hem een klap. Dit handgemeen is geregistreerd op bewakingscamera’s.

Wat er daarna gebeurt, is niet te zien op het bewakingsbeeld. Maar volgens getuigenverklaringen wordt Jurg vastgehouden door twee beveiligers, en op de grond gelegd. Als hij op zijn rug ligt, krijgt hij volgens deze verklaringen een harde trap in zijn buik van John H. De officier legt H. daarom doodslag ten laste.

Jurg wordt overeind geholpen, zit een minuut of tien op een bankje en neemt daarna een taxi naar zijn huis. De taxichauffeur heeft verklaard dat hij niets vreemds aan Jurg heeft gemerkt. Jurg had zelfs gezegd hoe hij moest rijden, zo vertelde de chauffeur de politie. Meer dan dertig uur later, op zondagmiddag, wordt Jurg dood gevonden door zijn vader en zus. Die waren gewaarschuwd door ongeruste vrienden die geen contact met Jurg konden krijgen.

De officier van justitie vertelt dat er filmpjes uit 2015 en 2016 zijn gevonden op de telefoon van H. Daarop zijn schermutselingen te zien waarbij hij eerder betrokken was als beveiliger van een horecagelegenheid. Hij was dus niet alleen eerder bij geweld betrokken, zegt de officier, hij droeg de filmpjes ook nog als trofee bij zich. Een van die slachtoffers van H. deed aangifte. De officier acht op basis hiervan de kans op recidive aanwezig.

Lees ook: Een beveiliger gebruikt zijn mond, niet zijn vuisten. Dat leren ze op de opleiding voor Particulier beveiliger.

Noëlle Pieterse, advocaat van beveiliger John H., vindt doodslag niet aan de orde. Want om doodslag ten laste te leggen, betoogt Pieterse, „moet John H. het oogmerk hebben gehad met een trap in de buik Jurg te doden. Of hij moet weten dat een enkele schop kan leiden tot de dood en heeft hij dat risico aanvaard.” Ze voegt er aan toe dat haar cliënt het trappen ontkent. Hij acht het wel mogelijk dat hij zijn evenwicht is verloren en met zijn schoen op de buik van Jurg is gestapt.

Pieterse wil verder dat haar cliënt zijn proces in vrijheid kan afwachten. Hij is net voor de tweede keer vader geworden, vertelt ze. Zijn vrouw is er psychisch en lichamelijk slecht aan toe, zij zou zijn hulp bij de verzorging van de twee meisjes goed kunnen gebruiken.

De kans op recidive acht Pieterse nihil. H. zal niet meer werken als beveiliger, zijn pas is ingetrokken. En de filmpjes zijn oud en bovendien gemaakt tijdens zijn werk als beveiliger in de Oase Bar, een beruchte Rotterdamse club waar veel gasten onder invloed zijn van drank of drugs. De beelden maken niet duidelijk of het geweld al dan niet gepast was in een horecagelegenheid als de Oase Bar.

De twee beveiligers die samen met H. aan het werk waren, waren aanvankelijk ook verdachten. Hun zaken zijn geseponeerd. Het neerleggen van Jurg deden ze omdat hij wankel op de benen stond, niet om hem letsel toe te brengen, zegt de officier. Dat dat daarna wél gebeurde door toedoen van H., hadden zij niet kunnen voorzien.

Voorzitter van de brancheorganisatie Peter Hoes is niet verbaasd dat het vaak misgaat: ‘Iedereen kan in de beveiliging gaan’

Van den Berg wil hen wel onder ede als getuigen horen. Hij vermoed dat ze niet naar waarheid hebben verklaard over de gebeurtenissen die nacht. Zij verklaarden dat ze niets hadden gezien, terwijl ze er met hun neus bovenop stonden. De officier: „Het lijkt erop dat ze dat zeggen, dan wel uit angst voor H., dan wel uit loyaliteit naar hem.”

De rechtbank oordeelt dat H. vast moet blijven zitten in het huis van bewaring. De feiten zijn te ernstig, en de kans op recidive aanwezig, denkt de rechtbank. De volgende zitting vindt plaats binnen drie maanden.

    • Sheila Kamerman