Premier Aruba: ‘Dit is een tweede Syrië aan het worden’

Venezuela

Duizenden Venezolanen vluchtten naar Aruba en Curaçao. Het Caraïbisch deel van het Nederlands koninkrijk worstelt met hun toestroom. „Dit is een tweede Syrië aan het worden.”

Rosario Piña toont een foto van haar zoon Dany José. Hij verdronk toen de boot waarmee hij overstak, stuk sloeg op de kust van Curaçao. Van dochter Jocelyn, ook aan boord, vernam ze niets meer. Foto’s Niels Wenstedt

Dat het levenloze lichaam van Dany José Piña aanspoelde op de kust van Curaçao, ontdekte zijn moeder Rosario Piña via Facebook. Dany vertrok met een groep andere vluchtelingen in de nacht van 10 januari vanaf de kust van de Venezolaanse deelstaat Falcón. Dagelijks verlaten duizenden Venezolanen hun land om te ontkomen aan de dramatische humanitaire en politieke crisis die het land in zijn greep houdt – een situatie die niet snel lijkt te veranderen na de presidentsverkiezingen, zondag.

Het krakkemikkige bootje waarop Dany naar een beter bestaan hoopte te varen, was geschikt voor vijftien mensen. Het had die nacht ruim dertig man aan boord en zonk voor de kust van Curaçao nadat een golf het doormidden had gebroken.

„Dany was wanhopig. Hij kon niet meer voor zijn kinderen zorgen, hij had geen geld voor een vliegticket en daarom nam hij de boot. Ik smeekte hem niet te gaan, ik wilde hem tegenhouden maar hij zei: ‘Mam als ik nu niet ga, heeft niemand meer te eten in huis’.” Dany vertrok samen met zijn zus Jocelyn, van wie ze ook niks meer vernam. „Mijn beide kinderen heb ik nooit meer teruggezien”, vertelt Piña met tranen in haar ogen.

Ze zit op een versleten stoel op haar erf in het vissersdorp La Vela de Coro. Op een afstandje luisteren familieleden zwijgend mee. In de verte klinkt het geluid van de haven van La Vela waar vissersbootjes dobberen en tot voor kort dagelijks tientallen volgepakte bootjes met fruit richting Curaçao vertrokken.

Piña houdt hoop dat Jocelyn het heeft overleefd. Er zijn lichaamsdelen gevonden op het strand in Curaçao die nog niet geïdentificeerd zijn. „Er is beloofd door de Venezolaanse autoriteiten dat ik via een DNA-test zekerheid kan krijgen of mijn dochter er tussen zit. Maar tot nu is er niets gebeurd”, zegt ze en staart voor zich uit.

Land in diepe crisis

Door een daling van de olieprijzen, wanbeleid en corruptie is het olierijke Venezuela sinds 2015 in een crisis beland en zijn er de afgelopen jaren al 2 tot 3 miljoen Venezolanen het land ontvlucht. De meesten vluchten naar Colombia of Brazilië. Maar een groeiend aantal Venezolanen waagt zich aan een levensgevaarlijke overtocht over zee. Vooral voor de kustbewoners zijn de ABC-eilanden, waar eeuwenoude banden mee bestaan, dichtbij. In kleine gammele bootjes steken ze de Caraïbische zee over naar Curaçao en Aruba, beide zelfstandige landen in het Nederlandse koninkrijk.

De kinderen van Rosario vertrokken ’s nachts vanaf het strand van Sabanas Altas, ruim anderhalf uur van La Vela. De plek is nu een verlaten spookstadje waar in het pikkedonker contouren van vissersbootjes te zien zijn, die onbemand in het water dobberen. Een Mariabeeld in wit gewaad kijkt uit over het water. De bootjes vertrekken op geheim gehouden dagen. Het zijn schimmige zaken: aan boord bevinden zich naast vluchtelingen vaak ook wapens en drugs.

Vissers bij het strand van La Vela de coro.
Foto Niels Wenstedt
Foto Niels Wenstedt
Foto Niels Wenstedt

Zo kampt Aruba sinds de toename van het aantal vluchtelingen ook met een toename aan wapens en criminaliteit. „We hebben onlangs een jongen op een van de bootjes aangehouden met een tas vol handgranaten. Waar zijn die voor, vraag je je dan af?”, zegt de Arubaanse premier Evelyn Wever-Croes in haar bestuurskantoor dat uitkijkt over de jachthaven van het eiland „Op een ander bootje troffen we zwemvesten aan, ook in kindermaten, wat aangeeft wat we al vermoedden: er vluchten waarschijnlijk ook gezinnen met kinderen over het water.”.

De premier maakt zich grote zorgen over de toestroom van Venezolanen. Aruba wil helpen, maar wat moet het kleine eiland met nauwelijks 110.000 inwoners met inmiddels al rond de 5.000 illegalen. Naast de criminaliteit groeit ook de prostitutie van Venezolaanse vrouwen, onder wie ook minderjarigen. Verder neemt de xenofobie grotere vormen aan in het altijd zo tolerante Aruba, valt de premier op.

„Dit is een tweede Syrië aan het worden. Na de verkiezingen van zondag verwacht ik dat het aantal vluchtelingen toeneemt in de regio als president Maduro herkozen wordt. We rekenen op een massale influx. Veel meer mensen zullen ook via de zee met bootjes onze richting op komen”, zegt de premier bezorgd.

Ze is net terug uit Costa Rica, waar de regio sprak over de Venezolaanse crisis. De VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR heeft opgeroepen Venezolanen te erkennen als vluchtelingen en in de regio op te vangen. Wever-Croes: „We doen wat we kunnen, maar wat moet je als klein eiland? Het Rode Kruis van Aruba heeft maar tientallen plekken. Als overheid zijn we aan het nadenken over het opzetten van een tentenkamp, waar aan 500 mensen snel opvang geboden kan worden.”

Nederlandse onverschilligheid

Terwijl Aruba zich voorbereidt op het ergste, signaleert premier Wever-Croes bij Nederland onverschilligheid. Het is naar haar idee „vrij irritant hoe weinig Nederland doet”, terwijl het een buurland is van Venezuela. „Nederland wil geen geld uitgeven aan de opvang, aan alles zit een prijskaartje, maar je kunt die mensen toch niet de honger in terug sturen! Daarom zijn we zelf maar begonnen dit uit onze eigen begroting te bekostigen. Wel krijgen we steun van het ministerie van Defensie van Nederland, die ons wil gaan helpen met de logistiek.”

Ik vraag me af of Nederlanders echt door hebben wat voor crisis hier gaande is

Sophie Krabbe, getrouwd met Venezolaan Adrián Heredia

De afgelopen maanden liepen de spanningen tussen de Koninkrijkslanden en Venezuela op toen president Maduro de lucht- en zeegrenzen dichtgooide en een blokkade opwierp om zo naar eigen zeggen illegale smokkel van onder andere goud en diamanten uit Venezuela tegen te gaan. Wekenlang was er geen verkeer, wat grote economische gevolgen had. Zo werd er geen fruit aangevoerd, waardoor ze van elders veel duurder fruit moesten importeren. Minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) bezocht Caracas vorige maand en ondertekende samen met de Venezolaanse vicepresident Tareck El Aissami – die in de VS gezocht wordt voor drugshandel – een overeenkomst om de blokkade op te heffen. De twee stonden lachend naast elkaar, wat Venezolaanse staatsmedia aangrepen om te verkondigen dat Den Haag zich sterk zou maken tegen de sancties van de VS, Latijns-Amerika en de EU tegen Venezuela.

De actie van minister Blok wringt bij Evelyn Wever-Croes. „Nederland heeft twee gezichten. Aan de ene kant steunen ze de sancties binnen EU-verband, tegelijkertijd zie je dan dit onderonsje. Ik was ook uitgenodigd voor die bijeenkomst in Caracas, maar ik ben niet gegaan. Ik doe niet mee aan een show.”

Lees ook: Zijn eerste buitenlandse deal sluit Blok met Venezolaanse ‘boeven’
Foto Niels Wenstedt
Foto Niels Wenstedt

Gedeporteerd en nu maar getrouwd

Het Arubaanse beleid is, ondanks de strenge controles van de kustwacht, minder hard dan dat van Curaçao, waar meer vluchtelingen naar toe trekken. Het buureiland heeft het VN-vluchtelingenverdrag niet geratificeerd en zet Venezolanen het land uit. De afgelopen jaren vluchtten naar schatting al 20.000 Venezolanen naar Curaçao. Het merendeel per vliegtuig, maar door de strenge aanpak kiezen steeds meer Venezolanen de zeeroute.

Ongeveer 1.200 mensen werden er in 2017 gedeporteerd, onder wie Adrián Heredia. De 28-jarige Venezolaan verbleef ruim een half jaar illegaal op het eiland en werkte in de bouw, tot hij op een nacht, samen met een groep andere Venezolanen, van zijn bed werd gelicht en het land werd uitgezet. „Mijn paspoort werd in beslag genomen en we zaten bijna twee weken in de gevangenis, voordat we gedeporteerd werden”, zegt Heredia, die inmiddels terug is in zijn ouderlijke huis in Punto Fijo.

De uit Curaçao gedeporteerde Venezolaan Adrian Heredia met zijn Nederlandse vrouw Sophie Krabbe.

Foto Niels Wenstedt

Zijn in Curaçao woonachtige Nederlandse vriendin Sophie Krabbe (37) houdt zijn hand vast en probeert zijn rappe Spaans te volgen. Ze leerden elkaar kennen toen Adrián net in Curacao was. Toen hij gedeporteerd werd, besloot ze hem achterna te gaan. „Iedereen verklaarde me voor gek om naar Venezuela te gaan, wegens de crisis.”

Het koppel is een dag eerder voor de burgerlijke stand getrouwd, in de hoop als echtpaar wel legaal weg te kunnen komen. De ceremonie met de ringen en het feest zijn vanavond. Krabbe heeft nog snel een bruidsjurk gehuurd en een afspraak bij de kapster gemaakt. „De situatie dwingt ons nu snel te handelen. Ik vraag me af of Nederlanders echt door hebben wat voor crisis hier gaande is.”

    • Nina Jurna